Megasterren van de schilderkunst

Laten we vooropstellen dat het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum met de tentoonstelling Rembrandt-Caravaggio een huzarenstuk hebben geleverd. Maar liefst acht werken van Caravaggio werden door Italiaanse musea aan Nederland uitgeleend en ook musea uit Detroit, Londen en Berlijn stonden hun topstukken van de meester uit Lombardije voor een maand of vier af. Het Prado, het Louvre, de National Gallery in Londen en de Hermitage in St. Petersburg gaven allemaal hun favoriete Rembrandts in bruikleen. En ook Rembrandts Twee disputerende oude mannen, dat sinds 1936 in Melbourne verblijft, is weer eens in Nederland te zien.

Het zien en weerzien van al deze schilderijen zorgt voor momenten van absolute gelukzaligheid. Maar er zijn ook aspecten aan de tentoonstelling die wringen. Want waarom, bijvoorbeeld, is gekozen voor de combinatie van juist deze twee giganten? Rembrandt (1606-1669) en Caravaggio (1571-1610) hebben elkaar nooit ontmoet - hun levens overlappen slechts vier jaar. De samenstellers van de tentoonstelling maken er geen geheim van dat Rembrandt de schilderijen van zijn Italiaanse voorganger zeer waarschijnlijk zelfs nooit gezien heeft. Dat maakt de confrontatie tussen de twee schilders in het Van Gogh enigszins willekeurig.

Er zijn vaker dubbeltentoonstellingen gemaakt. Vier jaar geleden organiseerde het Van Gogh Museum nog de succesvolle expositie Van Gogh & Gauguin. Een logische keuze: die twee schilders kenden elkaar persoonlijk, ze bewonderden elkaar, beïnvloedden elkaar en vlogen elkaar zo nu en dan in de haren. Ook Picasso en Matisse, aan wie Tate Modern in 2002 een reizend overzicht wijdde, waren elkaars tijdgenoten en rivalen. Bij hen kun je gelegitimeerd op zoek gaan naar overeenkomsten en verschillen. Het zou immers heel goed kunnen dat ze de kunst bij elkaar hadden afgekeken.

Maar bij Rembrandt en Caravaggio ontbreekt die wederzijdse spanning. Zij kwamen uit twee volstrekt andere werelden, en dat wordt des te meer duidelijk nu hun schilderijen voor het eerst in de geschiedenis zij aan zij hangen. Caravaggio is de gladschilder, de mooimaker, terwijl Rembrandt met zijn ruwe penseel ook onvolkomenheden durfde te tonen. Natuurlijk waren er overeenkomsten. Het dramatische licht waarover in alle tentoonstellingsfolders gerept wordt, is voor beide schilders kenmerkend. Maar geldt dat niet voor heel veel schilders uit die tijd? De catalogus spreekt over hun krachtige uitdrukking van de thema's liefde, religie, seks en geweld. Alledaagse onderwerpen in de zestiende en zeventiende eeuw.

De twaalf koppelingen van thema's komen daardoor vaak nogal geforceerd over. Er had net zo goed voor Rembrandt-Titiaan, Rembrandt-El Greco of Rembrandt-Vélazquez gekozen kunnen worden - ook allemaal supersterren in hun tijd. Rijksmuseum-directeur Ronald de Leeuw zei deze week bij de voorbezichtiging dat 'het zingt op zaal'. Rembrandt en Caravaggio verenigd in een dubbelconcert. Met een toegangsprijs van maar liefst twintig euro lijkt het een mooie marketingconcept. Maar het voelt ook een beetje alsof je Bob Dylan naast Paul McCartney op het podium zet en dan vraagt wie de beste is.