Huwelijksritueel 2

In een interview (NRC Wetenschapspagina, 9 februari) stelde ik dat men zich in Japan minder hoog boven dieren stelt dan in het westen. Elisabeth de Boer reageerde een week later met erop te wijzen dat Japan qua onverschillige en wrede omgang met dieren niet onder doet voor het westen. Ik denk dat zij daarin gelijk heeft. Toch is er een wereld van verschil tussen traditionele Japanse houdingen, bepaald door shintoïsme, boeddhisme en confucianisme, en het hiërarchisch mens-dier dualisme in de Europese traditie. Daar geldt de mens, als beeld van God dan wel redelijk en moreel wezen, als uniek en uniek waardevol, tot in het huidige Nederlandse maatschappelijke en wetsbestel toe. Mevrouw de Boer vraagt zich af of ik iemand ben tegengekomen die mij een te rooskleurig beeld schetste. Welnu, de antropologen Emiko Ohnuki-Tierney en Pamela Asquith schetsen respectievelijk de omgang met en onderzoek naar de Japanse makaak in Japan. Die gold in eerdere eeuwen als trickster-deity, zelf half-goddelijke middelaar tussen mensen en goden. Nu niet meer, inderdaad, maar het blijft een schril contrast met het traditionele Europese stereotype van andere primaten als des duivels en zinnebeeld van alles wat laakbaar is. Bij de houding tegenover bijvoorbeeld wolven, tot in de negentiende eeuw erg positief in Japan, speelt iets analoogs. Ook is de ontwikkeling van de Japanse primatologie op een heel andere manier bepaald door kosmologische overtuigingen dan de westerse primatologie. Opmerkelijk is dat positieve ideeën en waarden vaak, ook in Japan, niet sporen met harde feitelijke praktijken, met name niet in het huidige technocratische bestel. Daarin heeft Elisabeth de Boer zeker gelijk.