Het sprookje van de campagnesubsidies

Het sprookje dat de landelijke partijen hun plaatselijke afdelingen subsidiëren met overheidsgeld, duikt voortdurend op bij de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Nu weer in het verhaal van Manuel Kneepkens (Opiniepagina, 20 februari). Het is een hardnekkig verhaal dat de meeste kranten dankbaar oppikken, begaan als zij zijn met de lokale politieke underdogs.

De feiten zijn anders. Als plaatselijk campagneleider voor het CDA kom ik zo aan mijn budget: van de leden van de partij in mijn gemeente komt een deel van de contributie terug naar de lokale afdeling. Deze spaart vier jaar lang kleine beetjes voor de raadscampagne, aangevuld met een bedelactie in het verkiezingsjaar. Op die manier wordt een bescheiden bedrag opgehaald.

We hebben helemaal geen voordeel van de partij in ‘Den Haag’, eerder een nadeel wat de lokalen niet hebben, want zij hoeven geen landelijk partijbureau te onderhouden. Het enige voordeel dat de landelijke partijen bieden is de mogelijkheid van een training door het landelijke vormingsinstituut. Maar dat levert geen geld op voor de plaatselijke campagnekas. Ter informatie: die bedraagt in Zeist zo’n 8.000 euro. Er zijn heel wat lokale partijen met een veel groter budget.