Bart Veldkamp: 'Ik ben klaar'

Zestig meter voor het einde van zijn tien kilometer gaan de armen in de lucht. Na de streep zijn er bloemen van vader Hans, omhelzingen van Gerard Kemkers en collega-schaatsers, luide toejuichingen uit het publiek: Bartje, Bartje! Hij steekt beide duimen de lucht in, blaast een handkus naar de fans. De tranen komen tijdens een radio-interview. 'Ik begin vol te schieten', constateert hij verrast. Het afscheid van Bart Veldkamp is als zijn hele carrière. Bijzonder.

Als vanouds becommentarieert de 38-jarige Hagenaar zijn allerlaatste race. 'Het was vreselijk ploeteren', 'ik heb er de pest in dat ik geen niveau heb gehaald', en 'dit is een baggertijd'. In 13.48,12 eindigt hij de olympische tien kilometer als veertiende. Anders dan anders is er vooral berusting. 'Aan de ene kant is het jammer dat je stopt, aan de andere kant zat ik er al zolang tegenaan te hikken.'

Waarom hij altijd weer doorging? '2001 was mijn laatste echt goede jaar. Ik herinner me dat ik na de tien kilometer op het WK in Boedapest, een van mijn betere races, ineens dacht: je bent klaar. Maar daar wilde ik niet aan toegeven. Ik wilde nog één keer hard rijden. Nog één keer het gevoel hebben dat schaatsen vanzelf gaat. Nog één keer die afzet precies goed raken. Die zo verslavende trance bereiken.'

Het mocht niet zo zijn. 'Ik heb niets meer te zoeken in topsport', zegt Veldkamp realistisch . 'Ik ben klaar.'