Sterker dan alles is de lust

De tentoonstelling Rembrandt-Caravaggio nodigt uit tot een nauwgezette vergelijking van stijlen en karakters van beide verwante schilders.

Rembrandt: De blindmaking van Simson (1635)

Verleden week werden in het Van Gogh Museum de kisten geopend en kwamen ze tevoorschijn: Caravaggio's Amor en Rembrandts Ganymedes, de Hiëronymus uit de Galleria Borghese, de Bathseba uit het Louvre, Het verraad van Christus met het zelfportret van Caravaggio, de overweldigende Blindmaking van Simson en nog tientallen andere schilderijen van de Rembrante dell'Italia en de Caravaggio degli Oltremontani, de Caravaggio van benoorden de Alpen, zoals een achttiende-eeuwse kunstkenner ze heeft genoemd.

Aan Rembrandt zijn we hier nogal gewend. Maar vijftien Caravaggio's in Amsterdam - dat is voor elke liefhebber van de schilderkunst niet minder dan een sensatie. Ik heb hele reizen ondernomen om één enkele Caravaggio te zien. Ik herinner me de ochtend in Syracuse waarop ik gejaagd door het Palazzo Bellomo beende om Caravaggio's Begrafenis van de heilige Lucia op te sporen, nadat ik tevergeefs in de kerk was geweest waar dat altaarstuk eeuwenlang had gehangen. Ik voer naar Malta voor zijn Onthoofding van Johannes de Doper, en in Cremona doolde ik door het stoffige Museo Civico om er een Franciscus in gebed te vinden. Nu hoef ik alleen nog maar een kwartiertje te fietsen om Caravaggio's te kunnen zien.

Het is niet de eerste maal dat Rembrandt aan het Amsterdamse Museumplein wordt geëerd. Maar ditmaal is hij in gezelschap van een andere grootheid, en dat is een uitstekend idee, want nog weer eens een tentoonstelling met vijftig Rembrandts, daar waren wij misschien toch een beetje bedrukt naar toe gegaan. Caravaggio's briljante en indringende aanwezigheid zorgt ontegenzeggelijk voor spanning. De expositie heeft bovendien een interessant concept. Ik meen dat het de grote Duitse kunsthistoricus Heinrich Wölfflin was die er een methode van maakte om twee schilderijen te vergelijken. Als je de kwaliteiten en eigenaardigheden van een schilder wilt leren kennen, kun je niets beters doen dan er het werk van een verwante schilder naast zetten. Door verschillen immers wordt het oog gescherpt. In 2003 heeft dit idee geleid tot de prachtige Picasso-Matisse expositie in Parijs. Nu heeft het in Amsterdam de confrontatie veroorzaakt tussen twee meesters van het geschilderde drama.

Dit is een tentoonstelling die gaat over stijl en stijlverschillen: elk schilderijenpaar nodigt immers uit tot vergelijken. Voor mij gaat het ook over twee karakters.

In 1610 stierf Michelangelo Merisi da Caravaggio, 38 jaar oud. Hij bezweek aan malaria in Porto Ercole, nadat hij vier jaar als balling had geleefd, in Napels en op Sicilië en Malta, voortvluchtig omdat hij in Rome bij een ruzie een edelman had gedood. Hij was op de terugweg naar Rome, nadat hij zijn even trieste als aangrijpende, even schuldbewuste als verontrustende David met het hoofd van Goliath vooruit had gezonden in een poging om de paus tot een gratieverlening te bewegen. De jongen is mooi, het afgeslagen hoofd van Goliath is een zelfportret van Caravaggio, en op het scherp van het zwaard heeft hij in het Latijn woorden geschilderd die betekenen: nederigheid overwint de hoogmoed. Dit was zijn manier om deemoed te tonen.

Rembrandt was nog een kind toen dit drama zich voltrok. Nadat hij zijn leertijd als schilder had voltooid besloot hij de gebruikelijke studiereis naar Rome niet te maken, dit tot verbazing van zijn bewonderaar Constantijn Huygens die wel naar het Zuiden was gereisd en keurig een dagboek had bijgehouden. Uit Rembrandts besluit spreekt het instinctieve zelfbewustzijn van het grote talent. Hij had die studiereis niet nodig. In Amsterdam kon hij in verzamelingen en op veilingen Italiaanse meesters zien, er kwamen veel tekeningen en prenten over de Alpen. Dat was voor hem genoeg. Er moet tijdens zijn leertijd in Leiden een dag zijn geweest waarop hij de naam Caravaggio voor het eerst heeft gehoord. Zijn leermeester Jacob van Swanenburg had een kwart eeuw in Italië doorgebracht, was met een Napolitaanse vrouw teruggekeerd en had in Napels geleefd toen Caravaggio daar opzien baarde.

Waarom werd Rembrandt zo getroffen door het chiaroscuro en realisme van Caravaggio, dat hij via de imitaties van de Utrechtse Caravaggisten leerde kennen? Er is maar één antwoord: omdat hij 'historieschilder' wilde zijn en onmiddellijk de dramatische potentie van Caravaggio's sterke licht-donker contrasten en zijn pakkende realisme onderkende.

Die Utrechtse jongens waren dus wel in Rome geweest. Zij hadden in de verzamelingen van Borghese, Giustiniani en Del Monte de Caravaggio's gezien, ook diens altaarstukken in San Luigi en Santa Maria del Popolo, ze hadden er kopieën van gemaakt. In Amsterdam ging Rembrandt in de leer bij Pieter Lastman, die Caravaggio's werk ook uit eigen aanschouwing kende en verhalen gehoord zal hebben over de degendragende schilder die Rome was ontvlucht. Caravaggio's faam had zich onder schilders in heel Europa verspreid, zijn stijl was le dernier cri. Het is fascinerend dat Rembrandt schilders heeft ontmoet die beelden van Caravaggio's wereld in hun hoofd hadden, die in Rome in het Palazzo Madama waren geweest, waar hij had gewoond. Zijn 'geaardheid', daar zal Rembrandt ook over vernomen hebben, want je zag het in zijn schilderijen. Hoe werd in die dagen een homoseksueel genoemd? Een sodomiet? In Amsterdam stonden strenge straffen op sodomie. In Rome, waar kardinalen met courtisanes verkeerden, was dat anders. Voor hen schilderde Caravaggio ook zijn mooie weke jongens.

Twee karakters: Rembrandt en Michael Angel Crawats - zoals zijn naam in een Amsterdams testament van 1617 werd weergegeven - en hoe verschillend. Geen betere manier om dat te zien dan door twee schilderijen te vergelijken waarmee ze, jong en gretig, het publiek van hun dagen probeerden te choqueren en waarin ze dus uitpakten: Rembrandts Roof van Ganymedes en Caravaggio's Amor die alles overwint.

De Ganymedes roept, ondanks zijn grote formaat, bij mij het woord 'koddig' op. Het is koddig, die halfnaakte peuter met zijn babyvet, die in de klauwen van een adelaar van de aarde wordt weggevoerd. De traditionele verbeelding van de mythe was die van een schone jongeling die op de rug van een adelaar naar de Olympus werd gevoerd om Jupiter tot schenker en schandknaap te dienen. Daar zag Rembrandt niets in. Hij elimineerde het element van de knapenliefde, omdat het hem niet lag. Hij betoont zich ook nuchter, down to earth. Hij schildert het enig menselijke wezen dat door een adelaar kan worden meegevoerd door de lucht: een peuter. Hij laat die peuter plassen van angst en maakt de stroom urine goed zichtbaar. De Ganymedes heeft iets van een boertige grap. Het schilderij verraadt Rembrandts boerse herkomst. Het is een schilderij dat het in het rauwe en nog boerse Amsterdam goed deed. De connaisseur kon zijn lippen tuiten, omdat de jonge schilder de eerbiedwaardige mythe zo gedurfd naar zijn hand had gezet. Voor de anderen was het een verbazingwekkende grap en men wees elkaar er lachend op: kijk, hij pist!

Uit Caravaggio's minstens zo vrijmoedige Amor straalt je iets tegemoet dat met 'koddig' niet is aangeduid. Achter de quasi-onschuld van dit schilderij gaat een verfijnde perversie schuil, een nauwelijks door de allegorie in toom gehouden schunnigheid. Het is een tonque-in-cheek schilderij met als boodschap: sterker dan alles is de geile lust, alle kunsten en wetenschappen liggen aan zijn voeten. Wat zal markies Vincenzo Giustiniani, de opdrachtgever, gegrijnsd hebben toen dit schilderij hem in zijn Romeinse palazzo voor het eerst werd getoond. Hij herkende het joch dat model had gestaan voor de vrolijk op hem afspringende Amor. Zijn eruditie werd geprikkeld door de allegorie, die met kunstig neergelegde en nog kunstiger geschilderde voorwerpen was geënsceneerd. Zijn gevoel voor satire werd bespeeld, want in de houding van deze schaamteloze jongen heeft Caravaggio een verheven sculptuur van de goddelijke Michelangelo geparodieerd. En was het niet verrukkelijk om te zien hoe dat wat door de wereld het hoogst werd geschat aan de voeten lag van dat lachende hoerenjong? Rembrandts Ganymedes zou Giustiniani zeker verbaasd en geamuseerd hebben, maar het toch hebben afgelegd tegen deze Amor die al zijn zinnen prikkelde met een sophisticated, pervers genot. Dit was het milieu van de jonge Caravaggio.

De tepels van Judith verstijven onder de dunne witte stof van haar hemd als zij met een zwaard het hoofd afhakt van de Assyrische generaal Holofernes. Met list en verleidingskunst is zij de tent binnengedrongen waar hij ligt te slapen. Naast haar staat een oude vrouw gefascineerd toe te kijken, in haar handen de zak waarin het hoofd verborgen zal worden. In rechte rode stralen spuit het bloed uit Holofernes' hals.

Caravaggio was negenentwintig toen hij zijn Romeinse bewonderaars met dit schilderij verblufte. Precies even oud was Rembrandt toen hij zijn Blindmaking van Simson schilderde. Delilah heeft Simson zijn geheim ontfutseld: zijn kracht schuilt in zijn lange manen. Zij heeft hem op haar schoot in slaap doen vallen en zijn haren afgeknipt. In Rembrandts enscenering wordt Simson door vijf soldaten in een wilde worsteling tegen de grond gedrukt, geketend en blind gemaakt - een van hen steekt zijn dolk in het rechteroog. De tenen van Simsons hoog opgeheven rechtervoet krommen zich in razende pijn. Delilah vlucht met zijn haren in haar hand en terwijl zij omkijkt naar de overwonnen reus licht haar gezicht even op in boosaardige verrukking.

Het is of het geweld van deze oud-testamentische voorstellingen beide schilders heeft geïnspireerd tot een compositie die de kracht heeft van een gebalde vuist. Caravaggio heeft, zoals hij graag deed, zijn figuren samengedrongen in een enge en ondiepe ruimte. Zijn compositie is helder en van een klassieke eenvoud. Een betoog waarin alles tot in kleinste details is doordacht. Omdat Rembrandts Simson met zijn enorme woeling en pathos ernaast hangt, zie je opeens nog duidelijker hoezeer Caravaggio een koele constructeur is en een schilder die zijn wortels heeft in de klassieke idealen van de Renaissance. Rembrandt, de noorderling, is hier de warmbloedige schilder en Caravaggio, de zuiderling, de koudbloedige. Het blijkt ook uit de behandeling van het licht. Caravaggio's licht is sculpturaal, hij beeldhouwt er om zo te zeggen zijn figuren mee. Rembrandts licht is atmosferisch, het is mild en warm, en alleen al die opvatting over het licht in het schilderij plaatst zijn werk in een ander universum.

Het geweld in Rembrandt schilderij heeft haast iets goedmoedigs. De dolk wordt weliswaar recht in Simsons oog geplant, het bloed spuit eruit, het is wreed, maar er is niemand die daar genoegen aan beleeft, ook Delilah niet, want zij is alleen maar trots op zichzelf. De soldaten doen hun werk. Simson is een boerse gestalte. De manier waarop hij wordt aangepakt verschilt niet van de manier waarop hij zelf een schaap zou hebben geslacht of een stuk wild zou hebben gedood: zonder kwade bedoelingen. Rembrandt wilde verbluffen, hij liet de wreedheid zien, maar hij onderhield geen lustvolle betrekking met het geweld dat hij schilderde. Zijn bekende Geslachte os is een zachtmoedig schilderij.

In Judith en Holofernes is het vooral de figuur van Judith die Caravaggio's verhouding tot het geweld onthult. Judith is een dubbelzinnige figuur. Haar gezicht is van weerzin vertrokken, zoals we mogen verwachten, en ze deinst instinctief terug terwijl ze Holofernes afslacht. Haar tepels verstijven van schrik. Maar bij de kijker wekken ze bepaald geen afschuw op. En hoe effectvol worden haar borsten juist op dit ogenblik door een rijgkoord ingesnoerd, hoe prachtig komen ze omhoog onder de dunne stof omdat zij achteroverleunt. Het gerimpelde gezicht van de oude vrouw maakt Judith nog aantrekkelijker. Ze is een meisje, maar ze heeft de handen van een jongen. Het zwaard, waarmee ze het hoofd van Holofernes afhakt, maakt haar tot een wrede meesteres. Het schilderij is een en al gecompliceerde en gekwelde erotiek. We ruiken hier aan de bloemen van het kwaad. Zijn Onthoofding van Johannes de Doper op Malta signeerde Caravaggio op een bizarre manier: hij schreef zijn naam, voluit, met het bloed dat uit de hals van Johannes druipt.

Ik heb het tot nu toe vooral over de perverse kant van Caravaggio gehad en vraag me af waarom mijn gedachten zich in die richting hebben ontwikkeld. Het antwoord: het is Rembrandts robuuste, warmbloedige aanwezigheid die juist deze kant van Caravaggio, de subtiele gecalculeerde perversie, extra opvallend maakt.

Natuurlijk zijn Caravaggio's andere kanten volop te bewonderen op deze schitterende tentoonstelling, te beginnen met zijn heerlijke en soms verbluffende schilderwerk. Je ziet zijn vermogen om een karakter te peilen in het ontroerende portret van Fra Antonio Martelli, de Maltezer ridder, een oude vechtjas, opdoemend uit het halfduister in een warm licht. Je ziet zijn liefde voor jongens, zijn bijzondere aandacht voor oude mannen en oude vrouwen. Je geniet van licht en kleur in zijn stillevens, en zijn berouwvolle Maria Magdalena laat zien dat hij ook op een tedere manier een vrouw kon schilderen.

Tenslotte sta je voor Rembrandts Bathseba na het bad, een schilderij met een meditatieve atmosfeer, prachtig gecombineerd met Caravaggio's eveneens meditatieve Hiëronymus, een asceet in zijn cel. Terwijl je naar dat onwaarschijnlijk mooi geschilderde vrouwenlichaam kijkt en je volzuigt met de tederheid en intimiteit van dit beeld, valt je het volgende in. Als Rembrandt me ontroert, is het door zijn tederheid en droomachtige verinnerlijking. Als Caravaggio me ontroert, is het door een tragische verlatenheid die als een onderstroom in al zijn werk voelbaar is. Hij signeerde met het bloed van Johannes de Doper, nadat hij eerst op een aangrijpende manier de verlatenheid van diens sterven had laten zien - haast een prefiguratie van zijn eigen eenzaam sterven in Porto Ercole.

Rembrandt - Caravaggio inspireert.

Dit is een ode aan de schilderkunst.