Geld verdienen aan een ramp

Een half jaar na de ramp met de orkaan Katrina, in augustus 2005, liggen hele wijken nog in puin. Rijden werknemers hun autobanden lek op de brokstukken op straat. Staan kantoortorens misschien nog net overeind, maar missen ze dak en muren. En komen de 400.000 inwoners van New Orleans die elders een goed heenkomen zochten maar mondjesmaat terug.

1.400 doden zijn geborgen, zo'n 200 liggen nog in kapotte huizen in de stad. Niet alleen de stad New Orleans, ook grote delen van de getroffen staten Louisiana, Mississippi en Alabama zien er nog uit als rampgebied. De economische schadepost bedraagt 100 miljard dollar, 84 miljard euro. Bewoners en bedrijven staan schaakmat. Velen willen geen schade herstellen voordat de verzekeraar is langsgekomen. Maar die heeft geen haast. Taxateurs zeggen nog tot de zomer nodig te hebben om alle 287.000 beschadigde woningen en 22.500 getroffen bedrijven te bezoeken.

De olie- en gasactiviteit in de Golf van Mexico was bewusteloos geslagen. De benzineprijs steeg door schade aan boorplatforms en raffinaderijen een half jaar geleden binnen dagen tot 3 dollar per gallon (0,66 euro per liter) . Maar de Amerikaanse consument merkt er inmiddels weinig meer van. Hij betaalt aan de pomp alweer minder dan 0,44 euro per liter.

De markt voor makelaars begint aan te trekken. Bouwvakkers uit Mexico vinden hun weg naar New Orleans. Hun opdrachtgevers zijn lokale overheden die doen of ze niet bankroet zijn en de ruim 100 miljard dollar die president Bush heeft toegezegd al binnen hebben.Wegen worden vrijgemaakt, de eerste gebouwen gesloopt. Vrachtauto's met containers vol brokstukken rijden langs de huizen waarop bewoners met grote letters hadden geschreven dat er niet gesloopt mag worden. New Orleans is een stad vol paradoxen geworden.

Dankzij de verwoesting wordt er flink geld verdiend. Twee voorbeelden. Een leverancier van woonwagens en twee claimadvocaten.

'Het gaat extreem goed'

Ik verdien goed doordat anderen lijden, zegt de leverancier van woonwagens. De concurrent die niet uit zijn Louisiana komt, wordt met man en macht geweerd.

Calvin Klein doet goede zaken. Hij verkoopt woonwagens. 'Andere dealers voelen zich misschien schuldig', zegt Klein. 'Ik niet. Ja, ik verdien goed omdat anderen lijden. Ik lever simpelweg een product waar vraag naar is.'

Calvin Klein Mobile Homes is gevestigd in Covington, Louisiana. De grijsbruine woonwagens staan naast elkaar opgesteld aan de snelweg, aan de noordkant Lake Pontchartrain, hetzelfde meer dat een halfjaar geleden één werd met New Orleans.

Calvin Klein heeft het moeilijk gehad, en met hem de hele woonwagenbranche. De afgelopen tien jaar halveerde het aantal in Amerika verkochte woonwagens. Toen kwam een half jaar geleden de verwoestende orkaan Katrina aan land. En nu? 'Nu gaat het extreem goed.'

Niet eerder sloegen een miljoen Amerikanen op de vlucht en liep in Amerika bij een ramp meer dan een kwart miljoen huizen ernstige storm- en waterschade op, volgens schattingen van het Congressional Budget Office. Niet eerder werden als lapmiddel ineens zoveel woonwagens gekocht, 125.000, voor in totaal 2,5 miljard dollar. Vier keer dat bedrag en je hebt de totale markt in heel de Verenigde Staten. In een heel jaar. Fabrikanten namen extra mensen aan, werkten dag en nacht door om de orders aan te kunnen.

Dit zijn geen bescheiden fabrikanten. Een bedrijf als Fleetwood bijvoorbeeld is een van de grootste beursgenoteerde woonwagen- en camperproducenten in de VS enverkocht, ondanks een tegenvallende afzetmarkt in de rest van het land, het afgelopen kwartaal voor 580 miljoen dollar (487 miljoen euro). Een stijging van 14 procent. De beurskoers schoot sinds augustus vorig jaar omhoog. Dankzij Katrina.

Calvin Klein houdt kantoor in een gehorige woonwagen in de grintbak aan de snelweg. Blauw overhemd van een onbekend merk, het haar netjes gekamd. Zijn omzet, zegt hij, is met 70 procent gestegen sinds Katrina. Hoeveel winst hij maakt, wil hij niet zeggen. Maar dat het bedrijf nu twintig woonwagens per maand verkoopt, vanaf 40.000 dollar, mag de bezoeker gerust weten, zegt hij glunderend. Voor dat bedrag krijgt je als klant twee slaapkamers, een badkamer, keuken en woonkamer op 65 vierkante meter. Kleins grootste woonwagen is vier keer zo groot.

Branchevereniging RVIA, gevraagd naar de winsten, legt liever de nadruk op al het mooie dat door de bedrijven wordt verricht. Geen cijfers? De woordvoerder lacht even aan de telefoon en zegt dan ontwijkend: 'We zijn blij dat we deze belangrijke rol kunnen spelen.'

De sector mag dan betere zaken doen dan ooit tevoren, duizenden door Katrina dakloos geraakte Amerikanen wachten nog op hun woonwagen of camper. Miscommunicatie binnen de overheid en gebrek aan transportmogelijkheden hebben de zaak doen uitgroeien tot een nationaal schandaal. In Louisiana is 60 procent van de door de overheid gekochte trailers nog niet afgeleverd. In New Orleans hebben 21.000 bewoners uit de armste wijken van de stad een verzoek ingediend bij de federale rampenbestrijder Fema. Slechts 3.000 van hen hebben nu, een half jaar na de orkaan, een woonwagen gekregen via Fema. In Arkansas staan volgens Amerikaanse media 8.000 woonwagens werkeloos in een weiland. Het is de laatste in een reeks van blunders die de rampenbestrijder op zijn naam heeft staan.

De winsten die de woonwagenbranche nu maakt 'zijn het topje van de ijsberg', gelooft Calvin Klein. Hij kijkt uit naar aanstaande woensdag. Dan stopt de overheid met het vergoeden van 40.000 hotelkamers voor vluchtelingen. Dat belooft extra vraag. Maar in het bezorgtempo van Fema - 500 per dag - kan het nog maanden duren voordat iedereen zijn woonwagen heeft.

Dan is er nog het probleem waar de woonwagen afgeleverd moet worden. Louisiana is in 64 parishes onderverdeeld. De helft daarvan weigert woonwagens toe te laten. De bewoners zonder storm- of waterschade zijn bang voor criminaliteit, overvolle wegen en een waardevermindering van hun huis.

Klein is als dealer tevens voorzitter van de Louisiana Manufactured Housing Commission, een samenwerkingsverband van staat en sector. Leveranciers als hij doen er alles aan om de lokale markt af te schermen tegen buitenstaanders. Als voorzitter wijst hij zo goed als alle verzoeken van verkopers uit andere staten af om ook in Louisiana aan het werk te mogen. Is dat niet raar? De bedrijven kunnen de vraag toch niet aan? Regels zijn regels, zegt hij. Om in de staat woonwagens te mogen verkopen moet je een jaar verkoopervaring hebben en zes maanden in de staat wonen, legt hij uit.'Dit zeg ik niet uit egoïsme.' Buitenstaanders komen er in Louisiana gewoon niet in.

Calvin Klein helpt de daklozen graag. Zijn naam - dezelfde als die van een bekende modeontwerper - helpt daar goed bij. ,,Alhoewel het soms ook lastig is. Klanten associëren mijn naam met luxe en kostbare producten. Woonwagens van designerkwaliteit zul je in New Orleans niet vinden.'

***

'De rechtszaken zijn very ugly'

Geld verdienen in een rampstad als New Orleans, wat is daar verkeerd aan, vraagt de claimadvocaat. Hij is geen bloedzuiger, hij staat de getroffen bevolking bij.

Zelden speelt juridisch werk zich zo in de openheid af als in New Orleans. De claimadvocaten van de gebroeders Bruno & Bruno plaatsten in de meest getroffen wijken honderden bordjes om de duizenden huiseigenaren te waarschuwen 'niet voor de tweede keer slachtoffer te worden'. Advocate Diane Lundeen schreef met een spuitbus '0 dead' op de muur van haar kantoor. En daarnaast 'looters shot', 'op plunderaars wordt geschoten'.

Joseph Bruno en Diane Lundeen hebben een andere actieradius. Hij heeft met vier broers een van de grotere claimadvocatenkantoren van de stad en probeert schikkingen te treffen met multinationals, zij handelt in haar eentje kleinere zaken in het familierecht af. Maar ze hebben gemeen dat ze deel uitmaken van de groeiende groep claimadvocaten die willen verdienen aan de stad. 'En wat is daar verkeerd aan?' vraagt Joseph Bruno, de oudste van de broers. 'Ik ben geen bloedzuiger. Ik sta de bevolking bij en probeer tegelijkertijd wat te verdienen.'

Ook al komt de rechtspraak door beschadigde gebouwen en documenten en de afwezigheid van rechters, juryleden en verdachten een half jaar na de orkaan moeizaam op gang, voor claimadvocaten zijn dit hoogtijdagen. Nu moeten ze scoren. Ze hebben zaken aangespannen tegen energieconcerns als Shell, tegen de Amerikaanse rijkswaterstaat, tegen verzekeraars, tegen de politie, zelfs tegen een verzorgingshuis waar vlak vóór de orkaan uitzonderlijk veel ouderen stierven. Op enorme reclameborden boven de snelweg, op radio of tv, overal zie je en hoor je claimadvocaten. Ze zijn alomtegenwoordig in deze stad waar de helft van de inwoners nog altijd niet is teruggekeerd.

Hoeveel advocaten er nu precies aan het werk zijn in New Orleans, weet niemand. Er zijn nauwelijks goedlopende rechtbanken, overzicht ontbreekt. De beroepsorganisatie Louisiana Trial Lawyers Association heeft als enige zicht op het juridische systeem. Vóór de or kaan had de organisatie 1.500 leden in de staat. De meesten werkten in New Orleans. 'Sommigen zijn de staat uit, sommigen zoeken een loopbaan met zekerheid in het vastgoed. Maar dat er hier geld te verdienen is, dat is zeker', zegt Robert Kleinpeter, voorzitter van de branchevereniging.

Neem Bruno & Bruno. Het kantoor had vóór de orkaan 22 werknemers. In de week erna nam het kantoor nog eens 20 secretaresses aan met als enige bezigheid het administreren van klachten van huiseigenaren over verzekeraars. Een gouden zet, denkt Bruno achteraf. Het kantoor heeft nu 4.000 cliënten ('Allemaal zwarten, allemaal uit de laagste sociale klasse'), die samen rechtszaken zullen aanspannen. Die zaken zijn alleen nog lang geen gewonnen zaak, zegt Bruno met zijn handen achter het hoofd, zweetplekken onder zijn oksels. Als huiseigenaren al verzekerd waren, dan was het voor stormschade. Niet voor waterschade. Dat het dak niet door water van het huis werd afgeblazen, dat is vaak wel duidelijk. Maar waardoor zakte het huis door zijn voegen en kwamen meubels straten verder terecht? Bruno: 'Verzekeraars hebben zich juridisch goed ingedekt, zeker in deze stad die vaker overstroomt. Het is een hels karwei.'

Bovendien: hoe aan een jury te komen in een halflege stad? De post functioneert nauwelijks, telefoon- en internetverbindingen zijn nog hoogst gebrekkig. In Louisiana moet een jury de zaak beoordelen als een eiser meer dan 50.000 dollar (42.000 euro) claimt. Meestal is dat het geval. De Trial Lawyers Association wist de eis voor een jury te vervijfvoudigen tot 250.000 dollar. Zo kunnen meer zaken zonder jury doorgang vinden. Eind maart wordt de eerste juryrechtspraak verwacht. Het kan de brancheorganisatie niet snel genoeg beginnen.

Bruno kan na dertig jaar in het vak met juryrechtspraak overweg, zegt hij. Jury's veranderen nu met de stad mee. Omdat de armste inwoners het zwaarst getroffen zijn, blijven zij vaker weg. Voor het eerst in decennia wonen er nu in New Orleans meer blanken dan zwarten. Jury's worden steeds blanker. Bruno: 'En iedere advocaat weet het: zwarte jury's zijn simpelweg genereuzer.'

Liever nog dan procederen proberen hij en zijn kleinere vakgenote Lundeen te schikken. Scheelt tijd. 40 procent van de opbrengst is voor hen. Dat is een andere reden waarom de advocaten zo snel mogelijk in New Orleans aan het werk willen:no cure, no pay. Is er geen zaak, dan zijn er geen inkomsten. Sommige zaken worden lastig, denkt Bruno. Die tegen het US Army Corps of Engineers, bijvoorbeeld. Deze Amerikaanse versie van rijkswaterstaat kan volgens een regel uit 1928 niet verantwoordelijk gehouden worden voor schade na dijkdoorbraken. De zaken tegen olieconcerns schat hij gunstiger in.Uit een opslagtank bij Murphy Oil lekte vier miljoen liter olie, een terrein met 2.500 woningen raakte vervuild. Tegen de raffinaderij zijn negentien rechtszaken aangespannen. Bruno & Bruno neemt er een voor zijn rekening. 'Dat wordt in totaal vast een schikking van een paar honderd miljoen', zegt Joseph Bruno achteloos. Ooit schikte tenslotte een sigarettenfabrikant voor 600 miljoen dollar in een zaak door hem aangespannen, voegt hij erlosjes aan toe.

Diane Lundeen, van 'looters shot' op de muur,is in haar aanpak bescheidener. De eerste weken was ze bezig haar papierwerk veilig te stellen. Haar 'echte' kantoor heeft nog steeds geen dak of muren. Ze werkt nu vanuit huis, samen in een kamer met haar man die een IT-bedrijfje heeft. Haar omzet lag de afgelopen maanden 40 procent lager dan normaal. Ze betreurt het dat Katrina juist de laatste maanden van het jaar de stad lamlegde. Want vlak voor de jaarwisseling wordt om belastingredenen altijd het meest geschikt en dat kon nu niet. Ook Lundeen ziet haar inkomsten groeien. Een vakbond uitNew York heeft haar in de arm genomen om werknemers die in het rampgebied te hard werken te beschermen.

Lundeen hoopt het grote geld te gaan verdienen aan gezinsgeweld. Een groeimarkt in deze crisistijd, denkt ze. Hele gezinnen zijn er die sinds Katrina in een auto of bij familieleden wonen en geen geld hebben. Prostitutie en mishandeling liggen op de loer. 'De zaken zijn very ugly, erg naar', zegt ze. 'Wat er met families gebeurt, het breekt mijn hart. Maar deze zaken betalen uiteindelijk wel mijn hypotheek.'