HFC Haarlem draagt het rood en blauw weer met trots

HFC Haarlem, van 1 oktober 1889, won vorige week voor het eerst in 25 jaar een periodetitel. De eerstedivisieclub werkt in eenvoud naar perfectie. Het geheim? 'Keihard werken', zegt trainer Gert Aandewiel.

'Daar', wijst doelman Erik Heijblok als hij zich een kwartslag draait. Hij richt zijn vizier op een immense bouwkraan en een metershoge stellage, muziek klinkt uit de boxen. 'Dankbaar moeten we zijn. Het is nu donderdag half een, onze werkdag zit erop', zegt de sluitpost van de Haarlemsche Football Club Haarlem. Soms komt het tot schreeuwerige conversaties tussen de bouwvakkers en de spelers van Haarlem. 'Wij klagen soms omdat we twee keer moeten trainen op een dag', haalt Heijblok zijn schouders op. Hij wil maar zeggen: 'De realiteit moet je nooit uit het oog verliezen. Dit is geen normaal leven. Alleen bij tegenslag besef je hoe dankbaar je moet zijn.'

Heijblok (28) weet welbeter. Hijis pas drie jaar prof. 'Daarvoor had ik een fulltime baan en keepte drie avonden in de week bij hoofdklasser Hollandia.' Op zondag speelde hij dan een competitiewedstrijd. Nu is alles anders. Het bescheiden succes van Haarlem moeten we in zijn ogen 'niet romantiseren, maar ik ben erwel trots op'.

Trots. Dat woord komt ook uit de mond van Kick Sabelis als hij spreekt over de periodetitel, die vorige week werd gewonnen na een overwinning bij Fortuna Sittard. Voor het eerst in 25 jaar was er weer iets te vieren bij voetbalclub Haarlem.

Samen met Karel Drogtrop (58) reinigt Sabelis (52) twee keer per week het supportershome. Ze zijn weer trots om supporter te zijn van Haarlem. 'Het is net alsof je na vijftien jaar stilte je verjaardag weer mag vieren. Dan maak je er ook een extra groot feest van', refereert Drogtrop aan de periodetitel. Hij kwam als veertienjarige jongen met zijn vader naar Haarlem, met paard en wagen. 'Mijn vader was fruithandelaar. En als het zomertijd was ging ik met hem mee, verkochten we pruimen, appels en aardbeien. Bij Haarlem kwam ik vroeger altijd graag.' Drogtrop en Haarlem: het was liefde op het eerste gezicht.

Drogtrop issponsor met zijn schoonmaakbedrijf en bestuurslid van de businessclub. Hij is er vorige week net als Sabelisbij geweest toen zijn club de periodetitel won. 'Eindelijk succes. We zijn altijd het lachertje geweest en nu wordt er toch rekening met ons gehouden.' Dat gevoel doet ook Sabelis goed. Eindelijk kan hij weer zeggen: ik ben supporter van Haarlem. Daar heeft hij lang op moeten wachten. Sabelis denktvaak terug aan de busreis naar het Belgische AA Gent in 1982, eerste ronde van de Europa Cup. 'Kocht ik voor 25 gulden een kaartje, vergeet ik nooit meer.' Haarlem won, en ging door naar de tweede ronde, waarin het verloor van Spartak Moskou. Dat was het laatste aansprekende succes, want in 1990 degradeerde Haarlem naar de eerste divisie. Een langdurige periode van anonimiteit brak aan.

Dit seizoen leek een kopie van voorgaande jaren te worden. Op 4 november stond de club van trainer Gert Aandewielteleurstellend achttiende. Sindsdien is er geen wedstrijd meer verloren. Zelfs Ajax werd in de winterstop tijdens een oefenwedstrijd in bedwang gehouden (0-0). De club draait nuin de subtop van de eerste divisie. Drogtrop noemt twee namen dieverantwoordelijk zijn voor het succes. Ten eerste Aandewiel, maar vooral manager voetbalzaken Aad Goedhart. 'Hij is ondergewaardeerd', vindt Drogtrop. Goedhart staat bekend als een harde, eerlijke onderhandelaar, die een hart voor de club heeft.

Goedhart is geen man die zich op de borst klopt. Maar hij weet met beperkte middelen een representatieve selectie bij elkaar te brengen door te scouten bij hoofdklassers entweede elftallen van een Betaald Voetbal Organisatie (BVO).

Haarlem heeft nog nooit bij de gemeente aan moeten kloppen voor financiële steun. 'Omdat we beperkte middelen hebben, spelen we sportief een bescheiden rol. Dat is de harde werkelijkheid.' Daarom kan Goedhart zichboos maken over gemeenten die de lokale voetbalclub met vele miljoenen te hulp schieten. ,,Zeker als het een gevolg is van mismanagement', zegt Goedhart.

Met de bouw van een nieuw stadionmoet voetbalclub Haarlem aantrekkelijker worden voor sponsors. 'Maar dat is een lijdensweg', oordeelt Goedhart. De bouw van het stadion, dat plaats moet bieden aan achtduizend toeschouwers, loopt niet soepel. Zoals het er nu voorstaat speelt Haarlem erin het seizoen 2008/2009, een jaar later dan gepland. Er is ook goed nieuws: Haarlem staat op het punthet samenwerkingsverband met Ajax voor twee jaar te verlengen. Doel hiervan is het verhogen van het opleidingsniveauen voetballers van Ajax onderdak tebieden om ervaring op te laten doen in de eerste divisie.

Ook trainer Gert Aandewiel krijgt de credits voor deresultaten van Haarlem, dat gisteravond met 0-0 gelijkspeelde tegen Cambuur Leeuwarden. Het is zijn eerste seizoen als proftrainer. De oud-speler vanVolendam, Sparta en Dordrecht'90 kwam afgelopen zomer over van amateurclub Quick Boys, waarmee hij algeheel amateurkampioen van Nederland werd. Bovendien werd hijgekozen tot amateurtrainer van het jaar. Wat is zijn geheim? 'Keihard werken. Ik ben een exponent van de Hollandse school, laat mijn ploeg altijd 4-3-3 spelen. Ik wil aanvallend voetballen. Dat wil het publiek immers graag zien.'

Maar de publieke belangstelling valt tegen bij Haarlem. Ondanks de succesvolle periode zitten er zo'n tweeduizend toeschouwers op de tribunes. Karel Drogtrop heeft er een verklaring voor. 'Dat noemen we: Houten Haarlemmers. Ze zijn stijf, afwachtend.' Maar het was de laatste jaren sowieso niet echt aantrekkelijk op vrijdagavond naar Haarlem te kijken, beaamt Drogtrop. Op de staantribunes achter het doel ligt een dikke laag mos en het onkruid heeft vrij spel. De KNVB heeft ze in de jaren negentig ontoegankelijk verklaard.