Hoge Raad stelt Wijn in ongelijk

De Hoge Raad heeft bezwaar tegen een beperking van de hypotheekrente-aftrek zoals staatssecretaris Wijn (Financiën) die toepast. De Raad rekent in drie gisteren gewezen arresten af met de redenering dat een huizenbezitter zijn rente-aftrek verspeelt als hij alle kosten niet meteen rechtstreeks uit de hypotheek betaalt.

Het gaat om situaties waarbij iemand eerst kosten maakt om zijn huis te (ver)bouwen en pas later de hypotheek afsluit. De wet kent hypotheekrente-aftrek toe als er een direct verband bestaat tussen de kosten en de hypotheek.

In één van de berechte gevallen wilde de huiseigenaar een verbouwing van ondermeer de zolder en de garage financieren met een verhoging van de hypotheek. De onderhandelingen met de bank verliepen evenwel traag. Omdat de verbouwing al was begonnen, betaalde de man de makelaar alvast met spaargeld. Pas toen de verbouwing voltooid en betaald was, kwam de hypotheekverhoging rond. Volgens staatssecretaris Wijn is de verbouwing niet rechtstreeks met hypotheekgeld betaald en verspeelt de man hiermee zijn fiscale aftrekpost voor de rente van de verbouwing. Deze opstelling kost de betrokkene jaarlijks 1.000 euro aan rente-aftrek.

De Hoge Raad oordeelde echter anders. Het is volgens haar duidelijk dat de huiseigenaar van meet af aan de verbouwing door de hypotheekverhoging wilde financieren, en daarmee staat de band tussen de verbouwing en de hypotheek voldoende vast. De fiscus moet niet zo kinderachtig zijn de tussenstap van de eigen financiering aan te grijpen om de aftrekpost te weigeren.

Nu de Raad een stokje heeft gestoken voor de strikte wetsinterpretatie van staatssecretaris Wijn, hoeft men voortaan de (ver)bouw van een huis niet langer uit te stellen tot de hypotheek helemaal rond is.