Roze bril

Die sociale kunst waar Hans den Hartog Jager het vorige week (Cultureel Supplement, 17 februari) over had is toch allang weer voorbij. Dat was in de jaren negentig even een vrolijke losse toestand en het gaf op dat moment lucht. Maar die kunstenaars, zoals Rirkrit Tiravanija en Carlos Amorales, doen allang weer andere dingen nu. En door de lossigheid die zij gegeven hebben is iedereen nu weer streng. Ik heb er juist heel veel lol in nu. Maar het gaat wel om de toekomst. Die toekomst daar kun je urenlang over fantaseren, over praten. De toekomst geeft juist zoveel ruimte, is juist leuk. Een kunstenaar kan niet terug. Ik kan ook niet terug in mijn eigen werk. Wel anders. Dus dat soort sociale kunst hebben we nu gehad. Al zag ik dat het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst een hele ranzige advertentie in dezelfde bijlage heeft gezet om een intendant voor multiculturele projecten te werven. Dat is terug in de tijd, dat is geen toekomst. Dat is staatskunst, de kunst volgt de politiek. Sluiten, te dom voor woorden.

Heel Duitsland en Engeland schilderen weer. De schilderkunst is nu heel erg in, vergelijkbaar met de jaren tachtig. En er wordt nu nog meer geld mee verdiend dan toen. De voormalig Oost-Duitse schilders - Scheibitz, Havekost, Nitsche, Neo Rauch - hebben een enorme carrière. Het gaat nu alleen maar om kunst, maar ook weer niet en dat is interessant.