Grieks snelschrift

Waarom gaat iemand rijtjes, in totaal 2368 woorden opschrijven? Dat was het raadsel rond een 1600 jaar oude Griekse papyrus die papyroloog Klaas Worp vond in een Spaanse abdij. Het blijkt de index van een stenografiehandboek.

Theo Toebosch

Ook in een dode taal als het Klassiek Grieks duiken regelmatig nieuwe woorden op. Een woord als gongulismos staat nòg niet in de woordenboeken, maar als het aan Klaas Worp, hoogleraar papyrologie aan de Universiteit Leiden ligt, straks wel. Het houdt verband met al wel bekende woorden als gongulizo en gongulos, die 'rondmaken' en 'rond' betekenen. Het zal dus mogelijk iets van 'rondmaking' betekenen.'

Worp kwam het nieuwe woord tegen in een papyrus uit de vierde eeuw na Christus. Minstens zo belangrijk als dat nieuwe woord is dat Worp sinds kort weet dat de bewuste papyrus de verloren gewaande index vormt van een mysterieus stenografiehandboek uit de oudheid.

De papyrus stamt uit de collectie van Ramón Roca Puig, kanunnik van de kathedraal van Barcelona. De geestelijke heeft in de jaren vijftig van de vorige eeuw in Egypte veel papyri en perkamenten gekocht. In totaal verzamelde hij ongeveer 1500 geschriften, financieel gesteund door een Catalaanse familie en een scheercrèmefirma. Hij gaf zijn papyri in eigen beheer uit - in het Catalaans. Worp: Dat is de bekendheid en toegankelijkheid van zijn collectie niet ten goede gekomen.' Roca Puig, die de laatste jaren van zijn leven in de Abdij van Montserrat doorbracht, heeft na zijn dood zijn collectie aan de benedictijnen in het klooster nagelaten.

Een Spaanse collega van Worp, Sofia Torallas Tovar van het het CSIC Instituto di Filología in Madrid, kwam bij een bezoek aan de abdij achter het bestaan van de grotendeels nog niet uitgegeven collectie. Er waren te veel geschriften om in haar eentje te onderzoeken en daarom riep zij twee jaar geleden de hulp van Worp in. Intussen heeft Worp drie keer een bezoek gebracht aan de 980 jaar oude abdij. Hij heeft wel eens op minder spectaculaire plekken onderzoek gedaan, zegt hij in zijn werkkamer op de eerste verdieping van het universiteitscomplex aan de Leidse Wittensingel. De abdij, 50 kilometer ten noordwesten van Barcelona, is gebouwd op een meer dan 1200 meter bijna recht omhoog oprijzende rots.

miscellaneus

De papyrus met het nieuwe Griekse woord is onderdeel van een codex (een ingebonden handschrift) die Roca Puig zelf omschreef als 'miscellaneus': van alles wat. Terecht, zegt Worp en hij somt de inhoud van het compacte boekje van 12,5 bij 21,4 centimeter op: Twee redevoeringen tegen Catalina van Cicero, een hymne op de maagd Maria in de vorm van een psalmus responsorius, een parafrase in het Latijn van de Alcestis van tragediedichter Euripides, gebeden in het Grieks die ook nu nog in de Grieks-Orthodoxe Kerk worden gebruikt, een soort vita (levensbeschrijving) van keizer Hadrianus in het Latijn èn achteraan dus een woordenlijst in het Grieks.'

Om die woordenlijst gaat het. Worp brengt op zijn computer 26 papyrusbladzijden in beeld. In een goed leesbaar handschrift zijn in drie kolommen van dertig tot 35 regels rijtjes woorden te zien.

Hij heeft ze ook allemaal uitgeschreven, in totaal 2368 woorden. Het eerste wat opviel is dat de woordenlijst is verdeeld in zes secties. Op de laatste na telt iedere sectie circa 400 woorden, Worp heeft geen reden om aan te nemen dat de laatste sectie oorspronkelijk niet ook 400 woorden telde. Een deel van de tekst ontbreekt dus.'

De grote vraag was wat de woordenlijst betekende. Waarom gaat iemand rijtjes woorden opschrijven? Het eerste wat papyrologen bij het achterhalen van de betekenis van een papyrus met een onbekende tekst doen is in woordenboeken en databases kijken welke woorden bij welke bekende auteurs voorkomen. In dit geval koos Worp voor een hightech en een klassiek hulpmiddel.

Sinds 1972 zijn ze aan de Universiteit van Californië bezig met de Thesaurus Linguae Graecae, een digitale database met alle literaire Griekse teksten vanaf 800 voor Christus tot de Byzantijnse en post-Byzantijnse tijd. Intussen hebben de samenstellers bijna alle teksten tot 1453, het jaar van de val van Constantinopel ingevoerd. Veel ouder, maar niet minder bruikbaar is het Greek-English Lexicon van George Liddell en Robert Scott, een woordenboek uit oorspronkelijk 1843. Na een herziening tussen 1925 en 1940 draagt het ook de naam van Henry Stuart Jones.'

Worps zoektocht leverde een divers resultaat. Sommige woorden kwamen voor bij Homerus, andere waren terug te vinden bij de tragediedichters of Aristophanes. De woorden kwamen niet alleen in literaire teksten voor. De lijst bevatte bijvoorbeeld ook technische termen uit de medische lectuur en een veertigtal woorden dat uitsluitend voorkwam bij Hesychios, een vijfde-eeuwse lexicograaf uit Egypte. Worp: Leuk dat wij de tweede bewijsplaats hadden gevonden, maar de betekenis van de lijst was ons nog altijd niet duidelijk.'

handboek stenografie

De sleutel bleek het woord 'schastès'. In 'LSJ', zoals classici het woordenboek plegen te noemen, staat 'Sine expl.', betekenis onbekend, gevolgd door 'Milne Greek shorthand manuals p. 42'. H.J.M. Milne heeft in 1934 twee Griekse papyri uit het British Museum gepubliceerd die een handboek stenografie vormden. Tiro, de trouwe dienaar van Cicero, wordt als uitvinder van de stenografie genoemd. Het staat in ieder geval vast dat hij een systeem had ontwikkeld om redevoeringen van Cicero snel vast te leggen en later in het net uit te kunnen werken. Stenografie is dus mogelijk geen Griekse uitvinding', zegt Worp. Papyri over stenografie uit de tijd vóór Christus zijn dan ook niet bekend. De papyri van Milne zijn net als onze codex uit de vierde eeuw na Christus.'

Worp wist van het bestaan van het boek van Milne, maar had het nooit grondig ingekeken. Het handboek bevat 810 tekens met een basisbetekenis. Een teken linksboven, linksonder, rechtsboven of rechtsonder naast het basisteken doet de betekenis compleet veranderen. Worp: Ieder teken was dus verbonden met vijf betekenissen. Je moest dus ruim 4000 betekenissen uit je hoofd leren om het systeem te kennen.' Een Italiaanse papyrologe noemde het stenografiehandboek zeven jaar geleden nog een goudmijn voor kennis van zowel de Griekse spreek- als de schrijftaal, die helaas weinig werd gebruikt en die helaas geen index kende.

En nu dus wel', zegt Worp. Vergelijking van Milne met de codex maakte duidelijk dat beide in secties zijn opgebouwd. Daarna zagen Worp en Torallas Tovar dat in de Montserrat-tekst eerst de woorden met beginletter alfa uit iedere sectie van honderd van Milne zijn overgenomen, gevolgd door die met beginletter bèta enzovoort. Nog eens goed kijken maakte duidelijk dat er hele stukken zijn met precies dezelfde woorden in dezelfde volgorde. De Montserrat-tekst sluit perfect aan op het handboek van Milne.'

De codex mist in vergelijking met Milne ongeveer 1600 woorden. Je kunt de codex vergelijken met een schoolschrift waar aan de buitenkant een aantal dubbelpagina's is afgehaald en waar dus voor en achter pagina's ontbreken. Want ook bij de Cicero-tekst voorin de codex ontbreekt een deel. Omdat we die tekst kennen kunnen we schatten hoeveel pagina's er zowel voor als achter ontbreken: precies genoeg voor 1600 woorden.'

De codex en de tekst van Milne zijn niet helemaal hetzelfde. Worp heeft behalve gongulismos nog twee andere woorden gevonden die nergens anders voorkomen, dusproagistos en thalamèforos. Omdat de context ontbreekt, is het gissen naar de betekenis', zegt Worp. Het kunnen ook verschrijvingen zijn die bij het dicteren zijn ontstaan. Misschien had er in plaats van thalamèforos het wel bekende woord thalamèpolos (bediende, eunuch) moeten staan.' Door de codex en Milne met elkaar te vergelijken kan hij over en weer schrijffouten eruithalen. Ook kunnen hij en zijn Spaanse collega met de Montserrat-tekst lacunes in Milne aanvullen.

antinoöpolis

Hetfeit dat de woordenlijst te maken heeft met stenografie, geeft, hoewel zeer hypothetisch, ook een indicatie over de herkomst, vertelt Worp. Van de pakweg twintig papyri met stenografisch materiaal zijn de meeste in Antinoöpolis gevonden. De stad was rond 400 een belangrijk bestuurscentrum, waar steno van pas kwam. Verder is de stad in 130 door Hadrianus gesticht als eerbewijs aan zijn in de Nijl verdronken geliefde Antinoös. Die combinatie en het feit dat de codex ook een soort vita van Hadrianus bevat zijn een aanwijzing dat de codex wellicht uit dezelfde stad stamt.'

Rest de vraag wat de lijst in de codex doet. Worp heeft een idee. De religieuze teksten doen sterk vermoeden dat de eigenaar een priester was. Maar dan wel een priester die ook les gaf, getuige de Ciceroteksten en de woordenlijst. De combinatie priester-leraar kennen we ook nog uit onze tijd.'