In Nederlandse thrillers hoor je de straat

Nederlandse schrijvers zijn nog steeds bang voor de blik naar buiten, betoogde Joost Zwagerman vorige week. Hij ziet de bloeiende Hollandse thrillerschool over het hoofd, aldus Jacob Vis in een reactie.

Joost Zwagerman (Boeken, 17.02.06) heeft volkomen gelijk als hij stelt dat Nederlandse literaire romans geen greintje straatrumoer bevatten. Als er al een lekkere crimineel optreedt, zoals Philip van Heemskerk in Casino van Marja Brouwers dan wordt hij, net als de lezer, door oeverloze filosofische prietpraat in slaap geneuzeld. Maar Zwagerman vergeet dat de actualiteit voor zo'n zestig Nederlandse romanschrijvers dé bron van hun schrijverschap is. Literaire schrijvers wroeten in hun navel en in het verleden, maar die zestig misdaadauteurs staan voor het raam en kijken gefascineerd naar buiten. Wat ze daar zien en na uitputtend onderzoek verder ontdekken leggen ze vast in boeken die zinderen van het straatrumoer. Wie wil lezen wat er in de Nederlandse samenleving aan de hand is komt aan zijn trekken met een misdaadroman van eigen bodem. Maar de lezer is gewaarschuwd, want het gebeurt om de hoek en het zijn niet de mooiste kanten van die samenleving. Zes mei, twee november, Mabelgate, incest, misbruik van hormonen in vlees, de fatwa van Hirsi Ali, de Diamantbuurt, het Spijkerkwartier, treinkapingen, IRA-terreur, moslimterreur, digitale spionage, dubieuze Chinese import, de Utrechtse serieverkrachter, meestervervalsers, huiselijk geweld, krakersgeweld, drugsmaffia, geldmaffia, liquidaties, hooligans, Hells Angels, bankfraude, bouwfraude, strijd tussen boeren en natuurbeschermers, jeugdcriminaliteit, Marokkaanse boefjes, loverboys, vrouwenhandel, organenhandel, vliegrampen, oplichters, vogelgriep, tunnelvisie, zelfs de Olympische missers op het ijs. You name it, you get it.

We denken dat dit een veilig en aangenaam land is en dat is het, tot op zekere hoogte. Maar ook hier gebeuren dingen die we liever aan ons voorbij laten gaan, de faits divers waarover we in de kranten lezen en die we vol afschuw van ons afschuiven. Misdaadromans gaan over de duistere kant van de samenleving. Natuurlijk: het blijft verbeelding. De schrijver vergroot de werkelijkheid tot een gruwelijke fantasie en de lezer houdt altijd de ontsnappingsmogelijkheid dat het, hoe beangstigend ook, toch maar fictie is. Hoewel? Soms ontdekt de schrijver tot zijn eigen verrassing dat zijn voorspelling uitkomt en dan is het te hopen dat degenen die een ramp moeten voorkomen het boek gelezen hebben. In Barabbas bedacht ik een dodelijk griepvirus. Ik beschreef hoe de autoriteiten reageren - of eigenlijk niet reageren - op een dreigende pandemie. Nu zie ik in werkelijkheid hetzelfde gebeuren: kippen zonder kop, maar geen resultaat. Tomas Ross geeft in De Hand van God over een aanslag op Hirsi Ali ook al zo'n ontluisterend beeld hoe politici een crisis te lijf gaan. René Appel beschrijft in Loverboy hoe gemakkelijk jonge meisjes tot willoze hoertjes verworden. Zo'n boek zou verplichte kost moeten zijn voor hulpverleners en opsporingsambtenaren: een goed verhaal waarvan je iets kunt leren. René van de Meerakker geeft in Ontmaskerd een geloofwaardig beeld van een ontvoering dat jonge boeven op verkeerde ideeën kan brengen. Henk Apotheker beschrijft in het prachtige Turkenflat wat er gebeurt als de Turkse gemeenschap, getergd door de verdwijning van een jong meisje, het recht in eigen hand neemt. In De Macht van Meneer Miller laat Charles de Tex een groepje criminelen de computers van departementen en multinationals kraken: de nachtmerrie van elke grote organisatie. Hoe kom je aan een huurmoordenaar? Lees De Middelman van Peter de Zwaan.

Het zijn maar een paar voorbeelden van misdaadromans die een verrassend en beangstigend beeld van onze samenleving geven. De vraag is: hebben ze ook invloed? Daarover hoeven we ons weinig illusies te maken. Soms is er wat opschudding, zoals gebeurde toen Tomas Ross in Omwille van de Troon de 'stadhouderbrief' van Bernard uit de vergetelheid haalde, maar meestal gebeurt er niets. De maatschappij schudt niet op haar grondvesten als er een misdaadroman over een beladen onderwerp uitkomt. Er worden geen vlaggen verbrand, ruiten ingegooid, aanslagen gepleegd, Kamervragen gesteld, of ministers ter verantwoording geroepen en de pers reageert alleen in het hoekje van de boekenbijlagen dat voor thrillers is gereserveerd.

Een goed misdaadverhaal is iets tussen lezer en schrijver en ieder ander staat daar buiten. Ik heb niet de illusie dat die lezer is veranderd als hij het boek uit heeft, maar ik denk wel dat hij een andere kijk op het onderwerp heeft gekregen: hoe het was, hoe het is en hoe het kan worden. En als de schrijver gegrepen is door zijn thema en het verhaal uit zijn tenen haalt krijg je een boek zoals de misdaadromans die ik genoemd heb: typische voorbeelden van de Hollandse School.

Jacob Vis is auteur van onder meer de misdaadromans 'Brains', 'Barabbas' en 'De trek naar het noorden'.