Maagd, dat zijn we allemaal

Zou het een trend zijn? Na Vincent Overeem (Novembermeisjes) en Hans Barendse (Ben jij Engel) is er voor de derde keer in korte tijd een debuterende schrijver die een maagd de hoofdrol geeft. Maar de ene maagd is de andere niet. De maagd van Hogenkamp is véél meer dan de helden van Overeem en Barendse een maagd in de wereld. De dertiger Edo Kleingeld heeft een baan (bij de dienst kijk- en luisteronderzoek), hij heeft een lagere-schoolvriend en hij heeft een hulp in de huishouding, een vriendelijke Sri-Lankees die luistert naar de naam Bayya.

Bayya zal de maagdelijkheid van Kleingeld onder druk zetten met de woorden 'Het gaat om mijn zuster. Zij is ook naar Nederland gekomen.' Deze Chandrani, heeft een postadres nodig, voor de instanties. Of Kleingelds adres dat kan zijn. En kort daarna: 'Ik vroeg me af of zij misschien een paar weken hier zou kunnen logeren.' Kleingeld wil weigeren, maar doet dat niet. Deels om gevoelens van solidariteit met de medemens, deels wegens zaken die een maagd zich nu eenmaal in het hoofd haalt bij de gedachte aan een jonge vrouw in huis. Chandrani blijkt niet echt mooi en zelfs aan een oog blind, maar toch voltrekt zich het onvermijdelijke.

Het interessante aan Excuses voor het ongemak is de manier waarop Hogenkamp zijn maagdenrelaas probeert te verbinden met de wereld die zijn held omringt en die steeds meer tot de verlegen veeldrinker Kleingeld door begint te dringen. Vooral in de tweede helft krijgt de roman steeds meer vaart en Kleingeld blijkt lang niet zo'n wereldvreemde sukkel als zijn seksuele status zou doen vermoeden.

Daarmee lijkt Hogenkamps roman, een paar weken geleden verschenen, een begin van een antwoord op de Kellendonklezing van Joost Zwagerman, vorige week gepubliceerd in deze bijlage, waarin deze de 'literaire quarantaine' van Nederlandse schrijvers hekelt en Ton Anbeeks oude verlangen naar meer literair straatrumoer nieuw leven inblaast.

Het opvallendste rumoer bij Hogenkamp is het straatgeweld in het laatste deel van de roman, maar het zou jammer zijn dat slot hier uit de doeken te doen. Hogenkamp wil maatschappelijke thema's (migratie, globalisering, materialisme, integratie, waardenverval) becommentariëren aan de hand van de wederwaardigheden van zijn hoofdpersoon. Dat geeft Excuses voor het ongemak een mooie dubbele laag. De maagdelijkheid van Edo Kleingeld is niet alleen een psychologisch-seksuele conditie, maar ook een beeld voor de westerse mens. Tegelijkertijd met zijn ontdekking van de vrouw, voltrekt zich Kleingelds geleidelijke inzicht hoezeer zijn bestaan, en dat van zijn collega's of vrienden, is afgedwaald van wat werkelijk van waarde is. Zijn eigenlijke ontmaagding bestaat eruit dat hij zijn eigen bestaan in perspectief plaatst.

Hoewel hij een vlotte stijl heeft, waarvan de ironie mooi aansluit bij het tijdsgewricht, is Hogenkamp geen geboren schrijver. Zijn metaforiek is aan de schoolse kant: zo is in Kleingelds erotische universum de eenogige Chandrani de koningin. En haar inwoning in zijn huis is een wel erg opzichtige verbeelding van migratieproblematiek. Er is goed over nagedacht, maar veel nieuwe inzichten levert het niet op. Daar tegenover staat dat de onvrede die zijn hoofdpersoon over zijn geijkte bestaan voelt, een diep doorvoelde indruk maakt. Die indruk wordt versterkt doordat een gedachte die Kleingeld over zichzelf heeft als iemand die 'halfslachtig meegraait' in de consumptiemaatschappij op de achterflap is beland bij de persoonsbeschrijving van de auteur.

Hogenkamp is het best op dreef als hij de taferelen in en om het kantoor van Kleingeld beschrijft. Tekenend daarvoor is de mooie scène waarin de hoofdpersoon een volslagen onverdiende promotie in het vooruitzicht wordt gesteld: 'Baas legde zijn handen op zijn achterhoofd, zodat de beruchte zweetplekken onder zijn oksels in hun volle omvang zichtbaar werden. De stank werd als een natte oude spons onder mijn neus geduwd. Terwijl hij mijn uitbarsting van vreugde afwachtte, dacht ik aan zijn oprijlaan, de vlekken in het gezicht van zijn vrouw en het oudste kind met de takelwagen. 'Wel, wat denk je ervan?' Kon hij niet beter naar mijn kant overlopen in plaats van andersom?'

Vooral in dat laatste, ironische zinnetje schuilt de kwaliteit van Hogenkamp, die een goed oog heeft voor de dubbelzinnigheid van situaties en relaties. Dat komt in het tweede, en beste, deel van de roman toch ook al goed tot uiting in de manier waarop hij de gevoelens van Kleingeld en Chandrani steeds aanstipt, maar niet vastlegt. Dat valt misschien niet onder de noemer 'straatrumoer', maar maakt Excuses voor het ongemak wel tot een mooi en intelligent geschreven debuut.

Hans Hogenkamp: Excuses voor het ongemak. Nijgh & Van Ditmar, 222 blz. euro16,50