Het lot van de eerste burgers van het land

De burgemeesters hoeven zelf niet mee te doen aan de verkiezingen, maar daarna spelen zij weer een grote rol. Voorzitter van het college én van de raad: een mooi vak of een overcomplete functie?

Dat moet dan maar, moeten de Nederlandse burgemeesters hebben gedacht toen ze ontslagen dreigden te worden. Het kabinet wilde alle burgemeesters uit hun ambt zetten. Ze moesten campagne gaan voeren om door het volk van hun eigen gemeente gekozen te worden bij de verkiezingen van 7 maart aanstaande: het burgemeestersreferendum.

Maar het ging niet door. Vorig jaar wees de Eerste Kamer het wetsvoorstel hiervoor af. De burgemeesters mochten blijven zitten waar ze zaten, voor zolang hun ambtstermijn duurde.

Wat zullen de burgemeesters blij geweest zijn. Want er waren er maar weinig die op een referendum zaten te wachten. NRC Handelsblad heeft het ze gevraagd, in een enquête waar alle burgemeesters aan mee mochten doen: Vindt u het jammer dat het voorstel om de burgemeester vanaf 2006 te kiezen, niet is doorgegaan? Nou nee: 180 van de 233 respondenten (78 procent) waren blij dat het er niet van is gekomen. Slechts 40 burgemeesters vonden het jammer - de overige 13 hebben de vraag niet beantwoord.

Ze waren er dan wel tegen, maar dat betekende niet dat ze er dan en masse de brui aan zouden hebben gegeven, zoals de burgemeesters van Onderbanken en Oud-Beijerland ruim een jaar geleden deden. Die namen om principiële redenen ontslag. Ze wilden zich niet onderwerpen aan 'de stroom van vluchtigheid die in de maatschappij overheerst'.

De burgemeesters van nu zouden hun lot gedragen hebben. Tweederde zou zich verkiesbaar hebben gesteld. Maar niet van harte, want een verkiezing is niet het middel om tot een eerste burger van een gemeente te komen, vinden de eerste burgers. Net iets meer dan eenvijfde vindt dat het volk moet bepalen wie er burgemeester wordt.

Niet dat ze niet democratisch zijn, want 29 procent kiest ervoor de door het volk gekozen gemeenteraadsleden te laten beslissen - immers: de burgemeester is hun voorzitter. Minder dan de helft (42 procent) wil dat alles bij het oude blijft: de Kroon heeft het voor het zeggen, weliswaar met inspraak van de raad. Zelfs drie van de twintig D66-burgemeesters die meededen aan de enquê te, vinden dat de Kroonbenoeming de beste procedure is, terwijl het toch hun partij is die zich altijd voor een gekozen burgemeester heeft ingezet.

Maar waarom wilden de burgemeesters zich dan toch verkiesbaar stellen? Ze zijn in ieder geval dol op de gemeente waar ze nu werken. Meer dan de helft is zonder meer beschikbaar voor herbenoeming aan het eind van hun ambtsperiode. Nog eens ruim een kwart twijfelt. Dat zijn vooral de burgemeesters die al een aantal andere gemeenten achter de rug hebben, en in een grotere plaats weer aan de slag willen. Wie echt niet wil beginnen aan een nieuwe periode in de eigen gemeente, is meestal al ouder dan zestig en bijna pensioengerechtigd. En er is maar één burgemeester - we hebben hem helaas anonimiteit beloofd - die uit het vak wil en op zoek is naar een andere baan.

Wie zijn de burgemeesters van Nederland? Hun gemiddelde leeftijd is 55,5 jaar - slechts 9 procent heeft de jaren `50 niet meegemaakt. De drie grote partijen (CDA, VVD en PvdA) zijn sterk vertegenwoordigd. Bijna niemand is lid van een lokale partij - terwijl die partijen bij de vorige verkiezingen toch een aanzienlijke winst boekten.

Ook zijn ze niet onbekend met politiek en bestuur. Bijna 90 procent van de burgemeesters was al eerder actief als politicus, meestal als raadslid of wethouder. En de helft had al eens een baan als ambtenaar. Slechts zes respondenten zijn nooit eerder ambtenaar of politicus geweest voordat ze burgemeester werden.

Ze hoeven dan niet zelf mee te doen aan de aanstaande verkiezingen, daarna spelen de burgemeesters wel weer een grote rol. Want ze worden voorzitter van de raad en voorzitter van het college, en daarnaast krijgen ze een eigen portefeuille. Burgemeesters zijn ook een soort wethouder, met een sterke positie: 29 procent zegt meer invloed te hebben op collegebesluiten vergeleken met de wethouders - 5 procent zegt minder invloed te hebben. Daarnaast willen velen (28 procent) dat hun invloed op de lokale politiek verder groeit (7 procent zou dat juist niet willen).

Hoe dan ook, zegt de burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht, 'burgemeester zijn is een mooi vak!' Maar een PvdA`er uit het Noorden heeft zo zijn twijfels: 'Is het eigenlijk niet een volledig overcomplete functie, die slechts het restant is van een middeleeuwse staatsvorm? Moeten we niet eens grondig naar de renovatie van het lokale bestuur kijken?'