Canon voor het dagelijks leven

Canons zijn in de mode. Een groep bètadocenten bedacht er eentje voor het natuurkundeonderwijs. Bètakennis is ook belangrijk is voor alfa's en gamma's.' Martine Zuidweg

Kerncentrales en radioactief afval, embryo's voor wetenschappelijk onderzoek of genetisch gemodificeerde gewassen. Niet veel mensen kunnen erover meepraten. En geen haan die er naar kraait, zegt Jan Willem Lackamp, rector en docent algemene natuurwetenschappen (ANW) op het Mondriaan College in Oss. Je bent een onbenul als je in Nederland elementaire dingen van de literatuur niet weet. Maar iedereen kan koketteren dat-ie niks snapt van natuurwetenschappen.'

Lackamp is redacteur van Exaktueel, een landelijk blad voor natuurkundeonderwijs. Hij zit deze avond met de andere redactieleden om tafel. Het merendeel doceert natuurwetenschappelijke vakken. De redactie houdt een pleidooi voor een canon van de natuurwetenschappen: een verzameling van de belangrijkste feiten uit de natuurkunde, scheikunde en biologie die iedereen zou moeten kennen. Elke Nederlander moet over een minimum aan natuurwetenschappelijke kennis beschikken, zeggen de docenten. Om medeverantwoordelijkheid te kunnen dragen voor belangrijke maatschappelijke beslissingen en om als individu verantwoorde keuzes te kunnen maken in zijn persoonlijke leefomgeving.'

De redactie vindt dat het slecht is gesteld met de bètakennis van Nederlanders. Toch wordt van burgers verwacht dat ze meedenken over zaken als kernenergie en genetisch gemanipuleerd voedsel. Het niveau van de discussies daarover is vaak bedroevend, zegt Rob van Woerkom, docent biologie en ANW op middelbare school Notre Dame des Anges in Ubbergen. Neem zo'n onderwerp als embryo's maken voor wetenschappelijk onderzoek. Dat mag in Nederland niet. Maar waar hebben we het eigenlijk over als we het over embryo's hebben: over een 64-cellenstadium. En dan wordt er gedaan alsof je knutselt aan een foetus. Mensen hebben vaak geen idee waar ze het over hebben.'

Naast hem windt Pieter Smeets - twintig jaar ervaring als natuurkundedocent - zich op over een radiospotje van de actiegroep Wakker Dier. Daarin wordt gezegd: rem het virus, eet geen kip. Pure bangmakerij. Je hebt enige kennis nodig van hoe virussen zich verspreiden om die informatie op waarde te schatten. Maar veel mensen zijn niet in staat om op dit gebied zin en onzin van elkaar te onderscheiden.'

Het is heel makkelijk om misbruik te maken van die ontbrekende basiskennis, brengt Theo Smits in, natuurkundedocent op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van Woerkom: Ik heb kennissen die met een lichamelijke ziekte naar een boerderij in Winterswijk gaan. Die zitten dan met een touwtje vast aan een of ander apparaat en betalen daar grif geld voor. Een natuurwetenschappelijke basis stelt je tenminste in staat om erachter te komen of je nou gefopt wordt of niet. Is dit wel elektromagnetische straling, is dit wel energie.'

mode

Over een canon van de natuurwetenschappen is nog nauwelijks gerept. Wel overeen canon van de Nederlandse geschiedenis. Een officiële commissie onder leiding van letterenhoogleraar Frits van Oostrom is bezig die op te stellen. Deze week stuurde de commissie een tussenrapportage naar de Tweede Kamer. Gerard Boeijen van Exaktueel, tot voor kort natuurkundedocent: Van Oostrom uitte in de krant zijn verbazing over iemand die had gezegd: hoezo de Tweede Wereldoorlog, is er dan ook een Eerste? Dat vond hij verschrikkelijk. Wij maken dagelijks dat soort dingen mee.'

Neerlandici willen ook een canon. Vorig jaar deden drie van hen een voorstel voor een canon van de Nederlandse literatuur: een lijst van vijftig boeken die iedereen zou moeten lezen. En dan nu dus een voorstel voor een canon van de natuurwetenschappen. Net zoals de geschiedenis, literatuur en cultuur alle Nederlanders aangaat, moet dat ook gelden voor de natuurwetenschappen', zegt de redactie van Exaktueel. De canon zou een checklist moeten zijn voor het basisonderwijs en de onderbouw van de middelbare school.

Canons zijn in de mode. Een reactie op het constructivistisch denken in het onderwijs, vermoedt voorzitter Fons van Wieringen van de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van minister Van der Hoeven van onderwijs. Een beetje hippe school zette de afgelopen jaren de kennisoverdracht van leraar op leerling op een laag pitje. Leerlingen moeten hun eigen kennis kunnen construeren, is het devies. Daar steken ze pas echt iets van op. Van Wieringen: We beseffen nu wat de beperkingen zijn van dat constructivisme en kijken ook meer naar kennisdomeinen die op zichzelf staan. Je kunt met proefjes doen wel wegwijs worden in de natuurkunde, maar er is ook veel waardevolle kennis die georganiseerd is, waar anderen lang over nagedacht hebben. En waar we allemaal ons voordeel mee kunnen doen.'

grote namen

De Onderwijsraad ziet het liefst één algemene canon. Met daarin alle belangrijke elementen uit de Nederlandse cultuur. Daarbij horen wat Van Wieringen betreft ook natuurwetenschappelijke ontwikkelingen: Wat zijn de belangrijke concepten geweest in de natuurwetenschappen en heeft Nederland daar een bijdrage aan geleverd?' In die canon passen bijvoorbeeld de golftheorie van het licht van Christiaan Huygens en het vloeibaar maken van helium door Heike Kamerlingh Onnes.

Maar een lijst met namen van onderzoekers is niet wat de groep bètadocenten voor ogen heeft. Hun canon bestaat uit natuurwetenschappelijke kennis die je kunt gebruiken in het dagelijks leven. En in dat dagelijks leven heb je meer aan kennis over bijvoorbeeld hormonen en micro-elektronica dan aan de theorie van Huygens. De kennis die volgens de groep van belang is, loopt uiteen van kennis over puberteit, lokstoffen en erfelijke ziekten tot energiegebruik van apparaten, zonnebank en duurzame energie.

Biologiedocent Van Woerkom: In het voortgezet onderwijs gaan veel boeken uit van concepten: de cel, bloedvaten, het hart. Daar bouwen de auteurs een verhaal omheen en dan geven ze ter illustratie een voorbeeld uit de dagelijkse leefwereld, zoals een man die een hartinfarct krijgt. Wij kiezen als startpunt juist dat hartinfarct.'

Maar het bètaonderwijs verandert al in de richting van meer aandacht voor nut en noodzaak van bètakennis. Verschillende commissies zijn bezig de exacte vakken te vernieuwen. We willen laten zien hoe je natuurwetenschappelijke kennis in de praktijk toepast en wat het maatschappelijk nut ervan is. Tot nu toe is dat nog te weinig aan bod gekomen', zegt Beatrice Boots van Platform Bèta Techniek. Het platform werkt mee aan de verandering van de vakinhoud. Toch zegtBoots: Ik ben blij dat bèta's nu eens opstaan en laten zien dat bètakennis ook heel belangrijk is voor alfa's en gamma's. In plaats van dat ze alleen in eigen kring vertellen hoe boeiend bepaalde ontwikkelingen en toepassingen zijn.'

Een nobel streven, het voorstel om een canon te ontwikkelen, vindt ook Frits Gravenberch, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON). Zeker nu een vak als ANW niet meer verplicht is voor alle scholieren in de bovenbouw. Dat vak moest leerlingen iets leren over de maatschappelijke kant van natuurwetenschappen. Dus ook de leerlingen zonder een bètaprofiel. Die groep leerlingen leert straks in de bovenbouw niets meer over natuurwetenschappen.' Helaas neemt het percentage leerlingen dat een degelijke basiskennis heeft van natuurwetenschappen, de komende jaren alleen maar af, zegt Gravenberch.

Voor wie meer wil weten over de inhoud van de canon: t.smits@science.ru.nl