Decentralisatie : gemeenten voelen zich als kleine kinderen behandeld

Gemeenten zijn niet in staat belangrijke besluiten te nemen die hun eigen belang te boven gaan. Een gedachte die regelmatig door het hoofd van ministers waart.

Een voorbeeld: toen in oktober elf doden vielen in een cellencomplex op Schiphol, besloot de gemeente Haarlemmermeer het in haar ogen onveilige complex te sluiten. Minister Donner (Justitie), verantwoordelijk voor de veiligheid van de cellen, vond dat niet nodig, en won het bij de rechter. In Zuid-Limburg doorbrak minister Dekker (Ruimtelijke Ordening) in december de lokale weerstand tegen boskap in Schinveld met een vrijstelling voor een kapvergunning die de gemeente juist weigerde af te geven.Toch zijn het dezelfde gemeenten die als geen ander het vermogen hebben de taken die het rijk eerst zelf coördineerde en nu heeft gedecentraliseerd, uit te voeren. Neem de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), die de begeleiding en ondersteuning van zwakkere groepen regelt, of de Wet Werk en Bijstand, die langdurig werklozen weer aan het werk moet helpen.Volgens het kabinet kunnen gemeenten die taken beter uitvoeren dan het rijk - waar ambtenaren in de grote gebouwen van de ministeries minder goed weten wat er 'in het land' speelt - omdat zij weten wat er lokaal nodig is, wat burgers echt willen.Een voorbeeld: een alleenstaande oude vrouw voelt zich eenzaam. Ze heeft (landelijke wetgeving) recht op thuiszorg. Die thuiszorg heeft ze niet nodig, maar voor eenzaamheidsbestrijding bestaat geen budget waar ze aanspraak op kan maken. Dus vraagt zij toch maar (de relatief dure) thuiszorg aan, alleen opdat er iemand over de vloer komt. Zonde van het geld, en de vrouw krijgt niet wat ze wil. Maar als de gemeente het voor het zeggen zou krijgen, zal zij de eenzaamheid van deze vrouw veel eerder zien, en ook beter in staat zijn om in haar directe omgeving een oplossing te vinden.Dat is de theorie. Maar in de praktijk blijkt het telkens weer, zeker voor Tweede Kamerleden, erg moeilijk om het met de mond beleden vertrouwen in gemeentelijke wijsheid om te zetten in wetgeving die gemeenten echt de mogelijkheid geeft zelf te beslissen hoe ze problemen moeten aanpakken. Daarover klagen gemeenten, maar ook veel Kamerleden, bijna elke keer dat het rijk taken overdraagt aan het gemeentebestuur. Meestal voelen Kamerleden zich geroepen om garanties voor allerlei maatschappelijke groepen in wetgeving op te nemen, omdat deze groepen op gemeentelijk niveau te weinig politieke invloed hebben om hun eigen belangen te verdedigen.Terug naar het voorbeeld van de eenzame vrouw. Stel dat zij niet de weg naar de gemeente weet te vinden? Haar (landelijk vastgelegde) recht op thuiszorg is komen te vervallen. In plaats daarvan is de gemeente verantwoordelijk voor de herkenning, en bestrijding van haar eenzaamheid. Maar de gemeente waar ze woont, heeft toevallig grote financiële problemen, of een bestuur dat om de een of andere reden niet heel erg geïnteresseerd is in eenzaamheidsbestrijding. Waar kan deze vrouw nog terecht? Ook al verenigt ze zich met alle eenzamen in de gemeente, hoeveel politieke invloed kan ze uitoefenen?Wetten die oorspronkelijk bedoeld zijn om gemeenten wat meer de vrije hand te geven, worden daarom regelmatig omhangen met richtlijnen en protocollen die gemeenten vertellen hoe ze die vrijheid moeten benutten. Het is een patroon dat zich volgens gemeenten te vaak herhaalt. Een minister legt nieuwe taken bij gemeenten neer, maar timmert in de ogen van gemeenten de uitvoering daarvan dicht met regels en rapportageverplichtingen, omdat de landelijke politici en ambtenaren het lokale bestuur niet vertrouwen, of onder druk van belangengroepen. Gemeenten voelen zich als kinderen behandeld. Het zijn klachten die ook regelmatig te horen zijn in het onderwijs, in de zorgsector en bij andere partijen die van overheidsfinanciering afhankelijk zijn.Dat verklaart ook het wantrouwen dat gemeenten vaak hebben als ze de term 'gemeentelijk maatwerk horen'. Want niet het vertrouwen in lokaal bestuur, maar geldgebrek en een neiging complexe problemen af te schuiven zijn volgens veel lokale bestuurders de werkelijke reden van het kabinet om taken naar gemeenten te decentraliseren.Denk overigens niet dat gemeenten de gedecentraliseerde taken niet willen uitvoeren. Dat willen ze best. Zij zijn immers van mening dat het rijk regels en beleid ontwikkelt, die veel te weinig rekening houden met de werkelijkheid. Dus zijn veel gemeenten uiteindelijk blij dat ze voor hun `eigen` gehandicapten, werklozen of ouderen kunnen zorgen zoals ze zelf willen.De twijfel over de oprechtheid van de landelijke politiek wordt gevoed door de gelijktijdige neiging van het kabinet zaken in eigen hand te nemen, niet alleen bij incidenten zoals in Haarlemmermeer en Schinveld, maar ook structureel. Zo wil het kabinet de politie nationaliseren en maakt het de gemeente - door de gedeeltelijke afschaffing van de onroerendezaakbelasting - bijna onmogelijk om zelf belastingen te heffen. Beide onderwerpen waren voor de gewoonlijk vrij rustige Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) reden om protestbijeenkomsten te organiseren. In de strijd tegen terrorisme bijvoorbeeld vinden de grote steden dat het rijk, en in het bijzonder de inlichtingendienst AIVD, te weinig informatie verschaft over zijn werk binnen de gemeentegrenzen. Zo klaagde burgemeester Job Cohen van Amsterdam over het gebrek aan informatie die hij voorafgaand aan de moord op Theo van Gogh van de inlichtingendienst had gekregen. De Haagse burgemeester Deetman had vergelijkbare kritiek over de geslotenheid van de AIVD ten tijde van de arrestatie van twee terreurverdachten in het Haagse Laakkwartier, die uitmondde in de belegering van de wijk door honderden politiemensen, die een dag duurde.Deetman, ook voorzitter van de VNG, noemde de houding van het kabinet tegenover gemeenten dan ook in 2004 al 'diep beledigend' en 'regentesk'.