Geheime speech

chroeVandaag herdenkt Rusland de ‘geheime speech’ van 1956, waarin partijleider Chroesjtsjov de persoonlijkheidscultus en misdaden van Stalin aan de kaak stelde (en zijn eigen toedekte). De westerse pers duikt er massaal op; oudjes en familieleden mijmeren over de dauw, terreurkenners waarschuwen tegen dreigende autoritaire tendensen onder Poetin, wat volgens het Kremlin overigens reuze meevalt. Anderen vinden dat Chroesjtsjov gewoon gefrustreerd is.

Op een of andere manier laat de herdenking mij koud, terwijl ik echt een Chroesjtsjov-fanaat ben. Een omhoog gevallen dorpskomiek die met een unieke mengsel van grofheid, enthousiasme, wantrouwen en goedhartigheid de wereld bijna vernietigde: fascinerend.

Maar voor de herdenking van de geheime speech pas ik: vandaag is het vijftig jaar geleden, morgen vijftig jaar en één dag geleden. Wat me ergert is dat veel journalisten de geheime speech aangrijpen om overeenkomsten tussen stalinisme en poetinisme te suggereren. Een weinig verhelderend cliché.