Goed openbaar vervoer beter dan een nieuwe autoweg 1

Er is breed verzet tegen de komst van een nieuwe autoweg in het landschap van Gein en Vecht (A6/A9) (NRC Handelsblad, 28 januari). Het plan voor de nieuwe autoweg begon al verkeerd. Omstreeks het jaar 2000 legde de minister van Verkeer en Waterstaat het tekort aan verbindingen tussen Amsterdam en Almere voor aan Rijkswaterstaat. Daardoor is de oplossing beperkt tot één: meer wegen.

Het rijk gaat ervan uit dat de uitgaande pendel van Almere op het huidige hoge niveau zal blijven. In feite was die in 1992 zo’n 60 procent van de beroepsbevolking, tien jaar later nog 55 procent. Aannemelijk is, dat dit percentage in de komende jaren verder zal dalen. Als de bevolking van Almere groeit en het percentage uitgaande pendelaars daalt, neemt het aantal personen dat pendelt, niet noemenswaard toe.

Het is gewenst, de thans lopende procedure, die de aanleg van een nieuwe weg beoogt, te stoppen. Vervolgens is een redelijk betrouwbare inschatting nodig van het in de komende jaren te verwachten verkeer tussen Almere en Amsterdam. In de derde plaats is het gewenst om na te gaan, welke mogelijkheden er zijn om in de behoefte aan verplaatsingen te voorzien. Er is een goede treinverbinding van Almere naar Amsterdam, met 5 treinen per uur. Dat aantal moet hoger kunnen. Tussen Den Haag en Rotterdam rijden er 15 per uur. De interlokale busverbindingen kunnen weer gebracht worden op het niveau van vele jaren terug, toen er nog geen treinverbinding was. Er zijn vrije busbanen.

Het aantal stopplaatsen van de bus kan drastisch omhoog. De vluchtstroken van de huidige autoweg kunnen we nog gebruiken. Misschien ook kan de carpoolwisselstrook A1/A6 gebruikt worden op de manier waarvoor hij oorspronkelijk bedoeld is.