Hormoontherapie tegen prostaatkanker mislukt naontsteking

Cellen van het afweersysteem kunnen de werking van chemotherapie bij prostaatkanker frustreren. Niet doordat de afweercellen de toegediende medicijnen direct binden en onschadelijk maken, maar doordat de afweercellen een stof afscheiden die de werking de chemotherapie min of meer omkeren.

Prostaattumoren worden behandeld met chemotherapie die de celdelende invloed van mannelijke geslachtshormonen op de prostaatklier belemmeren. Die behandeling wordt meestal niet gegeven om te genezen (curatief), maar om het ziekteproces te vertragen en te verzachten (palliatief). Het komt echter regelmatig voor dat de behandeling niet aanslaat. Het was een raadsel waardoor dat kwam.

Onderzoekers in San Diego hebben ontdekt dat dit het gevolg is van een interactie tussen de kankercellen en macrofagen, cellen van het afweersysteem die betrokken zijn bij ontstekingsreacties. Mogelijk gaat het hierbij om een proces dat ook een rol speelt bij de menstruatie en zwangerschap (Cell, 10 februari).

Mannelijke geslachtshormonen (androgenen) zoals testosteron, zijn onmisbaar voor de normale groei en werking van de prostaatklier. Androgenen bevorderen echter ook de abnormale groei van prostaattumoren. Vandaar dat één van de behandelopties is om mannen met prostaatkanker een stof toe te dienen die de activiteit van androgeen tempert.

De onderzoekers kwamen op het idee naar de invloed van macrofagen te kijken toen bekend werd dat die mogelijk een rol spelen bij het ontstaan van ouderdomsdiabetes bij mensen met overgewicht. Daar geven deze cellen in het vetweefsel stoffen af die een normale reactie op insuline in de weg staan. Om erachter te komen of dit bij prostaatkanker ook het geval is, kweekten zij kankercellen in een kweekvloeistof waaraan behalve de chemotherapie ook macrofagen waren toegevoegd. En wat bleek: genen die door de anti-androgene chemotherapie geremd hadden moeten worden, werden juist gestimuleerd.

Dat kon in deze experimentele setting alleen zijn gebeurd onder invloed van stoffen die door de macrofagen waren afgegeven. Een van de stoffen bleek specifiek te werken op de androgeenreceptoren - de eiwitten waar de androgenen aan binden waarna bepaalde genen worden afgelezen en de cel een bepaalde functie uitoefent. Mogelijk, speculeren de onderzoekers,speelt ditzelfde stofje een rol bij andere hormoongestuurde processen, zoals bij de ovulatie, de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder en het loslaten van het baarmoederslijmvlies tijdens de menstruatie. Huup Dassen