Kippen moeten weg, maar nu nog niet

De dreigende vogelgriep stelt de Indonesische autoriteiten voor grote problemen. Rijk en arm zijn het er over eens: kippen en ander gevogelte maak je niet zomaar af.

Het Abdul Muluk-ziekenhuis in Lampung, zo stond in de krant, is verantwoordelijk voor opvang van patiënten van vogelgriep in zijn verzorgingsgebied, bijna zeven miljoen mensen. Directeur Arief Effendi had dat ook gelezen. Navraag leerde ook hem dat zijn ziekenhuis, in het zuiden van Sumatra, uit Jakarta vijf dozen had ontvangen met elk 350 capsules Tamiflu, dertig gezichtsmaskers en tien paar handschoenen. De ambtenaren op het ministerie van Gezondheid konden hiermee een vinkje zetten bij de provincie Lampung - dat was geregeld.

De aanhoudende vogelgriep legt aan alle kanten de gebrekkige maatschappelijke infrastructuur van Indonesië bloot. Met een jaloers oog wordt zelfs naar Vietnam gekeken. Daar zijn weliswaar de meeste dodelijke slachtoffers gevallen tot dusver, maar een autoritaire overheid heeft er actie ondernomen en het schijnt effectief te zijn. Tot nu toe is dit jaar geen sterfgeval meer uit Hanoi gemeld.

In Indonesië zijn inmiddels 27 doden gevallen, het merendeel in de dichtbevolkte steden van Java. Een week geleden volgden voor de stad Jakarta - twaalf miljoen inwoners - twee aankondigingen: alle kippenfarms moeten uit de stad worden verwijderd en alle vogels moeten worden getest. In geval van besmet gevogelte wordt in een straal van één kilometer geruimd.

Maatregel één is inmiddels gesmoord in het ongenoegen van pluimveehouders en wijkhoofden. Het stadsbestuur concludeert dat het 'nog minstens een maand' nodigt heeft om de problematiek van bedrijfsverhuizingen in kaart te brengen. Maatregel twee heeft geleid tot het verschijnen van 600 mannen in witte pakken in Jakarta, die wijk voor wijk bezoeken en daar vier dagen voor hebben uitgetrokken. Maar het ziet er na een week van touwtrekken tussen allerlei belangengroepen dreigender uit dan het is. Wanneer een vogel geïnfecteerd is, zal de situatie ter plekke nader worden bestudeerd want om rücksichtslos elke kip in een straal van een kilometer af te maken, gaat iedereen bij nader inzien veel te ver.

Arm en rijk ontmoeten elkaar in hun verzet tegen slachtingen. Voor veel stedelingen zijn een paar kippen een kostbaar bezit, en rijke Indonesiërs houden er vaak een hobby met exotische vogelsoorten op na. In een villawijk zie je niet alleen kleurrijke papagaaien op de oprit zitten, maar zijn inwoners ook dol op tortelduiven. Er is een heuse Vereniging van Houders van Tortelduiven en voorzitter Djoko Saksono is heel duidelijk: 'Wat de regels ook zeggen over die straal van een kilometer - wij laten geen gezonde duiven afmaken.'

Voor arme boeren zit hem de pijn in de vergoeding van omgerekend 90 eurocent per kip, bijna de helft onder de marktprijs van een goede kip. Voor de handelaar in zangvogels is de vergoeding dramatisch, want een zangvogel die het ook echt doet, brengt al gauw twintig euro op. Curieus genoeg zijn de prijzen nog niet gekelderd. De markt verwacht kennelijk nog niet dat de mannen van het Rode Kruis serieus jacht op vogels zullen maken.

Het ministerie van Financiën heeft berekend dat een serieuze ruiming van vogels alleen al op Java zeker 300 miljoen euro zal kosten. De Wereldbank heeft aangeboden dit bedrag te lenen, maar de regering voelt hier niets voor. Zij wil het bedrag als schenking. De redenering is dat de vogelgriep hier niet is begonnen. Het is een mondiaal probleem is, en daarvoor wil Indonesië niet opdraaien.