Advocaten in de tang

Hoogleraar strafrecht Taru Spronken vindt dat justitie de hele advocatuur zwart maakt door belastende informatie over Bram Moszkowicz publiek te maken. 'Natuurlijk zijn er rotte appels, maar het zijn er maar twee per jaar.'

Advocaat Abraham Moszkowicz heeft een verhouding met de vrouw van 'iemand uit het criminele circuit' . De vrouw van Abraham Moszkowicz heeft een relatie met een 'bekende Nederlandse misdaadjournalist'. Een cliënt van Abraham Moszkowicz, Willem Holleeder, heeft bemiddeld bij de plaatsing van afluisterapparatuur in de werkkamer van zijn raadsman. En de raadsman zelf heeft in een vertrouwelijk gesprek met de Criminele Inlichtingen Eenheid verklaard dat de relatie met zijn cliënt Holleeder 'niet altijd goed voelt'.

Roddel en achterklap, zegt Abraham Moszkowicz zelf. Maar het staat wel in het strafdossier dat het openbaar ministerie heeft opgesteld over Willem Holleeder, Heineken-ontvoerder en topcrimineel. Op 30 januari heeft de politie Holleeder en dertien anderen gearresteerd. Holleeder wordt verdacht van afpersing van onroerendgoedhandelaren, mishandeling en bedreiging. De bekendste vastgoedhandelaar die hij zou hebben bedreigd, is dood. Willem Endstra werd in mei 2004 geliquideerd.

In het dossier-Holleeder zitten paginalange verslagen van gesprekken die Willem Endstra heeft gevoerd met rechercheurs van de inlichtingendienst, gesprekken die rijdend door Amsterdam in een gepantserde auto werden gevoerd, uit angst voor afluisteren. Endstra vertelt de politie alles wat hij weet over Holleeder, en alles wat hij ooit gehoord heeft over diens raadsman Moszkowicz. En dat is niet best voor Moszkowicz. De suggestie wordt gewekt dat hij in de tang zit van zijn cliënt. Hij is wat de Italianen een consiglieri noemen, een advocaat van kwade zaken.

Advocaten zijn woedend. Dat het openbaar ministerie (OM) de informatie over Moszkowicz opnam in het strafdossier, is raar. De advocaatis geen verdachte. Dat de papieren daarna ook nog op straat kwamen te liggen, is, zeggen advocaten, schandalig. Karaktermoord, bedoeld om de advocaat vleugellam te maken en een wig te drijven tussen raadsman en cliënt. Met als enig doel: Holleeder voorgoed achter de tralies krijgen.

De Amsterdamse deken Hans van Veggel van de Nederlandse orde van advocaten zit ermee. Moet hij het opnemen voor Abraham Moszkowicz en de hoofdofficier van het landelijk parket om opheldering vragen? Of wordt hij dan onderdeel van het spel? 'Duidelijk is dat er een spel gespeeld wordt', zegt Van Veggel. Maar welk spel met welke regels? Hij is er nog niet uit.

Het lijkt een doelbewuste beschadigingsactie, zegt Taru Spronken, hoogleraar strafprocesrecht aan de Universiteit Maastricht en advocaat. Ze is gespecialiseerd in verdediging in strafzaken. Ze zegt: 'Het is een tendens om strafrechtadvocaten te zien als verlengstuk van hun cliënt. Dit is de zoveelste keer dat een advocaat wordt beticht van nauwe banden met criminelen.' Ze had, zegt ze,Moszkowicz nog willen bellen om hem te vragen hoe het nou precies zit. Ze heeft het niet gedaan. 'Zijn telefoon wordt natuurlijk getapt.'

Taru Spronken denkt dat het lek bij justitie of de politie zit. 'Daar lijkt het sterk op.' En nog los van de vraag of de 'zachte informatie' waar is, en of die met opzet is gelekt of niet: 'Dit is heel beschadigend voor Bram Moszkowicz en héél gevaarlijk'. Het lijkt haar uitgesloten dat Moszkowicz de gesprekken van Endstra zélf naar buiten heeft gebracht. 'Daar heeft hij niet bepaald belang bij.'

Er zijn nog dertien verdachten opgepakt, die ook allemaal weer een advocaat hebben. Die hebben het dossier ook. Zouden zij gelekt hebben?

'Dat is niet aannemelijk. Holleeder en zijn medeverdachten zitten vast in 'alle beperkingen'. Dat betekent dat ze geen enkel contact mogen hebben met de buitenwereld. Geen televisie, geen kranten, geen bezoek. Ze mogen alleen met hun advocaat praten. De beperkingen zijn bedoeld om 'collusie', vervuiling van het opsporingsonderzoek te voorkomen. Advocaten mogen geen getuigen benaderen, geen stukken naar buiten brengen en eigenlijk zelfs niet zeggen dat hun cliënt vastzit.Doet de advocaat dat toch, dan is dat tuchtrechtelijk laakbaar en kan hij een berisping of erger krijgen.'

En gelden die regels ook voor het openbaar ministerie?

Taru Spronken pakt de richtlijn van het college van procureurs-generaal erbij. Eerst mocht justitie, onder voorwaarden, het publiek inlichten over op handen zijnde of verrichte arrestaties. Procureur-generaal De Wijkerslooth heeft de regels in 2002 aangescherpt. Nu is de richtlijn: liever geen informatie verstrekken, en als het gebeurt, dan terughoudend. Spronken: 'Het openbaar ministerie heeft de pers kennelijk uitgenodigd om de huiszoeking bij Holleeder in Wassenaar te filmen.' Ze citeert de richtlijn: 'Bij voorgenomen opsporingshandelingen bij voorkeur geen informatie verstrekken.' Als het OM zoveel informatie naar buiten brengt over een zaak, kun je volgens Spronken zeggen dat Holleeder al schuldig verklaard is voor het proces is begonnen. De consequentie daarvan kan zijn dat de officieren van justitie intern worden berispt. Of de advocaat kan tijdens de rechtszitting aanvoeren dat het openbaar ministerie het onderzoek heeft geschaad en dat er geen eerlijk proces meer kan worden gevoerd.

Abraham Moszkowicz is een van de bekendste en succesvolste advocaten van Nederland. Heeft hij het wel nodig dat u voor hem opkomt?

'Ik spring niet voor hem in de bres. Maar het gaat niet aan om op deze manier informatie over een advocaat die zelf geen verdachte is te verspreiden. Deze actie van justitie raakt alle advocaten. Dat advocaten vereenzelvigd worden met hun cliënt, is al zo oud als het beroep zelf. In de jaren negentig, toen de eerste grote drugszaken met grote criminelen en veel geld speelden, werden die geluiden sterker.'

Taru Spronken noemt vijf rapporten van de afgelopen vijftien jaar die gaan over de 'criminalisering van de advocatuur'. Het begon, zegt zij, in 1993 met een lezing voor de balie in Amsterdam. De toenmalige directeur criminaliteitsbestrijding van het ministerie van Justitie zei toen dat uit onderzoek van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) 'verscheidene mob lawyers' naar voren kwamen.De CRI zou een lijst bijhouden van foute advocaten, zei de directeur. Minister Hirsch Ballin ontkende dat in de Tweede Kamer. De parlementaire enquêtecommissie-Van Traa, die onderzoek deed naar de opsporingsmethoden van justitie en politie, sprak ook over de lijst. Criminoloog Van de Bunt, directeur van het wetenschappelijk bureau van Justitie, zou het verder onderzoeken. Hij constateerde 29 gevallen van verwijtbare betrokkenheid van advocaten bij criminele handelingen.

Taru Spronken noemt een paar gevallen die Van de Bunt beschreef. 'Zat een verdachte lekker te praten bij de politie, komt zijn advocaat op bezoek. Als de advocaat weg is, zegt de verdachte: 'ik beroep me op mijn zwijgrecht' . Van de Bunt vond dat laakbaar, ik zeg: die advocaat heeft zijn werk goed gedaan.' Ander voorbeeld: 'Een strafpleiter spreekt met een getuige die na het gesprek zijn verklaring wijzigt. De politie zegt meteen: hij orkestreert verklaringen. Van de Bunt baseerde zich op hear-say, op zachte informatie van de politie.'

Van de 29 gevallen betrof het negen incidenten met strafrechtadvocaten. Spronken: 'Twee daarvan zijn tuchtrechtelijk vervolgd. In één geval heeft dat geleid tot een sanctie tegen de advocaat.'  Spronken wil maar zeggen: Er wordt vaak gezegd dat veel advocaten fout zijn, maar als je doorvraagt, blijft er weinig over van de beschuldigingen.

Het college van procureurs-generaal stelde in 1996 een werkgroep in die het onbehoorlijk handelen van raadslieden onderzocht. De conclusie was dat de aantijgingen van Van de Bunt niet onderbouwd en dus niet bevestigd konden worden.

In 1998 publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum van het ministerie van Justitie een rapport over georganiseerde criminaliteit in Nederland. En weer werd er geschreven over foute advocaten. Spronken: 'Niemand gaf namen of rugnummers. De orde van advocaten zei: Het is een idee-fixe. Karaktermoord op de balie.'

Witwasconstructie

Het is even stil geweest. Tot in 2004 de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP)met een rapport kwam. Eind vorig jaar was er een besloten bijeenkomst over het rapport. Iedereen was er. De orde van advocaten, de politie, het openbaar ministerie, de Autoriteit Financiële Markten, het college van procureurs-generaal. Spronken: ,,In het rapport wordt ingezoomd op financiële transacties. Er wordt opgemerkt dat advocaten hun werkterrein hebben verbreed. Ze procederen niet meer alleen, maar ze geven hun cliënten ook advies. En dat zou de onafhankelijkheid en de integriteit van advocaten uit balans brengen. Vooral kleine advocatenkantoren met financiële problemen zouden makkelijk zwichten voor de verleiding een witwasconstructie te bedenken.

En weer kwam de beschuldiging: zeker tien advocaten zouden met justitie in aanraking zijn gekomen. Peter Plasman, advocaat in Amsterdam, zei onlangs in het televisieprogramma Nova dat advocaten 'met enige regelmaat' in aanraking komen met jusititie. Spronken: 'De orde vroeg hem het precieze aantal te noemen. Hij kwam er op twee per jaar. Van de 13.000 advocaten die er zijn. Spronken: 'Daartegenover staan vijftig onderzoeken per jaar naar corruptie van de politie.'

Advocaten zijn verplicht alle informatie van en over hun cliënt geheim te houden. Om dat te waarborgen kunnen ze zich beroepen op hun verschoningsrecht: het recht niet te hoeven getuigen. Zo kan ook justitie een advocaat niet dwingen zijn beroepsgeheim te schenden. Politie en justitie vinden dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht niet zouden moeten gelden voor de adviserende advocaten. Advocaten zijn daar tegen: procederen is niet los te koppelen van adviseren, vinden zij. Ze willen ook geen twee soorten advocaten voor wie verschillende regels gelden.

Taru Spronken: 'Justitie zegt: ons opsporingsapparaat is zo uitgebreid dat het net om criminele organisaties zich sluit. Criminelen kunnen nog maar een kant op vluchten om hun werk voort te zetten en dat is naar de personen die geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht hebben. De notarissen, de advocaten.'

Minister Donner van Justitie heeft ook moeite met de privileges van advocaten. Hij heeft eind 2004 een commissie ingesteld die de advocatuur door moet lichten. Is het beroepsgeheim niet een masker waarachter het kwaad zich kan schuilhouden?

'Natuurlijk zijn er rotte appels, die hun bevoegdheden misbruiken. Maar het zijn er twee per jaar - waar hebben we het over? Kijk, je moet je natuurlijk niet als bank laten gebruiken. Maar daar zijn regels voor. Een advocaat is tegenwoordig sneller strafbaar, al tijdens de gewone uitoefening van zijn beroep. Hij moet het zelfs melden als hij weet dat zijn cliënt zijn geld witwast.

'Iets anders is het honorarium van advocaten.Als een advocaat van een cliënt geld ontvangt waarvan hij kan vermoeden dat het afkomstig is uit criminele bron, maakt hij zich schuldig aan heling. Als de cliënt het geld bij de bank stort op de rekening van de advocaat, moet de bank het melden bij justitie. Tot 11.345 euro mag een advocaat cash geld ontvangen. Is het honorarium hoger, dan moet de cliënt naar de bank om het over te maken. De advocaat heeft geen keus. Hij moet of meer cash aannemen of zijn cliënt naar de bank sturen, die hem moet aangeven. Alsof alleen advocaten misdaadgeld aannemen. Het OM legt toch ook beslag op misdaadgeld.'

Donner vindt dat advocaten te veel tegenover het openbaar ministerie en de rechter staan. Hij vindt dat advocaten ook verantwoordelijk zijn voor de waarheidsvinding.

'De gedachte is dat advocaten per definitie de waarheidsvinding in de war schoppen. Precies wat de politie ook denkt: zodra er een advocaat bij komt kijken, kun je je onderzoek wel schudden. In Nederland doen we nog steeds moeilijk over de aanwezigheid van een advocaat bij een politieverhoor. In 17 van de 25 Europese lidstaten mag een advocaat gewoon bij een verhoor aanwezig zijn. In sommige landen mag een bekentenis niet als bewijs gelden als er géén advocaat aanwezig was.'

Maar Donner stelde in zijn opdracht aan de commissie-Advocatuur dat advocaten wel heel veel ruimte hebben het belang van hun cliënt te benadrukken: 'Een advocaat dient ook de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij in het oog te houden.'

'De advocaat moet juist eenzijdig het belang van zijn cliënt dienen. En natuurlijk zoekt hij de grens. Dat doet het openbaar ministerie ook. Als het OM zich harder opstelt, doen advocaten het ook. In de zaak-Holleeder is het OM de partij die waarschijnlijk gelekt heeft. Daar heb ik Donner nog niks over horen zeggen. Maar de minister heeft wel de advocaten gedwongen maatregelen te nemen tegen lekken. Want als wij het niet deden, dan zou hij ingrijpen. Het OM heeft met de aantijgingen tegen Moszkowicz de hele advocatuur beschadigd. En het heeft effect. Weer gaat het over de privileges van advocaten en of ze die wel mogen houden.

'Dat nu ook op straat ligt dat Moszkowicz tegen de Criminele Inlichtingen Eenheid heeft gepraat over zijn relatie met Holleeder is ronduit gevaarlijk. Als hem iets overkomt, kan het OM of zelfs Nederland worden aangeklaagd wegensschending van artikel 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens: het recht op leven.'