Han Entzinger: Polen zijn de ware gastarbeiders

Buitenlanders die hier werken hoeven zich niet te identificeren met de Nederlandse samenleving, zegt immigratie-hoogleraar Han Entzinger tegen Kees Versteegh.

Inwoners van de Duin- en Bollenstreek voelen zich onbehaaglijk over de toevloed van Polen naar hun streek, zo bleek uit een studie die vorige week mede onder uw verantwoordelijkheid verscheen. Er komen Poolse supermarkten, cafés, kerken, en zelfs een eigen parochie. Nederlanders hebben soms het gevoel dat hun omgeving overgenomen wordt. Is dat terecht?

,,Ach, we zijn wel wat gewend geraakt. Er zijn de nodige andere groepen te bedenken die op veel grotere afstand staan van de gemiddelde Nederlander dan de Polen. De mensen die over die supermarkten klagen, zijn vaak dezelfde die het hebben over 'die vreemde snoeshanen' uit het naburige dorp. De Polen om wie het gaat, komen alleen voor seizoensarbeid in de tuinbouw en de bollenteelt, en gaan daarna weer weg. Ze werken keihard als ze hier zijn. Logisch dat je ze dan nauwelijks op straat tegenkomt, om er een praatje mee te maken.''

Toch blijkt uit dezelfde studie dat zulke maatschappelijke structuurtjes ervoor zorgen dat migranten sneller en met grotere groepen terugkomen. Dat gebeurde destijdsook met de Turken en Marokkanen.

,,Dat klopt. Het is een klassiek gegeven dat er zelfs bij pendelaars altijd een groep achterblijft. Toch moet je de betekenis daarvan niet overdrijven. De Polen komen hier voor werk, niet voor die leuke parochie. Als dat werk er niet is of niet meer is, gaan verreweg de meesten weer weg. In die zin zijn de Polen echte gastarbeiders.''

Dat werd in de jaren zestig ook gezegd.

,,Ja, maar nu gaan ze écht terug.De Polen zijn nu al pendelaars; dat gold destijds niet voor Turken en Marokkanen. De afstanden zijn veel korter, en de reismogelijkheden zijn veel groter geworden, vergeleken met dertig, veertig jaar geleden.Bovendien zijn de economische perspectieven van Polen nu veel beter dan die van Turkije en Marokko destijds.

,,Onderschat ook de zuigkracht van de demografie niet. Polen is - ondanks z'n katholicisme - een vergrijzend land. In combinatie met economische groei heeft dat tot gevolg dat er steeds meer banen in Polen beschikbaar zijn. Het is nu al zo dat daar gaten vallen. Die worden nu nog opgevuld door Russen, Wit-Russen en Oekraïeners.Hongarije en Tsjechië zijn om dezelfde reden nu al immigratielanden geworden.

,,Als de gaten in Polen worden opgevuld door Polen zelf, komen die Russen, Wit-Russen en anderen ook onze kant op, al krijgen we er eerst nog Roemenen en Bulgaren tussendoor. Maar ik ken nu al mensen die voor een schilderklus een telefoonnummer in St. Petersburg bellen.''

Verandert Nederland zo niet in een parkeerplaats langs een snelweg waar Europese nomaden neerstrijken zolang er iets te doen valt?

,,Daar zit een kern van waarheid in.Een Bulgaarse vrouw zei eens tegen mij: 'Ik zit hier, ik werk hier, en ik draag bij aan jullie economische ontwikkeling. Ik ga weer weg als het werk klaar is. Voor mij is dat genoeg. Maar jullie willen ook nog dat ik mij identificeer met Nederland. Waarom zou ik dat doen?'

,,Ik vind dat zij een punt had. Moeten buitenlanders die hier tijdelijk zitten, bijvoorbeeld de Japanse manager van Sony, zich identificeren met de Nederlandse samenleving of met de Nederlandse arbeidsmarkt? Ik denk het laatste. Dat druist wel in tegen het streven van dit kabinet. Dat zou het liefst willen dat iedereen gezellig in een grote kring gaat zitten om daar de Nederlandse identiteit te benadrukken. Maar je kunt over Nederland ook denken als een plek waar gewerkt wordt, waar economische bedrijvigheid heerst, waar mensen aan bijdragen én baat bij hebben.

,,Wel geef ik toe dat je hierbij op een lastig probleem stuit: hoeveel solidariteit, hoeveel onderlinge verbondenheid heb je als samenleving nodig om voorzieningen en welvaart op peil te houden? Die Bulgaarse zal dan zeggen: 'Ik ben niet solidair met de Nederlanders, maar wel met de Bulgaren.' ''

Over solidariteit gesproken: Waarom zou Nederland nog investeren in de opleiding en de arbeidsmoraal van kansarme jongeren als we banen voor laaggeschoolden weggeven aan Polen en straks Roemenen?

,,Dat is een reële vraag. Er dreigt verdringing voor Nederlandse laagopgeleiden, al weten we niet hoe groot die verdringing is. Het is en blijft lastig om deze mensen met een geringe opleiding en arbeidsmotivatie aan een baan te helpen. Werkgevers zeggen heel vaak over bijvoorbeeld jonge Antilliaanse en Marokkaanse drop-outs:'We hebben alles met hen geprobeerd, gebruikgemaakt van subsidies en programma's, maar het lukt niet. Vergeleken met hen werken de Polen veel harder'. '

Het Centrum voor Werk en Inkomen in de Duin- en Bollenstreek stelt dat werkgevers soms liever Polen dan Nederlanders hebben, omdat met Polen gemakkelijker fiscale schijnconstructies zijn op te zetten.

,,Voor zover die onwettig zijn, moet daar hard tegen opgetreden worden, want dat ondermijnt de verzorgingsstaat. Maar verdringing leidt hoe dan ook tot nieuwe werkloosheid en dus tot meer uitkeringen. De verdringing betreft echt een politieke kernvraag, waar diverse kanten aan zitten.

,,De Oost-Europese landen zijn in 2004 bij de EU gekomen op een moment dat ze nog lang niet zover waren als Zuid-Europese landen als Spanje en Portugal toen die er in de jaren tachtig bij kwamen. Toch is dat in 2004 om buitenlands-politiekestrategische redenen gedaan, om ze tijdig binnenboord te halen. Maar daar betaal je dan wel een prijs voor in de vorm vangoedkope buitenlandse arbeidskrachten die in eigen land tot enige verdringing leiden. Dat ze ook nog eens in sectoren werkzaam zijn die van overheidssubsidies aan elkaar hangen zoals de land- en tuinbouw, is overigens geen toeval. Er zijn grote politieke belangen mee gemoeid om de tuinbouw overeind te houden, net zoals de scheepsbouw in de jarenzeventig. Goedkope arbeidskrachten komen dan goed van pas. De geschiedenis herhaalt zich op dit punt wél. Want de vraag is of de tuinbouw rendabel te houden valt. Net als bij de scheepsbouw destijds is heteen politieke keuze om die sector in levente houden.

,,Een andere politieke afweging betreft de vraag in hoeverre Den Haag de verzorgingsstaat wil versoberen om Nederlandse, kansarme groepen toch aan het werk te helpen. Als je de uitkeringen flink verlaagt, wordt de druk om onaantrekkelijk werk aan te nemen groter. Maar zo'n versobering kan ten koste gaan van mensen die de uitkering echt nodig hebben.''

Of Nederland past het strenge Deense model toe, waar een werkloze eerst aan tal van reïntegratieprogramma's meegedaan moet hebben om een uitkering te krijgen.

,,We zijn zelf ook al een beetje die strenge kant opgegaan. Maar dat beschouw ik niet als een verslechtering. We slagen er namelijk steeds beter in om overheidsuitgaven voor reïntegratie en uitkeringen bij de groepen te laten terechtkomen om wie het gaat. Het Sociaal en Cultureel Planbureau had in zijn studie Profijt van de Overheid ooit berekend dat de hoogste inkomensgroepen het meeste profijt van de overheid hebben, omdat ze hun hypotheekrente kunnen aftrekken en veelnaar de zwaar gesubsidieerde schouwburg gaan.

,,Maar uit berekeningen blijkt ook dat de onderste 20 procent steeds meer van overheidsuitgaven is gaan profiteren, met name in de jaren negentig. De overdrachtsuitgaven komen veel geconcentreerder dan vroeger terecht bij mensen die het echt nodig hebben. Dat, terwijl in ongeveer dezelfde tijd overheidsuitgaven voor uitkeringen in de sociale zekerheid als percentage van het bruto nationaal product flinkzijn afgenomen. Ik vind dat een prestatie. Dat betekent namelijk dat we in Nederland - zeker in vergelijking met andere Europese landen - flexibel zijn. Daardoor kunnen we de nodige schokken blijven opvangen.''