Beverachtig zoogdier zwom tussen de dino's

Van vroege zoogdieren die leefden in het Jura-tijdperk, de glorietijd van de dinosauriërs, dachten paleontologen altijd dat het bangige muisachtige diertjes waren die zich alleen 's nachts uit hun schuilplaatsen waagden. Een nieuwe vondst van een 164 miljoen jaar oud fossiel van een beverachtig zoogdier in China zet dat op zijn kop. De oorspronkelijke indruk van vroege zoogdieren als weinig gespecialiseerde insecteneters wordt langzaam vervangen door een veel diverser beeld (Science, 24 februari).

Het opvallendste kenmerk van het nieuwe fossiel is een afgeplatte staart die bedekt is met kleine hoornachtige schubben, precies zoals de moderne beverdie heeft. De Chinese en Amerikaanse paleontologen die het fossiel beschrijven hebben het dan ook Castorocauda lutrasimilis genoemd, verwijzend naar deLatijnse naam van de bever Castor. De familienaam lutrasimilis betekent 'op een otter gelijkend'. Het skelet is niet compleet, de schouderregio ontbreekt, evenals de achterkant van de kop. De rest van het lichaam is goed bewaard gebleven. De kenmerkenbevestigen dat het hier gaat om een goede zwemmer en een viseter. Het gebit van Castorocauda heeft veel weg van dat van de moderne zeehond. Langs het lichaam werden duidelijkeafdrukken van een vacht gevonden. Tussen de tenen van de achterpoten zijn nog afdrukken van zwemvliezen zichtbaar. De bouw van de voorpoten wijst eropdat het dier daarnaast goed kon graven.

Het fossiel meet van snuit tot staartpunt 42,5 centimeter, en is daarmee de grootste zoogdierachtige uit het Jura-tijdperk die ooit is gevonden. Het dier moet volgens de onderzoekers bij leven zelfs nog iets langer zijn geweest en minstens een halve kilo gewogen hebben.

Uit deze vondst blijkt opnieuw dat de zoogdierfauna al vroeg in de evolutie een grote diversiteit kende. Het tijdstip van de 'verovering' van het water als leefgebied door zoogdieren is hiermee met meer dan honderd miljoen jaar vervroegd.

Het fossiel is afkomstig van de Castorocauda van de Jiulongshan-formatie in binnen-Mongolië in China. Op die plaats zijn eerder in dezelfde afzetting fossielen gevonden van onder meer pterosaurussen, een vogelachtige tweepotige dinosaurus, hagedissen en tal van insecten.

De Duitse paleontoloogThomas Martin schrijft in een begeleidend commentaar dat hij verwacht dat dit soort vondsten van al zeer goed aangepaste vroege zoogdieren nog maar het topje van de ijsberg vormen. Het wetenschappelijke onderzoek van de fossielrijke afzettingen zoals de Jiulongshan-formatieis nog maar net begonnen. Hele hoofdstukken van leerboeken over zoogdierevolutie zullen binnenkort herschreven moeten worden, voorspelt Martin.

Sander Voormolen