Speuren naar Caravaggio

Er is over het leven van Caravaggio weinig bekend en daarom wordt elk feitje dat uit de archieven opduikt breed uitgemeten. Toen in 1991 de Italiaanse studente kunstgeschiedenis Francesca Cappelletti in een zelden betreden archief verwijzingen vond naar verkopen van schilderijen, leidde dat onder Caravaggio-geleerden tot grote opwinding. Dat die informatie drie jaar later zou leiden tot de ontdekking van een verloren gewaand werk was wereldnieuws.

Cappelletti is één van de hoofdpersonen in The Lost Painting van de Amerikaanse journalist Jonathan Harr, over de ontdekking van Caravaggio's 'De Gevangenneming van Christus'. Het dook tien jaar geleden op in Dublin. Het verhaal van hoe het daar kwam en vooral hoe met zekerheid kon worden vastgesteld dat het écht om een Caravaggio ging, is spannend opgeschreven.

We volgen Cappelletti in de archieven. Haar eerste doorbraak komt als ze toegang krijgt tot het 'vochtig aanvoelende en muf ruikende' familiearchief van de familie Mattei-Ricci, die in het begin van de 17de eeuw een berooide Caravaggio enkele jaren onderdak bood. Ze is aanvankelijk op zoek naar informatie over een heel ander schilderij, maar stuit op een vermelding van de verkoop van vier Caravaggio's, waaronder eentje die tot dan toe uitsluitend bekend is van latere kopieën, 'De Gevangenneming van Christus'. Cappelletti weet vervolgens met veel geduld en doorzettingsvermogen de lotgevallen van het schilderij te reconstrueren. Zo ontdekt ze dat het in de 19de eeuw wanneer de familie tot armoede is vervallen, is verkocht aan een Schots edelman, zij het ten onrechte toegeschreven aan de Nederlander Gerard van Honthorst, een navolger van Caravaggio. Cappellletti zet haar speurtocht in Groot-Brittannië voort, maar kan alleen nog reconstrueren dat het rond 1920 moet zijn doorverkocht op een veiling aan een onbekende bieder. Het spoor loopt dood.

Dan schiet het toeval te hulp als haar landgenoot Sergio Benedetti, een conservator van het National Gallery in Dublin, de ontdekking van zijn leven doet in een jezuïetencollege. Hij ziet direct dat een sterk vervuild werk toegeschreven aan Honthorst wel eens van Caravaggio zou kunnen zijn. Onderzoek wijst uit dat de lijst identiek is aan die van twee van de vier andere uit de collectie van Mattei-Ricci en dat de schilder onder meer de positie van het oor van Judas heeft gewijzigd, hetgeen aannemelijk maakt dat het schilderij geen kopie is. Benedetti's speurtocht naar de lotgevallen van het schilderij voert hem vervolgens terug in de tijd, waarna hij, samen met Cappelletti, al snel iedere twijfel omtrent de schilder ervan wegneemt. Dat hij daarna door een blunder bij het verdoeken de verf beschadigt, past alleen maar in de turbulente geschiedenis van dit schilderij.

Naast dit soort kleurrijke anekdotes geeft Harr een mooie inkijk in de wereld van de kunsthistorici, de kinnesinne, de onderlinge ruzies, en onhebbelijkheden, maar ook de verliefdheid tusen Cappelletti en een medestudent.

Jonathan Harr: The Lost Painting. Random House, 271 blz. euro26,-