'Ik heb niet gestudeerd om huisvrouw te spelen'

Marokkaanse hangjongeren moeten hard worden aangepakt, vindt de politiek. Maar waar zijn de zusjes van de jongens? Vierde en laatste deel van een serie.

Fatima (23) heeft het druk. Ze werkt fulltime als intercedent voor een uitzendbureau en heeft net een flat gekocht. Die is ze, met hulp van haar vader en haar broers, aan het opknappen. Haar nieuwe woning in Wielwijk, Dordrecht, kijkt uit over het Admiraalsplein, het plein waar vaak Marokkaanse jongens rondhangen. Hun zusjes zijn er nooit bij. 'Die zijn thuis', zeiden de jongens.

Klopt, zegt Fatima. Ze zijn thuis. Óf ze zitten op school, óf ze werken. Fatima zelf deed de havo, daarna de hbo-opleiding Office management en ze werkte in de avonduren en op zaterdag als caissière in de Edah-supermarkt om haar autorijlessen te kunnen betalen.

Fatima zit in het huis van haar ouders op de bank, met haar vriendin Samira (24) en zusje Zakia (16). De donkere haren van Fatima, Samira en Zakia hangen los over hun schouders. Ze dragen strakke truitjes en broeken. Alleen de moeder van Fatima is traditioneel gekleed en draagt een hoofddoek. Zij schenkt thee en zet schalen met koekjes, noten en fruit op tafel. Fatima heeftdrie broers van 25, 21 en 19 jaar en nog een klein broertje van zes jaar. Samira werkt drie dagen per week als verkoopadviseur bij de ABN Amro en doet daarnaast de masteropleiding Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zakia zit in 5 vwo.

Fatima heeft het thuis naar haar zin, vriendinnen zijn altijd welkom, maar ze wil graag een plek voor zichzelf. Bovendien heeft ze dan meer ruimte om vriendinnen uit te nodigen.

Zal ze ook jongens uitnodigen?

Die niet, zegt Fatima. 'Uit respect voor je ouders doe je dat niet.' Marokkaanse ouders, zegt ze, zien vriendschap tussen een jongen en een meisje als een relatie. 'Mijn broers mogen ook geen vriendinnen hebben. Mijn ouders voeden hun zoons en dochters gelijk op.'

'Iedereen hetzelfde', knikt haar moeder.

'Andere ouders zijn vaak toleranter voor de jongens', zegt Fatima. 'Ze doen alsof ze niets in de gaten hebben.'

Fatima en Samira vinden zelf dat een jongen en een meisje welbevriend kunnen zijn. Samira: 'Als ik straks een dochter heb, maakt ze misschien wel huiswerk met een jongen. Denkbeelden veranderen. Maar nu passen wij ons aan onze ouders aan.'

Dat kan, zegt Fatima, omdat haar ouders ruimdenkend zijn. 'Ze hebben soms een andere mening, maar ze staan open voor mijn argumenten.' Haar ouders vonden het best moeilijk dat hun ongetrouwde dochter het huis uitging. Fatima: 'Maar ik heb uitgelegd waarom ik het wil. Ze hebben het geaccepteerd.'

Ze accepteren ook dat hun dochter nog niet is getrouwd. Samira: 'Voor Marokkaanse begrippen zijn we nogal laat.' Ze lachen allebei. De moeder van Fatima lacht mee, maar knikt ook.

Hoe vind je een man als je niet vriendschappelijk met mannen mag omgaan? Samira en Fatima gaan er eens goed voor zitten. Als het serieus is, leggen ze uit, mag je wél contact hebben met een jongen. Maar dan is het belangrijk dat niemand het ziet. 'Het komt erop neer dat je moet vermijden dat anderen over je gaan kletsen', zegt Samira.

Mijn broer, zegt Fatima, gaat binnenkort trouwen. Op een gegeven moment nam hij zijn toekomstige vrouw mee naar huis en zei: we gaan verloven. Mijn moeder weet ook wel dat hij haar niet een dag eerder heeft ontmoet.'

Samira en Fatima zijn kieskeurig, beseffen ze. Ze willen een man die accepteert dat ze blijven werken, zelfs als ze meer verdienen dan hij. 'Ik heb niet zo lang gestudeerd om huisvrouw te spelen', zegt Fatima.

Samira: 'Volgens mij is het behoorlijk krap om met een gezin van één salaris te leven.'

Fatima: 'Ja, je wil toch een auto. En een lekker huis.'

Hun man moet wel een moslim zijn, liefst een Marokkaan. Fatima: 'Anders is het cultuurverschil te groot.' Ze lachen: 'Moderne Marokkaanse mannen bestaan wel, maar je moet goed zoeken.' Marokkaanse mannen in Nederland zijn vaak traditioneler dan mannen in Marokko, zeggen ze. Maar een man uit Marokko halen is geen optie. Samira: 'Die hebben daar gestudeerd en moeten hier weer helemaal vanaf nul beginnen.'

Fatima en Samira dragen geen hoofddoek. Fatima's moeder zegt hoopvol: 'Misschien komt nog.'

Zakia (trui en spijkerbroek) draagt sinds haar negende buitenshuis een hoofddoek. 'Ik herinner me hoe ze uit school kwam en zei: ik wil een hoofddoek', zegt Fatima. 'Mijn ouders vonden het niks, ze was nog te jong voor zo'n beslissing. Maar ze wilde het per se.'

Zakia weet niet meer goed waarom ze toen besloot een hoofddoek te gaan dragen, maar het voelt nog steeds goed. 'Het past bij me.'

Samira en Fatima hebben nooit de aanvechting gevoeld, zeggen ze. Samira: 'Het beperkt je mogelijkheden. Bij de bank ben ik met een hoofddoek niet welkom.'

Fatima: 'Een hoofddoek zou ik voor mijn ouders dragen, dat is geen goede reden.' Ze heeft het vaak gezien: meisjes die van hun ouders een hoofddoek moeten dragen en die dan om de hoek afdoen. Samira moet een beetje lachen om de meisjes met hoofddoeken in flitsende kleuren die keurig matchen met tas en schoenen. 'De hoofddoek is soms meer een modeartikel', zegt Samira. 'Als je hem draagt, hoor je dat te doen om minder op te vallen. Die meisjes vallen juist meer op.'

Nederland is hun land. 'In Marokko kan ik de mensen vaak niet verstaan', zegt Fatima. 'Ik spreek Berber, geen Arabisch. Dan voel je je echt op vakantie, hoor.' Leuk voor vakantie, ze zouden er echt niet willen wonen. Samira: 'In Marokko heb je een man nodig als je iets wilt regelen.'

Toch worden Fatima en Samira hier vaak aangesproken als Marokkaan. 'Weet je waar ik echt moe van wordt', vraagt Fatima. 'Dat ik me steeds moet verantwoorden voor het gedrag van andere Marokkanen. Nee, zelfs voor andere moslims.' Neem de rel over de spotprenten, zegt ze. 'Ik zet op kantoor één stap over de drempel en ik word erop aangesproken. Dan vragen ze me: waarom doen jullie dat toch?' Thuis hebben ze wel gesproken over de heftige reactie van sommige moslims. Maar op haar werk weigert ze elke discussie omdat ze binnen een halve minuut in de verdediging zit. 'Stel, er is een moord gepleegd in Friesland. Ik denk dat jij raar zou opkijken als ik jou zou vragen: waarom doen jullie dat toch?'

Dit is het laatste deel van een serie over Marokkaanse jongeren in de Dordtse Wielwijk. Devorige afleveringen zijn na te lezen op www.nrc.nl