Kritiek op Brussel om dumping

Zowel Europese schoenenfabrikanten als de importeurs en verkopers van Chinese schoenen zijn ontevreden over maatregelen van de Europese Commissie tegen dumping door China en Vietnam.

Eurocommissaris Mandelson (Handel) kondigde gisteren officieel een heffing aan op schoenen uit deze Aziatische landen. De heffing loopt van april tot oktober op tot bijna 20 procent. Mandelson baseert deze voorlopige maatregel op een onderzoek door de Commissie naar dumpingpraktijken, waarvan de resultaten begin deze week al bekend werden.

De Europese Unie importeert jaarlijks 120 miljoen paar schoenen uit Vietnam en 95 miljoen paar uit China. Dat is een verdrievoudiging ten opzichte van 2001. De Chinese en Vietnamese concurrentie heeft de afgelopen vijf jaar tot een inkrimping van 30 procent van de Europese schoenenindustrie geleid. Daarbij zijn 1.000 bedrijven en 40.000 banen verdwenen, aldus de Commissie.

De gemiddelde invoerprijs uit China of Vietnam is volgens de Commissie de afgelopen vijf jaar gedaald tot 8,50 euro, waar de prijs voor de consumenten stabiel bleef of steeg. Van zijn voorgestelde heffing merkt de consument volgens Mandelson niets bij verkoopprijzen tussen 30 en 130 euro.

'Wij zijn zowel gelukkig als ongelukkig met het besluit van Mandelson', zegt Jan Somers namens het verband van Europese schoenenfabrikanten CEC, dat vorig jaar de klacht indiende die tot het Commissie-onderzoek leidde. De resultaten van dit onderzoek noemt Somers 'schrijnend'. De CEC vindt dat er aanleiding is voor een hogere heffing dan bijna 20 procent, omdat 'wij denken dat de dumping veel groter is'.

Voorzitter Paul Verrips van de Footwear Association of Importers and Retailchains zegt namens zo'n 100 Europese en Amerikaanse importeurs en winkelketens te spreken. Hij heeft het over 'een zeer zware slag' voor zijn leden. Volgens hem hebben zijn leden een marge van zo'n 5 procent en leidt een heffing wel degelijk tot verhoging van de consumentenprijs.