120 snelschaatsers, geen ijsbaan

Bart Veldkamp (38) schaatste gisteren op de Spelen in Turijn de 10 kilometer, zijn laatste wedstrijd ooit. Hij verdedigde de eer van België, een land zonder enige schaatstraditie.

'Als wij over de Nederlandse reserves zouden beschikken, waren we meteen een topland.' Antoine van Vossel kan alleen maar met enige afgunst naar de schaatsnatie Nederland kijken. Als secretaris-generaal van zowel de Koninklijke Belgische Snelschaatsfederatie als de Vlaamse Shorttrack Vereniging weet hij dat de twee buurlanden in niets te vergelijken zijn. Ook niet als het om schaatsen gaat.

Want twee federeraties klinkt wel stoer, maar eigenlijk gaat het om één vereniging, zonder personeel, die Van Vossel vanuit zijn huiskamer runt. De Vlaams-Belgische opdeling is er simpelweg om via het Belgisch Olympisch Comité (BOIC) toch nog een handvol subsidiecenten los te weken.

'Nederlanders worden met schaatsen om geboren', weet Van Vossel. Dat is in België wel even anders. Er zijn weinig kanalen,niet één 400-meterbaan. Vlaanderen telt amper een twintigtal ijshallen, de helft heeft ook een shorttrackclub. 'De mogelijkheid om te schaatsen bestaat hier gewoon niet. En in die schaatshallen vind je geen enkel paar snelschaatsen, enkel kunstschaatsen of hockeyschaatsen. Daarom staat schaatsen in België synoniem voor kunstschaatsen.'

Het snelschaatsen moet het nog steeds hebben van twee import-Belgen: naast Veldkamp schaatst ook een andere voormalige Nederlander, André Vreugdenhil, met een Belgische licentie. Sinds Veldkamp in 1997 zijn Nederlandse identiteit ruilde voor een Belgische, is er nooit sprake geweest van een Bart-effect.

'Ookomdat hij hier niet eens woont, al heeft hij wel een Belgisch adres. Maar zijn keuze wordt natuurlijk als zeer opportunistisch ervaren. Hij is wel lid van een club in Lommel, maar hij komt er zo goed als nooit.' België telt honderdtwintigsnelschaatsers, verdeeld over twee clubs. Het aantal competitieschaatsers is - Veldkamp en Vreugdenhil inclusief-te tellen op de vingers van twee handen.

Veldkamps bronzen medaille op de Winterspelen van Nagano kreeg in zijn nieuwe vaderland nauwelijks aandacht. Ook nu is de interesse voor de Winterspelen bijzonder pover. De prestaties van kunstschaatser Kevin van der Perren werden op de publieke televisiezender gevolgd door maximaal 160.000 kijkers, een marktaandeel van 8,5 procent.

De wedstrijden van de shorttrackers Pieter Gysel en Wim de Deyne werden niet eens rechtstreeks uitgezonden, maar weggestopt in een sportblokje tijdens het late avondjournaal, na een veel langer item over de omkoopaffaire die het Belgische voetbal in zijn greep houdt. De olympische triomf van Marianne Timmer werd zondagavond door 39.000 Vlamingen bekeken op Nederland 2. Welgeteld twee Belgische journalisten vonden de Winterspelen in Turijn de moeite van de verplaatsing waard. Maarinmiddels zijn ze alweer meer dan een week thuis in België.

'De aandacht van de media is erg ondermaats. En ook op de Vlaamse overheid hoeven we niet te rekenen', weet Van Vossel. De federatie is te klein om in aanmerking te komen voor Vlaamse subsidies, en een fusie met de iets populairdere kunstschaatsfederatie bleek niet haalbaar. 'Dan moeten we ook zelf een deel van het personeel betalen, en dat geld is er gewoonweg niet.'

Vlaanderen betaalt wel de lonen van de twee olympische shorttrackers, maar daarmee houdt het op. Van Vossel: 'Het is een vicieuze cirkel. Zonder subsidies en extra infrastructuur kan het schaatsen zich niet ontwikkelen. Maar zolang de sport klein blijft, kunnen we geen aanspraak maken op geld van de overheid.'

Gysel en De Deyne zijn eind twintig, de kans is reëel dat ze er voor de Olympische Winterspelen van Vancouver in 2010 de brui aan geven. 'En dan vallen we weer in een zwart gat', vreest Van Vossel. Want de opvolgers staan nog niet klaar, ondanks het harde werk in een tiental clubs.

Toch zijn er in België een driehonderdtal shorttrackers, waarvan de helft deelneemt aan competities. Ze oefenen op de drie 200-meterbanen die het land rijk is. In het Limburgse Hasselt traint de shorttrackploeg onder leiding van de Nederlander Jeroen Otter, die zijn loon ontvangt van het Belgisch Olympisch Comité.

Simon van Vossel, zoon van, stuwde de Belgen in Salt Lake City naar een zevende plaats in de aflossing. Een auto-ongeval tijdens een trainingsstage in Canada maakte een eind aan zijn carrière. Een comeback voor Turijn bleek ondanks hard werken niet haalbaar. 'Met Simon hadden we een potentiële topper en twee subtoppers. Samen konden ze zich plaatsen als team. Met twee subtoppers alleen lukt dat niet.'

Toch is het niet allemaal kommer en kwel in schaatsland België. De club uit Lommel, dertig leden sterk, beschikt met de 21-jarige Kris Schildermans over een bescheiden talent van eigen kweek voor het langebaanschaatsen. Als eerste echte Belg plaatste hij zich voor een wereldbekerwedstrijd. Afgelopen december werd hij in Turijn op de 5.000 meter 32ste vande 41 deelnemers. Zijn tijd van 7.00,67 wasnet geen evenaring van zijn eigen Belgisch record.

Wel kreeg hij een stukjein Het Belang van Limburg - van 331 woorden.