Op school mag het niet

Nu scholen zich intensiever bemoeien met de inhoud van jeugdtheater, en pasklare voorstellingen willen, vrezen de makers een uitverkoop van de kunst.

'Executie in theaterstuk gaat te ver', kopte een krant naar aanleiding van de voorstelling Heksenstreken van poppentheatergroep Gnaffel uit Zwolle, een paar maanden geleden. Woedende volwassenen vonden het ophangen van een heks, zelfs al was het een pop, choquerend. 'Vinden jullie het leuk om kinderen bang te maken?', vroegen de ouders van de acht- tot tienjarigen. Scholen die de voorstelling later zouden gaan bezoeken zegden af, het theater waarin de voorstelling te zien was maakte publiekelijke excuses, theatergroep Gnaffel moest de gewraakte scène schrappen.

Het was niet de enige jeugdtheater-rel dit seizoen. Tijdens de voorstelling De smerigste en vieste boterham van het heelal voor kinderen vanaf zes jaar, door jeugdtheatergezelschap Artemis uit Den Bosch, werd er volgens een bezoekende school gevloekt en getongzoend. 'Kinderen zaten te huilen en werden door begeleidende ouders uit de zaal gehaald. Dat was voor ons het punt om de hele groep van 125 leerlingen uit groep 3 de voorstelling niet verder te laten kijken', zei directeur Hans Timmen van de school uit Hengelo destijds in een reactie. Kirsten Sinke van Artemis ontkent dat: 'Het ging over een ongelooflijk opschepperig jongetje dat alleen maar beweert dat hij op zijn zesde al tongzoende en die zijn ouders stom vindt. Speciaal voor de schoolvoorstelling hadden we het woord 'neuken' er al uitgehaald.'

Artemis en Gnaffel kunnen dit seizoen rekenen op minder speelbeurten op scholen en ze zijn niet de enige jeugdtheatergezelschappen die zich de toorn van scholen en ouders op de hals haalden. Of, zoals artistiek leider Moniek Merkx van theatergezelschap Max in Delft het uitdrukt: 'We liggen niet meer zo goed bij sommige scholen in de Bible Belt.'

Dat is een laconieke reactie, maar de theatermakers merken dat scholen zich steeds actiever en assertiever opstellen. Een nieuwe, royale subsidie zorgt ervoor dat scholen zich beraden op beleid voor cultuureducatie en daarmee doen ook de wensen en grenzen hun intrede. Tot vorig jaar hadden de scholen vaak maar een klein bedrag per leerling, meestal zo'n drie euro, beschikbaar om te besteden aan cultuureducatie. Dat hoefde niet; er mochten ook nieuwe schriften van worden gekocht. Maar vorig jaar werd de regeling Cultuureducatie Primair Onderwijs (CPO) ingevoerd, die scholen veel extra geld voor cultuur bezorgt. Dit jaar heeft al 60 procent van de scholen 10 euro 90 extra per leerling om te gebruiken voor cultuureducatie, volgend jaar zal dat bedrag voor alle basisscholen beschikbaar zijn.

Ramadan

Als het aan de scholen ligt, wordt er theater voor hen op maat gemaakt. Zij zijn immers de grootste afnemers. Cultuurcoördinator Henk van Haaften van de Paulusschool in Wijchen: 'Er spelen genoeg thema's op school waar we dolgraag theater bij zouden hebben.' De scholen willen nog meer. Ze houden van goedkope producties die precies vijftig minuten duren zodat het lesrooster niet hoeft te worden omgegooid. Het liefst voorstellingen die in de gymzaal passen of die in een nabij gelegen theater te zien zijn. En áls het dan in het theater moet, dan idealiter met weinig decor, zodat er twee voorstellingen op één dag kunnen worden geboekt; dat scheelt weer zaalhuur.

Voorstellingen worden gecheckt op taboes. Scholen willen niet dat er wordt gevloekt en bloot ligt gevoelig, zeker met de ramadan. Niet alle scholen verbieden het met zoveel woorden. Maar: 'Het zou fijn zijn als een maker die weet dat zijn stuk potentieel 'prikkelend' is, dat van tevoren aan ons laat weten. Dan kunnen wij de leerlingen erop voorbereiden', zegt Egon van Erven, coördinator cultuureducatie van basisschool de Meidoorn in Maasdriel. Zijn klassen zouden, zegt hij, niet weglopen als er tijdens een voorstelling werd gevloekt. 'We zouden het zeker stevig met onze leerlingen nabespreken, want hier op school mag het niet. '

Maar niet alle grenzen zijn even helder. Veel onderwerpen kunnen 'explosief' uitpakken: homoseksualiteit, agressie, hekserij en dood. De meeste scholen halen voorstellingen met zulke thema's liever niet binnen de schoolmuren en verschuilen zich daarbij achter 'het nut' dat de jeugdvoorstelling moet hebben en de kwetsbare kinderziel.

Daar maken de meer eigenzinnige jeugdtheatermakers zich zorgen over. Silvia Andringa van jeugdtheatergezelschap het Laagland uit Sittard schreef een brandbrief aan medemakers en OCW, die de verwarring over wat cultuureducatie voor kinderen precies inhoudt, aan de orde stelt. Zij vreest dat jeugdtheater in de toekomst alleen nog gedefinieerd gaat worden in sociaal-maatschappelijke doelen. Of kinderen wel gaan samenwerken van jeugdtheater, en of ze beter integreren. Terwijl het volgens Andringa zou moeten gaan om de ervaring zélf. Niet theater als middel, maar als doel op zichzelf.

Om de 'uitverkoop' van het jeugdtheater te voorkomen, moet de macht niet naar de scholen, maar naar de theatermakers, aldus de theatermaakster. 'Het is toch logisch dat de expertise over theater bij een theatermaker ligt? Ik werk op scholen, in klassen, met kinderen. Daardoor weet ik honderd keer meer van onderwijs dan een onderwijzer van theater.'

Er zijn meer gezelschappen die de subsidie voor cultuureducatie vrezen. Onder de titel 'Donkere wolken of een frisse wind' houden de groepen volgende week een debat over de toekomst van het jeugdtheater. In het meest sombere scenario wordt een gesubsidieerd jeugdtheatergezelschap dat een paar keer te veel risico neemt door boze scholen uit het bestel geknikkerd. Die invloed hebben scholen indirect. Want als scholen voorstellingen niet meer inkopen, kan een gezelschap niet voldoen aan het verplichte aantal jaarlijkse speelbeurten.

In een overvolle markt, waarin ieder jaar het aanbod aan voorstellingen de vraag overstijgt, zullen op de vrijgekomen plekken tientallen jonge makers en particulieren duiken die wél pasklaar 'theater' willen bieden, inclusief educatief project. Is dat kunst, is dat cultuureducatie, vragen de gevestigde gezelschappen zich af.

Gelukkige jeugd

Het meest hardnekkige meningsverschil ligt in de 'mythe van de gelukkige jeugd', meent Matthijs Rümke, voormalig artistiek leider van jeugdtheater Artemis. 'Opvoeders willen tegen elke prijs voorkomen dat hun kind iets akeligs meemaakt of voelt. Dus geen dood, geen verdriet, geen onverwacht bloot, geen jaloezie, geen woede.'

Een voorstelling waar zelfmoord in voorkomt, zoals De Luistering van theatergroep Wederzijds, werd om die reden door een aantal scholen geweigerd. Artistiek leider en regisseur Ad de Bont kan er wel begrip voor opbrengen. Hij stelt zichzelf kritische vragen: 'Misschien kwam die dood te patsboem aan het einde, had ik die meer in moeten leiden.'

'Je moet bedenken dat een schoolvoorstelling iets anders is dan een vrije voorstelling waar ouders met de kinderen meekomen', zegt Petra Levert, Coördinator Kunstaanbod van het Bisk, het Brabants Instituut voor School en Kunst. 'Naar een schoolvoorstelling gaan kinderen die nog nooit een theater van binnen hebben gezien. Wees als maker reëel: twee acteurs die zomaar een klas binnenwandelen zijn ook zonder heftige onderwerpen al zéér indrukwekkend.'

Volgens de makers zijn het vaak niet de kínderen die schrikken van het aanbod. Moniek Merkx van theatergroep Max: 'Natuurlijk gillen kinderen als er gezoend wordt in een voorstelling over liefde, maar dat is toch niet erg. Bovendien zien ze overal zoenende mensen. Bij ons kunnen ze er nog over napraten. Maar de docenten zijn bang voor de ouders en de ouders zijn op hun beurt bang voor hun kinderen.'

'We zijn niet bang', nuanceert cultuur coördinator Van Haaften van de Paulussschool, 'maar we houden wel rekening met de ouders. Als wij met een cluster scholen naar een voorstelling gaan kijken, dan hebben onze kinderen onder meer gereformeerden en Jehova-getuigen als ouders. Dan liggen veel onderwerpen zeer gevoelig.' Met andere woorden: een kleine groep (meest streng gelovige) opvoeders bepaalt soms voor hele groepen scholen wat er gezien mag worden.

Zelfs Ad de Bont, die al ruim twintig jaar harmonieus met scholen samenwerkt en ervoor pleit om altijd weer het gesprek met ze aan te gaan, ziet niet veel heil in de nieuwe subsidieregeling. 'Scholen hebben er te weinig tijd voor. Die moeten zich druk maken om naschoolse opvang en krijgen steeds meer taken van ouders toebedeeld. Bovendien leren onderwijzers op de Pabo vrijwel niets over jeugdtheater. Hoe kunnen ze dan beoordelen wat kwaliteit is? Het zou me niet verbazen als scholen gaan kiezen voor de veilige poppenkastvoorstelling van het buurthuis.'