Zwembond zwicht voor druk

Met de aanstelling van Jacco Verhaeren (36) als technisch directeur schept de zwem- bond vooral duidelijkheid.

Het was buigen of barsten. Als de Nederlandse zwembond (KNZB) hem woensdagavond niet had aangesteld, ook goed, maar dan was Jacco Verhaeren voorgoed zijn eigen weg gegaan. Dan hadden ze het daar, op het 'administratiekantoor in Nieuwegein', zelf mogen uitzoeken. Al ruim twee maanden had de no-nonsense-trainer uit Eindhoven zich aan het lijntje laten houden, en dat was in zijn geval al een prestatie van formaat.

Maar Verhaeren wist dat de bond vroeg of laat zou capituleren. Hij geniet immers de onvoorwaardelijke steun van NOC*NSF, de almachtige beheerder van de geldstromen binnen de Nederlandse topsport. Sterker: 'Geen Verhaeren = geen geld', luidde het verkapte dreigement van de sportkoepel tegenover de armlastige bond.

Maar ook vanuit sportief oogpunt moest de KNZB wel instemmen met de komst van de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen, die het machtsvacuüm opvult na de roemloze aftocht van bondscoach André Cats, inmiddels al weer bijna twee jaar geleden. Afgelopen zomer, bij de WK langebaan (50 meter) in Montréal, bleek maar weer eens hoe broos de onderbouw van het Nederlandse topzwemmen is. Anoniem dobberde de nationale ploeg mee in het Canadese bassin. Een daadkrachtig aanvoerder? Een inspirerende teamgeest? Beide ontbraken in Quebec.

Verhaeren uitte de voorbije maanden veel kritiek - intern én extern - op de talmende houding van de van oudsher breedtesport-geörienteerde bond. Maar die sloeg alle signalen in de wind, bang als de beleidsmakers waren opnieuw in de eigen valkuil te stappen. Het fiasco met de voortijdig gesneuvelde eigen topsportstichting lag nog te vers in het geheugen.

Dat Verhaeren nu in dienst treedt van een orgaan dat hij jarenlang op de korrel nam, siert hem. Wie het beter meent te weten, moet ook de verantwoordelijkheid durven nemen. De trainer-coach van onder anderen olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband blijkt bereid als de aanjager te fungeren van de verlate inhaalrace op weg naar de Spelen van Peking (2008). Bovendien: If you can't beat them, join them. Het is een aloude wijsheid, die ook in de topsport opgeld doet.

Met de aanstelling van Verhaeren schept de bond duidelijkheid. Eindelijk, zo verzuchtten gisteren verreweg de meeste betrokkenen. 'Wat we nu doen, is ieder zich voor zich, oftewel gerommel in de marge', zei Verhaerens collega in Amsterdam, Fedor Hes. 'Samen de strijd aanbinden is al jaren mijn stokpaardje. Jacco heeft gelijk als hij zegt dat de individualisering te ver is doorgeslagen. Zwemmers maken keuzes omdat het hun beter uitkomt, niet om hun prestaties te verbeteren.'

Ironisch genoeg was het Verhaeren die zich nog niet zo lang geleden opwierp als pleitbezorger van de individuele aanpak. Voortschrijdend inzicht heeft hem op andere gedachten gebracht. Zwemmers die bij de grote toernooien niet eens de series overleven, hebben volgens hem niets te willen. Die dienen zich te conformeren aan de van hogerhand opgelegde trainingsprogramma's. Wie niet wil of kan, moet een ander vak kiezen.

Hes deelt die mening. Toch moet uitgerekend hij nu vrezen voor zijn baan. Amsterdam is naast Eindhoven het andere officiële steunpunt, dat nu het predikaat 'nationaal opleidingscentrum' heeft meegekregen. Verhaeren gaat de komende maanden op zoek naar een trainer voor Amsterdam, die in dienst zal treden van de bond. Maar Hes zegt zich vooralsnog geen zorgen te maken.

Een dissident geluid kwam vanuit Dordrecht, waar bij gebrek aan middelen gevreesd moet worden dat een aantal (top)zwemmers de wijk zal nemen. 'Een politieke keuze', zo typeerde Dick Bergsma de benoeming van Verhaeren. Een leegloop vreest de coach van Topzwemmen West-Nederland niet, want 'een zwemmer kiest voor een coach, niet voor een centrum'.

Verhaeren op zijn beurt moet hopen dat hij van de bond inderdaad de vrije hand krijgt, die hem nu is toegezegd. Zo niet, dan trekt hij alsnog zijn eigen plan.