In Irak staan de poorten van de hel op een kier

Na de zware aanslag op de shi'itische Gouden Moskee in Samarra is Irak dicht bij een burgeroorlog gekomen. Wraakacties tegen sunnieten zijn systematischer geworden.

Toen Hussein Ali gisteren bij een geïmproviseerde controlepost in de Iraakse hoofdstad Bagdad werd aangehouden vroegen gewapende mannen : ben je sunniet of shi'iet? Het was een omineuze vraag na de aan sunnieten toegeschreven aanslag van woensdag op de shi'itische Gouden Moskee in Samarra, die een golf van vergelding heeft losgemaakt. 'Een van de gewapende mannen keek naar mijn identificatiekaart', zei Ali. 'Hij liet me door omdat ik een shi'iet ben. Maar ik zei tegen hem dat er geen verschil is tussen shi'ieten en sunnieten.'

Dat is niet waar in Irak, waar sunnitische rebellen sinds de Amerikaans-Britse omverwerping van het bewind van Saddam Hussein in 2003 shi'itische doelen belagen om een burgeroorlog uit te lokken. Maar met de aanslag op de Gouden Moskee, is het gelijkheidsidee helemaal een illusie geworden. Burgeroorlog is nog niet zo dichtbij geweest.

Adnan Ahmad Abdallah, een gepensioneerde politieman, zat gisteren thuis in Bagdad te ontbijten toen in het zwart geklede gewapende mannen binnendrongen en hem voor de ogen van zijn van schrik versteende vrouw en dochter ontvoerden. Abdallah is een sunniet uit Samarra. 'Ze zochten mijn twee broers', zei Abdallahs dochter Alia. 'Ze plunderden ons huis en toen zijn ze vertrokken met mijn vader. Ze willen de buurt zuiveren van sunnieten.'

Volgens de politie zijn in de 24 uur na de aanslag in Samarra 130 mensen gedood. Naar huidige Iraakse maatstaven is dat dodencijfer niet uitzonderlijk hoog, maar er zijn tekenen dat de wraakacties systematischer worden.

Enkele uren na de aanslag in Samarra arriveerden shi'itische strijders bij het huis van een 55-jarige sunnitische vrouw in Bagdad, zo vertelden verwanten. Het nieuws over de aanslag op de moskee had zich als een lopend vuurtje verspreid, dus er was weinig twijfel dat ze voor wraak waren gekomen. Buren probeerden de strijders te overtuigen dat de vrouw shi'itisch was. Maar minuten later werd ze vermoord en haar zoon ontvoerd. 'De mannen zeiden tegen haar dat ze wisten dat ze een sunniet uit Samarra was. Ze schoten haar drie keer door het hoofd.'

Leidende Iraakse politici en hoge geestelijken, onder wie grootayatollah Ali Sistani, doen hun uiterste best om de shi'itische milites in te tomen. Maar zelfs Sistani, geestelijk leidsman van de shi'itische meerderheid, was tot dusverre niet in staat iedereen onder controle te krijgen.

Abdul-Aziz Hakim, de machtige leider van de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI), en de jonge radicale geestelijke Muqtada Sadr riepen gisteren ook op tot kalmte. Maar hun milities, respectievelijk de Badrmilitie en het Leger van de Mahdi, waren gisteren beide bij geweld betrokken. In Sadr City, de grote sloppenwijk in Bagdad waar Muqtada Sadr veel aanhang heeft, was het Leger van de Mahdi ook vanochtend massaal op straat aanwezig, ondanks het uitgaansverbod.

'Niemand mag bewegen', zei een regeringsfunctionaris gisteren over het uitgaansverbod. 'De politie zal iedereen aanhouden die naar buiten gaat, zelfs als het voor het gebed is.' Maar het is nu de grote vraag of de Iraakse politie en het leger blijven luisteren naar de regering, of ook een kant kiezen. In Bagdad en het shi'itische deel van Irak is de politie al diepgaand geïnfiltreerd door de milities. Elders zijn snel en slecht opgeleide politiemannen vaak overgelopen of naar huis gegaan als ze door sunnitische rebellen werden belaagd. De ongeveer 130.000 man Amerikaanse troepen in Irak, door beide zijden gewantrouwd, houden zich voorlopig op de achtergrond.

'Het hangt af van de komende paar dagen', zei hoogleraar politieke wetenschappen Hazim al-Naimi, 'Of de poorten van de hel gaan open en het wordt burgeroorlog, of de shi'ieten eigenen zich meer macht toe.' (Reuters, AP, AFP)