Washington onder water

Klimaatverandering is nog grotendeels het terrein van wetenschappers, een handjevol milieuactivisten en enkele geëngageerde publicisten als Mark Lynas, die recentelijk Het nieuwe weer schreef en Bill McKibben, auteur van The end of nature (1989).

Is dat de reden waarom klimaatverandering als onderwerp nauwelijks inspireert tot het schrijven van spannende, of tragische fictie? Of is het gebrek aan fantasie en engagement? Feit is dat Forty Signs of Rain en Fifty Degrees Below, de eerste twee delen van de nieuwe sciencefiction-trilogie van de Amerikaanse schrijver Kim Stanley Robinson, een uitzondering zijn.

Robinsons politiek-kritische sciencefiction speelt zich af in de nabije toekomst in Washington DC en verhaalt over de pogingen van enkele wetenschappers en Charlie Quibbler, milieu-adviseur van de democratische senator Phil Chase, om de rampzalige gevolgen van 'global warming' zoveel mogelijk te beperken en de politieke arena te dwingen tot handelen. Het lijkt een ongelijke strijd. Chase komt niet verder dan een nietszeggend 'I'll see what I can do' en de zittende president is een Republikein voor wie het draaiend houden van de economie een 'happy religion' is. 'There's a ten-trillions-a-year economy that wants more consumption'. Kennelijk, concludeert Charlie, 'is het makkelijker de wereld te vernietigen dan om het kapitalisme ook maar enigszins te veranderen'.

Maar niet alleen de politiek treft blaam. Hoofdpersoon Frank Vanderwal, 43 jaar oud, wetenschapper bij de National Science Foundation, alleenstaand, intellectueel, cynisch, scherp, gefascineerd door sociobiologie, wonend in een boomhut en zoekend naar liefde realiseert zich na een lezing van een Tibetaanse monnik over het 'doel van de wetenschap vanuit Boeddhistisch perspectief', dat hij, zoals veel westerse wetenschappers, een 'denkende machine' is geworden. Ratio en emotie zijn uit balans. 'Wetenschap is méér dan ratio', aldus Frank. De wetenschap moet niet alleen cijfers en technische oplossingen aandragen, maar ook kennis uitdragen en zich durven te mengen in de politiek om het tij te keren.

Robinson kruipt in de gedachtewerelden van zijn hoofdpersonen. Tot in detail en met veel humor worden hun ideeën, filosofieën, observaties en dagdromen beschreven. Daardoor vordert de plot betrekkelijk traag. Enerzijds ontneemt dat de verhalen hun vaart, anderzijds draagt het langzame tempo bij aan het besef dat we met zijn allen slaapwandelend de afgrond naderen.

Terwijl Frank, Charlie en zijn vrouw Anna hun dagelijkse leventje als in 'slow motion' vervolgen, legt Robinson helder uit (zoals in zijn veelgeprezen Mars-trilogie) hoe de poolkappen smelten en de zeespiegel en de temperatuur van het zeewater stijgen. Zodanig dat de warme Golfstroom, waaraan West-Europa en Noord-Amerika hun gunstige klimaat danken, stopt. De gevolgen zijn catastrofaal: Forty Signs of Rain eindigt met een overstroomd Washington en in Fifty Degrees Below beleeft de Amerikaanse hoofdstad de koudste winter ooit.

Maar het zijn niet de rampen die de toon zetten. De wetenschappelijke waarheden en de eigenzinnige karakters maken het spook van de klimaatverandering angstaanjagend zichtbaar. Of Robinson een pessimist is zal blijken in deel drie. Met de eerste twee delen toont hij in elk geval overtuigend dat onze beschaving tot nu toe faalt om de gevolgen van het broeikaseffect te voorkomen.

Kim Stanley Robinson: Forty Signs of Rain. HarperCollins, 356 blz. euro11,65

Kim Stanley Robinson: Fifty Degrees Below. HarperCollins, 400 blz. euro19,95