Rijke Ieren

Ierland, eens schrijnend arm, is het op een na rijkste land van de EU geworden. Hoewel in overweldigende meerderheid gelukkig, hebben de Ieren ook problemen. Maar luxeproblemen.

Stapvoets rijdt pater Paul Tighe in zijn glanzende Volvo door de drukke straten van Dublin. Af en toe rinkelt zijn autotelefoon. Ierlands nieuwe welvaart heeft ook de clerus niet onberoerd gelaten. 'De mensen kloppen tegenwoordig eigenlijk nog maar zelden bij ons aan wegens financiële problemen', zegt de priester, een medewerker van de aartsbisschop van Dublin. 'Ze willen nu praten over hun afmattende leven met lange werkdagen, lange files op weg naar het werk en problemen met de kinderopvang.'

Ierland heeft de afgelopen paar decennia een ongekende explosie van voorspoed meegemaakt. De cijfers spreken duidelijke taal. Na de Luxemburgers produceren de Ieren, die nog maar een paar decennia geleden in de Europese achterhoede bivakkeerden, nu het hoogste bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking binnen de Europese Unie: 45.400 euro. Nederland blijft daarbij met 37.300 euro ruimschoots achter.

Die voorspoed heeft het land in veel opzichten diepgaand veranderd. Zowel uiterlijk als in zijn sociale structuur. Grote delen van het land zijn letterlijk op de schop genomen. Overal zijn nieuwe wegen aangelegd en nieuwe woonwijken en bedrijfsterreinen uit de grond gestampt. De bouwsector is goed voor zo'n 14 procent van het bbp. Dat is bijna drie keer zoveel als in de meeste andere Europese landen.

Nergens is dat beter zichtbaar dan in Dublin, dat uit een oogpunt van welvaart tegenwoordig aan Scandinavische steden doet denken. Overal zijn nieuwe kantoortorens verrezen en historische gebouwen opgeknapt, met name in de uitgaansbuurt Temple Bar langs de rivier de Liffey. Nog altijd wemelt het van de hijskranen in en rondom de stad. Zo groot was de bouwwoede de afgelopen jaren dat de unieke boekencollectie in de oude eerbiedwaardige bibliotheek van Trinity College in het centrum van Dublin via spleten en bezoekers onder fijn steengruis bedolven raakte. Voor veel geld moet die collectie nu worden gereinigd.

De welvaart knalt je aan alle kanten tegemoet. Een chic restaurant als The Tea Room in het Temple Bar-district zit elke avond vol met nouveaux riches. Niet toevallig is het in handen van een bekend groepje nieuwe rijken, de Ierse rockgroep U2 van Bono. Wie de televisie aanzet, krijgt er bij het weerbericht de sneeuwstanden van de grote skioorden in de Alpen bij. Want veel Ieren gaan tegenwoordig uitgebreid op wintersportvakantie. Een futuristische tram rijdt door het centrum van Dublin en overal rijden nieuwe BMW's en Mercedessen rond, want die firma's zagen hun marktaandeel in vier jaar tijd verdubbelen. Buiten de stad opent de ene golfbaan na de andere zijn poorten. Lidmaatschappen van de meest exclusieve kunnen oplopen tot 40.000 euro.

Het is echter zeker niet alleen de bovenlaag die heeft geprofiteerd van de economische omwenteling in Ierland. 'Begin jaren '80 heb ik een huis in Dublin gekocht voor omgerekend 17.000 euro', zegt een taxichauffeur. 'Nu is dat meer dan 300.000 euro waard. Ik denk wel eens: laat ik het verkopen en op het platteland gaan wonen, dan kan ik lekker rentenieren. Dan hoef ik niet meer om 5.00 uur 's ochtends op te staan zoals vanmorgen.'

Doordat Ierland een jonge bevolking kent, die in steeds grotere aantallen op de arbeidsmarkt komt, is er een groot tekort aan woningen en zijn de prijzen, vooral in Dublin, razendsnel gestegen. Het gemiddelde huis kost er nu 400.000 euro. Ook het afgelopen jaar hield de stijging aan. In sommige gewilde straten in Dublin gingen de prijzen in een jaar tijd met 50 procent omhoog. Ook in steden als Cork en Galway, die eveneens hebben gedeeld in de onweerstaanbare opmars van de Keltische Tijger, is onroerend goed heel snel meer waard geworden.

'Veel van mijn collega's hier op het instituut kunnen zich geen woning in Dublin meer veroorloven en moeten elke dag uren in de auto zitten', zegt de econoom Alan Barrett, die verbonden is aan het gerenommeerde Economische en sociale onderzoek instituut (ESRI) in Dublin. Het heeft ertoe geleid dat slaperige dorpen in een brede straal om Dublin plotseling zijn uitgegroeid tot een soort satellietsteden van de hoofdstad.

De Ierse literatuur is vol van ten hemel schreiende armoede, van meelijwekkende gezinnen met dronken mannen en ploeterende vrouwen met uitgebreide kinderscharen. Die enorme onderklasse verdwijnt echter in hoog tempo. De populaire econoom David McWilliams, die tevens een eigen televisieprogramma heeft, rekende in zijn nieuwste boek The Pope's Children voor dat de Ierse onderklasse de afgelopen tien jaar met 29 procent is geslonken. Anders gezegd: ruim 70 procent van de Ieren behoort nu tot de middenklasse of daarboven. Zijn collega's van ESRI vinden echter dat er wel iets is af te dingen op de cijfers van McWilliams, maar ook zij erkennen dat de middenklasse snel groeit.

De werkloosheid, eeuwenlang een gesel voor honderdduizenden Ieren, is tot slechts 4 procent van de beroepsbevolking gedaald. In 1993 bedroeg die nog ruim 15 procent en nog niet zo lang daarvoor 28 procent. Zo voortreffelijk presteert de economie tegenwoordig dat Ierland, eeuwenlang een emigratieland bij uitstek, binnen een generatie is uitgegroeid tot een immigratieland. Niet alleen zijn veel Ieren uit den vreemde in de moederschoot teruggekeerd, er is ook een forse stroom buitenlandse immigranten op gang gekomen, met name uit Oost-Europa. Als een van maar drie landen in de Europese Unie heeft Ierland werknemers uit de nieuwe lidstaten geen beperkingen opgelegd.

Zo kwamen er tussen mei 2004 en eind april 2005 ruim 70.000 mensen bij, overwegend uit Polen. Het was het hoogste immigratiesaldo uit de Ierse geschiedenis. Op een totale bevolking van maar vier miljoen zielen tikken 70.000 nieuwelingen aan. Het Pools is een veelgehoorde taal in de straten van Dublin geworden en kiosken verkopen hier en daar al Poolse kranten. De Polen en andere nieuwkomers zijn bereid om voor weinig geld hard te werken.

De toevloed van nieuwelingen wil ook wel eens tot conflicten leiden. Zo wilde het bedrijf Irish Ferries, dat onder meer veerdiensten op Groot-Brittannië onderhoudt, vorig jaar een deel van het dure Ierse personeel vervangen door veel goedkopere Letten. Dat was tegen het zere been van de vakbonden en zo legden vakbondsleden een paar veerboten van Irish Ferries plat en ontketenden een reeks protestacties. Uiteindelijke drukte Irish Ferries gewoon zijn zin door. Dat Irish Ferries hiermee wegkwam, ligt mede aan de gunstige arbeidsmarkt. De meeste Ierse werknemers, die - met een stevige vergoeding - aan de kant werden gezet, vinden naar verwachting betrekkelijk snel nieuw werk. Tussen september 2004 en september 2005 schiep de Ierse economie 96.000 nieuwe banen. Zo'n 40.000 daarvan werden overigens in beslag genomen door de toegestroomde migranten.

Geleidelijk aan, zo blijkt uit opiniepeilingen, neemt de weerstand tegen de stroom vreemdelingen toe. 'Er is altijd het gevaar dat de frustratie zich tegen alle immigranten zal richten, als het economisch wat minder gaat', waarschuwt John Banville, een van Ierlands bekendste schrijvers. 'Maar ik hoop dat ik het bij het verkeerde eind heb, want ik ben op zich erg voor hun komst.' Volgens de schrijver is het heel gezond dat Ierland, dat nog niet lang geleden nauwelijks contacten met de buitenwereld had, nu meer aan vreemde invloeden wordt blootgesteld.

Economen wijzen erop dat de nieuwkomers juist een soort smeerolie voor de economie vormen, die de groei eerder bevordert dan afremt. Dankzij de migranten met hun lage lonen kunnen ook de Ieren zelf geen extravagante looneisen op tafel leggen. Zo blijft de economie langer concurrerend met het buitenland.

De wonderbaarlijke groei van de Ierse economie is volgens Alan Barrett van het ESRI toe te schrijven aan een aantal factoren. In de jaren '80 deed zich de gunstige invloed gelden van een besluit uit de jaren '60 om het middelbaar onderwijs gratis te maken. De Ierse regering zou die kosten voortaan voor haar rekening nemen. In de jaren '80 zette de regering bovendien een aantal goede hogere technische scholen en technische universiteiten op. Mede dankzij een hoog kindertal, gestimuleerd door de katholieke kerk, beschikte Ierland zo begin jaren '90 over een relatief grote groep uitstekend geschoolde jongeren, die ook nog eens vloeiend Engels spraken.

De Ierse regering volgde daarnaast consequent een zeer liberaal economisch beleid. Buitenlandse bedrijven die zich in Ierland vestigden konden - net als lokale bedrijven - op aantrekkelijke lage belastingtarieven rekenen van slechts 12,5 procent.

Voeg daar het feit bij dat de Ieren dankzij de emigratiegolven van vroeger naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië over goede overzeese contacten beschikten en vorstelijk werden gesubsidieerd door de Europese Unie, en het is duidelijk dat ze in een welhaast ideale startpositie verkeerden op een moment dat de mondialisering van de economie in een stroomversnelling raakte. Die kans hebben de Ieren zich niet laten ontglippen. Veel bedrijven, in het bijzonder grote softwarefirma's als Microsoft, Google, Intel en Ebay vestigden zich in Ierland maar ook bijvoorbeeld een farmaceutisch bedrijf als Pfizer, bekend van Viagra. Het grotendeels agrarische Ierland kreeg zo binnen een generatie een welhaast postmodern karakter. Groeicijfers van 10 procent per jaar werden in de loop van de jaren '90 heel gewoon.

'Het heeft ons allemaal geen windeieren gelegd', bevestigt Barrett. 'Maar het zal niet oneindig voortduren. De babyboomers uit de jaren '70 zijn nu op de arbeidsmarkt verschenen, maar sindsdien is het geboortecijfer aanzienlijk afgenomen.' Niet voor niets spoorde de Oeso de Ierse regering vorige maand aan om er meer aandacht aan te schenken dat het nodig is ouderen meer in te schakelen in het arbeidsproces. Barrett: 'Het probleem is alleen dat die veel minder goed zijn opgeleid.'

Reden tot grote bezorgdheid is er echter niet onmiddellijk. Ook voor het komende jaar wordt weer een respectabele groei van 5 procent verwacht, meer dan bijna waar ook in West-Europa. In totaal heeft Ierland sinds het in 1973 lid werd van de Europese Gemeenschap 56 miljard euro ontvangen uit Brussel, waarvan het merendeel voor zijn boeren. Jarenlang kreeg Ierland aan steun de hoogste bijdrage per hoofd van de bevolking van alle EU-staten. Nog in 2003 bedroeg de steun 1,5 miljard euro. Inmiddels is de steun echter sterk verminderd. De Ierse regering staat intussen wel onder druk van andere Europese lidstaten om de lage belastingtarieven in lijn te brengen met die van hen. Maar Dublin verzet zich daar uit alle macht tegen. Barrett: 'De houding van onze regering in Brussel is: we willen jullie overal op tegemoetkomen, maar niet op dit punt.'

De Ierse bloei is nog niet overal gelijkelijk doorgedrongen. Zelfs in Dublin zijn er arme wijken met slecht opgeleide mensen die moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Maar het is vooral het dunbevolkte platteland in het westen van het land dat tot dusverre weinig van de opbloei heeft gemerkt. In de noordwestelijke provincie Mayo bijvoorbeeld zijn de visserij en de landbouw sterk in verval geraakt. Velen hebben daardoor geen werk meer en zien zich genoodzaakt baantjes in Dublin, Cork of Galway te zoeken. 'Elke zondagavond kun je de busjes zien vertrekken met mannen van hier, die weer voor enkele dagen in Dublin of elders gaan werken', zegt Thomas Joseph Carey, een lokale zakenman uit het West-Ierse kustdorp Rossport die tractoren verhuurt. 'Ten westen van de rivier de Shannon, die ons land min of meer in tweeën snijdt, is de Keltische Tijger niet doorgedrongen', bevestigt John Monaghan, een andere inwoner van het plaatsje.

Ook voor welvarende Ieren kent de economische voorspoed zijn prijs. Uit onderzoek blijkt dat vooral gezinnen met werkende moeders - de Ierse vrouw is niet meer weg te denken van de arbeidsmarkt - onder stress lijden. Met name de lange reistijden naar het werk vanuit de omliggende gemeentes van Dublin valt veel werkende moeders zwaar. Uit een recent overzicht van het Europese agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk bleek dat 25 procent van de mensen aangaf het moeilijk te vinden werk en gezinsleven met elkaar te verenigen. Maar heel erg zitten de Ieren daar toch niet mee. Uit dezelfde onderzoeken blijkt ook dat een overweldigende meerderheid zegt gelukkig te zijn met zijn bestaan. Dat konden hun ouders en voorouders de huidige generatie niet nazeggen.