Humaniteit is voor iedereen het sleutelwoord

De helft van de burgemeesters werkt mee aan het landelijke beleid om uitgeprocedeerde asielzoekers uit te zetten. 'Ik werk mee, tenzij een gezin op straat komt te staan.'

Gemeenten tobben vrijwel allemaal met de uitvoering van het beleid van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Het getob komt voort uit de praktische gevolgen van dat beleid: uitgeprocedeerde vluchtelingen die in afwachting van uitzetting geen kant op kunnen en op straat rondzwerven.

Sinds de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet (2001) hebben asielzoekers die uitgeprocedeerd zijn en niet mogen blijven, geen recht meer op opvang. Het centraal orgaan dat verantwoordelijke is voor de opvang (COA) zet hen zonder pardon op straat. De praktijk is dat gemeenten zich hun lot aantrekken en zich verantwoordelijk voelen voor de uitgeprocedeerde asielzoekers. Eenderde van de burgemeesters heeft daarom besloten niet langer mee te werken aan het landelijke `opvang- en vertrekbeleid`. Deze burgemeesters geven alleen toestemming aan de politie om asielzoekers uit hun huis te zetten als de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan aantonen dat er een nieuw adres is - meestal een uitzet- of een detentiecentrum.

Circa de helft van de burgemeesters zegt wel volledig mee te werken aan de uitvoering van het rijksbeleid. Dat hoort in een rechtsstaat, is hun principiële stellingname. 'Gemeenten moeten zich voegen naar democratisch genomen rijksbesluiten', legt een CDA-burgemeester van een Limburgse gemeente uit. Maar actief meewerken heeft ook voor deze burgemeesters grenzen. Ze houden oog voor schrijnende en onmenselijke situaties, zeker als het vluchtelingen betreft die al jaren in hun gemeente wonen. 'Ik werk mee, tenzij een gezin op straat komt te staan', benadrukt burgemeester Han ter Heegde (VVD) van Heerhugowaard.

Uit de enquête van NRC Handelsblad blijkt dat de meeste burgemeesters de overtuiging hebben dat niemand zo maar op straat gezet mag worden.

De burgemeesters die niet meewerken, behoren niet bij voorbaat tot de oppositiepartijen die in de Tweede Kamer scherpe kritiek hebben op het beleid van Verdonk. Ook burgemeesters van de regeringspartijen CDA, VVD en D66 maken hun eigen afweging. Zo zegt VVD-burgemeester Henk Jan Meijer van Zwolle dat hij zijn burgers niet kan uitleggen waarom vluchtelingen die al jarenlang in Zwolle wonen, alsnog moeten worden uitgezet. Het betreft de asielzoekers die tot de zogeheten groep van 26.000 behoren die vóór de Vreemdelingenwet van 2001 in Nederland kwam. Meijer: 'Dat zijn lastige zaken voor een burgemeester. Burgers zijn vaak écht verontwaardigd als asielzoekers, die ze bijvoorbeeld via hun kinderen op school kennen, naar een vertrekcentrum moeten om te worden uitgezet.' Ook burgemeester Gerd Leers (CDA) van Maastricht weigert de politie in te zetten wanneer leden van die oude groep hun woning moeten verlaten. 'De afspraken die minister Verdonk met de gemeenten heeft gemaakt worden (nog) niet altijd waargemaakt', benadrukt Leers. Daar ligt voor veel gemeenten de kern van het probleem. Ze vinden dat het rijk de afspraken met de gemeenten niet nakomt: er was beloofd dat asielzoekers niet op straat zouden worden gezet. Volgens Verdonk valt dat niet altijd uit te sluiten. Zij verschilt hierover fundamenteel van mening met de gemeenten.

De meeste burgemeesters, ongeacht hun politieke kleur, 'willen humaan blijven handelen', benadrukt Letty Demmers-Van der Geest (D66) van Best. Ook voor haar collega Bort Koelewijn van Rijssen-Holten (ChristenUnie) geven humanitaire omstandigheden de doorslag. 'Als er geen fatsoenlijke opvang en begeleiding is, maken we onze eigen keuzes', onderstreept hij. Een andere gemeente in het zuiden van het land, met een CDA-burgemeester die anoniem wil blijven, verklaart dat 'de gemeente de noodopvang van uitgeprocedeerde asielzoekers bevordert, mits ze meewerken aan vertrek'. Utrecht komt er al langer voor uit dat de gemeente niet meewerkt als er geen alternatieve opvang voorhanden is. 'We willen niet', zegt PvdA-burgemeester Annie Brouwer-Korf van Utrecht, 'dat vluchtelingen in de illegaliteit belanden.' Dat is volgens haar een ongewenste ontwikkeling omdat een deel van deze mensen in de criminaliteit en de drugsscene terechtkomt of tot prostitutie wordt gedwongen. Onderzoek in 2002 wees uit dat van de 600 mensen in de Utrechtse drugsscene er 77 een asielachtergrond hadden. Daarom heeft de gemeente een huiskamerproject opgezet voor ex-ama`s, asielzoekers die op minderjarige leeftijd Nederland binnenkwamen. In Utrecht bivakkeren circa 350 ex-ama`s op goedkope kamers ergens in de stad. Of ze wonen tijdelijk in bij kennissen. Ruim 150 ex-ama`s hebben een verblijfsvergunning. De andere 200 zitten nog in een asielprocedure of zijn uitgeprocedeerd. Het huiskamerproject kost de gemeente Utrecht 400.000 euro per jaar.

Uit de enquête blijkt dat vooral gemeenten met 10.000 tot 25.000 inwoners zeer nauw bij het asielbeleid betrokken zijn. Een verklaring is daar niet meteen voor te geven. Een andere opvallende uitkomst is dat zowel in Brabant als in Noord-Holland relatief veel gemeenten niet meewerken.Ook in Friesland en Groningen, provincies waar relatief veel asielzoekers wonen, weigeren verhoudingsgewijs nogal wat gemeenten om het uitzet- en vertrekbeleid van de minister uit te voeren.

In de Randstad zijn gemeenten volgzamer. 'In principe voeren wij het rijksbeleid uit, maar we vragen wel aandacht voor [...] echt schrijnende gevallen', schetst een CDA-burgemeester in Zuid-Holland de spagaat die de meeste gemeenten volgens de enquête maken.