Duitse acteur slaat terug

Het Duits toneel is een openbare kleedkamer vol piemels, borsten en schaamhaar, meende een recensent. Vervolgens werd hij door een acteur fysiek aangevallen in de zaal.

Opeens was de recensent onderdeel van de handeling. Eerst wierp iemand een pop in zijn schoot: een dode zwaan die een actrice net had gebaard. Vervolgens rukte een acteur een notitieblok uit zijn hand. 'Eens even kijken wat hij geschreven heeft.' Toen de recensent op de vlucht sloeg, riep de acteur hem na: ,,Hau ab du Arsch. Verpiss dich!' ('Wegwezen, lul. Oprotten !')

De criticus, Gerhard Stadelmaier van de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ), liet het er niet bij zitten. De integriteit van zijn lichaam was geschonden, vond hij. En de vrijheid van meningsuiting stond op het spel. 'Wie recensenten aanvalt, beledigt en molesteert, beledigt en molesteert ook het publiek. Dit is nog nooit gebeurd en nog nooit heb ik me in mijn dertigjarige loopbaan zo bevuild, vernederd en beledigd gevoeld - en zo dieptreurig over toneel.'

Het bleef niet bij de dramatische woorden van de gepikeerde journalist. Uit het incident in Frankfurt, groeide een rel. Niet omdat tijdens de première van Das grosse Massakerspiel oder Triumph des Todes, op het toneel gemasturbeerd werd en vruchtwater werd gedronken, maar omdat een recensent werd beledigd. De FAZ meldde de 'aanval' op de voorpagina. De burgemeester van Frankfurt eiste maatregelen. De intendant van het theater, Elisabeth Schweeger, bood haar excuses aan. De toneelspeler, Thomas Lawinky - die zei geprovoceerd te zijn omdat de recensent honend had gegaapt en gelachen -kon zijn biezen pakken.

Stadelmaier is een beroemde recensent. Zijn stukken vallen op door bijtende humor en een virtuoze stijl. Hij staat te boek alseen man van behoudende opvattingen over toneel. De aanval van de acteur lijkt dan ook een voorgeschiedenis te hebben. Enkele weken voor het incident ging hij in Berlijn naar twee voorstellingen. In het Deutsche Theater zag hij Auf der Greifswalder Strasse van Ronald Schimmelpfennig. In het Berliner Ensemble keek hij naar Schändung van Botho Strauss [Zie ook artikel hiernaast]. Boven zijn stuk stond: 'Wij die geschonden zijn.'

Terugblikkend op de voorstellingen zag Stadelmaier hoofdzakelijk bloed voor zich. 'Het lijkt onophoudelijk te vloeien, te spuiten, te sproeien.' Er was ook meer bloot te zien dan Stadelmaier lief is. 'Het is alsof het toneel ons naar een gemengde kleedkamer verbant, waar we met een hoop piemels, borsten, vulva's, en schaamharen van onbekende mensen, toevallig toneelspelers, geconfronteerd worden, evenals met een nog grotere hoeveelheid ondergoed.' Het stuk van Schimmelpfennig, geregisseerd door Jürgen Gosch, is volgens Stadelmaier een plomp en onbezield straatgevecht. De toeschouwer ziet een meisje op toneel plassen, een man met zijn lid zwaaien en een derde toneelspeler naakt door het bloed rollen. Intussen blijft het licht in de zaal aan.

Stadelmaiers voornaamste kritiek is echter dat er nietwordt geacteerd: 'Toneel is fantasie. Toneel is niet de natuur. Het is niet het werkelijke leven, het is het werkelijkere leven. Men hoeft niet alles te tonen, maar men moet alles spelen. Toneel dat zichzelf ziet als de werkelijkheid schendt de fantasie. Een misdaad.'

Even leek Stadelmaiers frontale aanval uit te groeien tot een nationaal debat over modern toneel. Boulevardkrant Bild - zelf een etalage van bloot - haalde prompt uit naar de viespeuken uit de kunstwereld. De serieuze media hadden meer oog voor het duel recensent-toneelspeler. In de meeste commentaren werd Lawinky voor zijn actie gekapitteld en de criticus voor zijn gebrek aan humor.

De ontslagen Lawinky heeft inmiddelstoneelasiel gekregen bij het Berliner Ensemble. Waar, aldus intendant Claus Peymann, choqueren nog een deugd is: 'Fantasie, improvisatie, brutaliteit, tolerantie, zelfspot, seks, smakeloosheid, subversiviteit, obsceniteit, blasfemie, ironie, het uitschelden van het publiek, de critici en de toneelspelers enzovoorts. Tot aan de poort van de hel.'