Haaien komen in oceanen beneden 3.000 meter nauwelijks voor

Haaien komen in de oceanen nauwelijks voor op diepten van meer dan drie kilometer. Dat concludeert een groep biologen onder leiding van Monty Priede van de universiteit van Aberdeen (Proceedings of the Royal Society, 22 februari). De biologen vermoeden dat gebrek aan voedsel een belangrijke oorzaak is van de haaienschaarste in de diepzee. De energieverslindende leefstijl van haaien die in open water leven zou op grote diepte daarom niet zijn vol te houden.

Om te bepalen hoe diep haaien (en de verwante roggen) voorkomen, bemonsterden de onderzoekers de Atlantische oceaan vanaf 500 meter tot op 4.800 meter en de Stille Oceaan tot op 5.900 meter. Daarvoor werden drie technieken gebruikt: camera's met aas, haken met aas en sleepnetten. Beenvissen werden aangetroffen op alle bemonsterde diepten. Haaien kwamen beneden 3.000 meter niet voor.

De resultaten van de bemonstering zijn gecombineerd met bestaande gegevens. Waarnemingen van haaien op grote diepte (vanaf twee kilometer) beperken zich tot oceanische ruggen en andere onderzeese berghellingen. Haaien die zich tegoed doen aan dode walvissen zijn op de zeebodem aangetroffen tot op 2.000 meter. Volgens de auteurs hebben dieptemeters niettemin uitgewezen dat haaien zich in open water niet beneden 1.500 meter begeven.

De wereldzeeën zijn gemiddeld vier kilometer diep. Het leefgebied van de haai beperkt zich volgens de auteurs tot 30 procent van al het oceaanwater. De grootste diepte waarop ooit een erkende waarneming van een haai is gedaan ligt op 3.700 meter (Centroscymnus coelolepis). De diepstlevende rog is aangetroffen op een diepte van 4.156 meter (Rajella bigelowi). Gemiddeld leven deze dieren veel minder diep onder het wateroppervlak.

Volgens de auteurs is het gebrek aan haaien op grote diepte zorgwekkend. Het betekent dat de dieren leven op een diepte die vissers makkelijk kunnen bereiken en dat er geen verborgen reserve bestaat.

Michiel van Nieuwstadt