Kinderboeken

Philip Hopmans dieren stuiteren van geluk

Wie goed kan tekenen heeft al snel een verhaal, maar wie de woorden heeft, kan nog niet per se tekenen. Over Altijd als ik aan je denk schrijft Philip Hopman op zijn website: 'het eerste boek dat ik ook zelf geschreven heb' - en dat klinkt trots.

Illustreren kan Hopman. Kijk maar hoe zwierig Jubelientje door de boeken van Hans Hagen dolt, hoe exotisch het kampvuur in Dans van de drummers is (ook Hans Hagen) en hoe droomachtig de ruimte-fantasieën van het meisje Sterre in Hallo aarde, hier Sterre (samen met Simon Puttock). Meer dan 150 boeken heeft Hopman voor anderen geïllustreerd. Zijn tekeningen zijn nooit overvol en altijd gemaakt met oog voor detail.

Dat is ook het geval met de dieren in Altijd als ik aan je denk. Ze lijken in grote vaart geschilderd, in mooie, zachte kleuren (lila, oranje, grijsblauw). Hier en daar trekt Hopman een duidelijke inktlijn, maar vaker vloeit de verf over het papier uit. De dieren bewegen; ze zijn gevangen terwijl ze rijden, dansen, springen en vliegen. De egel die zich 'super' voelt, komt voorbij zoeven in zijn rode sportwagen. De leeuw met woest wapperende manen, gekleed in een strak pak met daaronder puntlaarzen, 'stuitert van geluk' op een Vespa voorbij. Even komt hij los van zijn zadel. En de struisvogel met de kokette oogopslag heeft net een genetkoust been omhoog gegooid.

Illustreren kan Hopman dus, maar: is hij ook een dubbeltalent? Dat is na zijn eerste 'zelf geschreven' prentenboek moeilijk te zeggen. Want wat heeft hij nu helemaal geschreven? 'Altijd als ik aan je denk', zo begint elke zin, en dan volgt een beschrijving, bijvoorbeeld: 'word ik nogal opgewonden' (bij een tekening van een clowneske beer met een sleutel in zijn rug), of: 'krijg ik knikkende knieën (een wiebelige giraf op rolschaatsen).

Philip Hopman is nog geen dubbeltalent, maar hij is wel een origineel en veelzijdig tekentalent en dat is bijzonder genoeg.

Philip Hopman: Altijd als ik aan je denk, tot 6 jaar, Van Goor, 7,95

Doordenken met Wim Hofman

De bloemlezing voor jonge kinderen Van Aap tot Zip van Wim Hofman is licht ontregelend en vaak absurd, maar toch: gezellig. Misschien wel omdat het zo duidelijk een boek voor het hele gezin is. Met goed fatsoen kun je een jong kind niet alleen zijn weg laten vinden in deze verhalen, versjes, gedichten, tekeningen en strips.

Grappige verhalen van bijvoorbeeld het ruimtefiguurtje Zip zijn geschikt om zelf te lezen. Die zijn geschreven als 'eerste leesboekjes'. Maar wat moet je als kind met de bijbelverwijzingen bij de etsen van 'De toren van Babel, Het Oude Testament in rijm en prent'? Een klein zwart silhouet danst op een grote, omgevallen man met schild ('Al ben je sterk en reuzegroot. Eén steentje, en je bent dood') Of met de grimmige, absurde strip over een ex-alcoholische zeerover die op een eiland van niets konijnen houdt en slecht aan zijn einde komt? Wat samen nakletsen kan dan de wenkbrauwen van het kind weer uit de frons krijgen.

Maar het zijn vooral de onweerstaanbare illustraties die kinderen en volwassen dit rijke boek in zullen blijven trekken. Ze zijn altijd onderhoudend en een verhaal van zichzelf. Hofman kan in vier plaatjes het sprookje van Klein Duimpje samenvatten. Aanstekelijk zijn de tekeningen bij 'Suusje Pietz par avion', een verhaal over een meisje dat graag vliegen wil en elf (mislukte) vliegtuig-ontwerpen maakt. Op haar grafzerk, met daarop een uitgehakte Suusje (1950/1961) met aureooltje én met vleugels, staat: 'Op haar grafsteen staat een fout: de Suusje 12 is nooit gebouwd'. Een mooie Hofman-doordenker.

Wim Hofman: Van Aap tot Zip. Querido, 14,95

Bij Per Nilsson komt 15 na 17

15 is Per Nilssons vervolg op 17. In 17 laat Nilsson een vader en een moeder de geschiedenis van hun liefde vertellen aan hun 17-jarige zoon Jonatan die in coma in het ziekenhuis ligt. In 15 is Jonatan uit zijn coma ontwaakt en vertelt hij aan zijn vriendinnetje over de paar weken die zijn leven hebben veranderd. Hij was toen 15.

15 heeft net zoveel met 17 te maken als appels met peren. 17 was een vernuftig psychologisch weefwerk waarbij de sympathie van de lezer dan weer naar de vader, dan weer naar de moeder uitging. In 15 koos de Zweedse schrijver Per Nilsson - auteur van onder meer Jij, jij, jij en De geur van Melisse - voor een minder subtiele gelaagdheid. Er zijn fragmenten waarin Jonatan rechtstreeks tot zijn vriendinnetje spreekt die verder onzichtbaar en oningevuld blijft: 'Rustig maar. Ik zal het uitleggen. Je zult het begrijpen, dat beloof ik.' Er zijn de fantasie-fragmenten waarin Jonatan zich verbeeldt dat hij de Zonneprins is die probeert af te rekenen met De Fin (die model staat voor Jonatans pestende klasgenoot Nurmi). De fantasieën zijn zo gekunsteld dat ze oninteressant zijn en weinig toevoegen. En er zijn de fragmenten waarin Jonatan de gebeurtenissen beschrijft in een stijl zonder interpunctie en met veel nieuwe zinnen: 'en ten slotte vond ik mijn onderbroek/ in de prullenbak bij de wc's/ en hij was drijfnat en doordrenkt met shampoo/ en ik gooide hem weg/en bleef staan/ en staarde naar het beeld van mijn gezicht in de spiegel'. Dat is potsierlijks. Vooral omdat het vaak allemaal zo Heel Erg is. Op weg naar zijn volwassenheid wordt Jonatan niet alleen vreselijk gepest en verliest hij zijn geloof in de liefde. Ook is er de aanranding van Milla, het punk-meisje dat zo agressief leek maar in wezen heel beschadigd blijkt te zijn.

Maar af en toe werkt die stijl wel, en dan meteen heel goed. Bijvoorbeeld als Jonatan dronken wordt en out gaat, of als hij bij Milla in bed ligt, in een bed vol liefde maar zonder seks, dan raak je ondergedompeld in Jonatans gedachtenstroom en daarmee in het boek.

Per Nilsson: 15, 14,95, 15+, Lemniscaat

Verder verschenen:

Van Kitty Crowther (in 2004 een Zilveren Penseel voor het luchtig bedoelde maar topzware Kleine Dood en het meisje) verscheen Mini wordt wakker, over een uitslapende vader - voor liefhebbers van emotieloze vliegen (Querido, 11,50).

In Vlinders in je buik, brok in je keel - het vervolg op Rood hart, blauwe vlinder - beschrijft Annika Thor weer met een fijne pen de keuzes en misverstanden in de liefde tussen tienjarigen (Lemniscaat, 12,50).