Gelukkig op eigen vierkante meter

Ettelijke malen heeft Bart Veldkamp (38) aangekondigd dat hij stopt met schaatsen. Na de olympische tien kilometer van vandaag is het echt zover. Zegt hij.

De mooiste herinnering aan schaatser Bart Veldkamp? Objectief gezien de olympische gouden medaille in Albertville 1992. Op zijn eerste Spelen (in '88 miste hij op het nippertje kwalificatie) presenteert de Hagenaar zichzelf in al zijn facetten. Ongeevenaard kwaad, omdat de weersomstandigheden winst op de vijf kilometer in de weg staan. Op zichzelf scheldend, omdat hij in de aanloop naar de tien kilometer ziek dreigt te worden. Briljant schaatsend (hupje!) op de langste afstand, waarop hij de Noorse grootheid Johann Olav Koss naar de tweede plaats verwijst. Dronken van geluk voor de camera bij Mart Smeets.

Het Europees kampioenschap van 2001 op de buitenbaan van Baselga di Pine, nog zo'n memorabel hoogtepunt. De sprint ouderwets verprutst, het vertrouwde gegooi en gevloek. Oppermachtig op de vijf kilometer, en een regelmatige 1.500 meter. Toch nog kansen op een podiumplaats? Zijn achterstand op Ids Postma en Dmitri Sjepel bedraagt meer dan dertig seconden. Op de slotafstand presteert Veldkamp bijna het onmogelijke. Het publiek staat op de banken, Sjepel houdt op de streep amper een seconde over. Zo grijpt Veldkamp net naast zijn tweede Europese titel, tien jaar na de eerste.

De Haagse Bende werden ze genoemd: Bart Veldkamp, Ben van der Burg en Thomas Bos. Onder de nieuwe kernploegcoach Ab Krook veroverden ze in het begin van de jaren negentig in rap tempo de schaatswereld. Prachtige verhalen uit hun jeugd.

Verloor Veldkamp in oktober op de Haagse Uithof een 'blote-kontenwedstrijdje'? 'Ik kap ermee!' Of de slachtpartijen met zijn vriend Ben van der Burg, tijdens fietstochten van Den Haag naar Maastricht. 'We waren de hoek van de Frederik Hendriklaan nog niet om, of we begonnen om beurten te demarreren. Bij Dordrecht lagen we uitgeput langs de kant van de weg. Sloten we maar een pact om elkaar even niet de vernieling in te rijden. Anders hadden we Maastricht nooit gehaald.' Conrad Alleblas, die in een gouden Eric Heiden-pak laatste werd bij een Nederlands kampioenschap. Marnix ten Kortenaar, die werd afgebeuld door zijn oudere broer Jaap, die zelf beter kon fietsen dan schaatsen. Jongens waren het, maar aardige jongens.

Van al die Haagse jongens was er eentje die uiteindelijk olympisch goud haalde.

Waar andere talenten het vertrouwde Jong Oranje-traject doorliepen, trainde Veldkamp vooral met zijn vader Hans. Jong Oranje was de ploeg van zijn gezworen vijand Leen Pfrommer. Veldkamp trainde veel op de fiets en schaatste marathons, in 1988 werd hij zelfs officieus wereldkampioen. De band met zijn vader is tot op de dag van vandaag hecht. Onvergetelijk, hoe ze elkaar in de armen vielen na een gave race op olympische vijf kilometer van Nagano '98, die resulteerde in een bronzen medaille (zijn tweede na de tien kilometer van Lillehammer '94).

In Japan kwam Veldkamp uit voor België, nadat hij in 1995 de Nederlandse schaatsbond de rug had toegekeerd. Rintje Ritsma geldt als grondlegger van de commercialisering van de schaatssport, maar Veldkamp speelde in eerste instantie minstens een even belangrijke rol. Hij was de leider van de kernploeg, die de strijd aanging met toenmalig bondsvoorzitter David Meijer. De schaatsers wilden meer geld, en Gerard Kemkers als coach. Ze kregen minder geld en Wopke de Vegt. Veldkamp vertrok. Was hij meteen van alle kwalificatie-rompslomp en knellende reclameregels af.

Veldkamp is in achttien jaar altijd zijn eigen weg gegaan. Egoïstisch? 'Als je zelf op je eigen vierkante meter niet gelukkig bent, kun je ook niets voor anderen betekenen', verklaarde hij dat voor zichzelf. Toch heeft hij de schaatssport ook veel gegeven. De Russen Vadim Sajoetin (nu succesvol coach) en Alexander Kibalko schaatsen nooit zo goed als toen ze bij Veldkamp in de ploeg zaten. De Amerikaan Derek Parra, olympisch kampioen van 2002 op de 1.500 meter, noemt hem een inspiratiebron en vriend.

Gold hij in zijn eerste jaren als rebel, inmiddels is Veldkamp overal in de schaatswereld graag gezien. Na de mislukte Spelen van Salt Lake City ('Ik kap ermee!'), dreigde hij in een diep dal te zakken. Een commercieel avontuur om in Rotterdam een ijsbaan te bouwen mislukte, door tegenwerking van de sportkoepel NOC*NSF. Schaatsen werd voor het eerst in zijn leven een opgave. Tot hij via Carl Verheijen werd opgenomen in de TVM-ploeg van Kemkers, zijn oude maat uit de kernploeg. Hoeveel mensen ook riepen dat hij moest stoppen, Veldkamp deed wat weinigen voor mogelijk hadden gehouden. Hij veranderde zijn trainingsaanpak radicaal, keerde terug in de mondiale subtop en plaatste zich vorig jaar voor zijn vijfde Spelen. Door een virus leek hij Turijn alsnog te missen, maar omdat Frankrijk en Finland een schaatser terugtrokken, kon Haagse 'Bartsje' toch starten. Op de vijf kilometer verkeek hij zich op het ijs, maar met een dertiende plek plaatste hij zich wel voor de tien kilometer.

Olympisch goud en tweemaal brons. Europese titel, wereldtitel. Drie eindzeges in de wereldbeker lange afstanden. Negentien afstandszeges bij Europese en wereldkampioenschappen allround. En niet te vergeten: 29ste in de Elfstedentocht van 1997.

Hoe belangrijk ook, voor Veldkamp zijn de resultaten niet zaligmakend. 'Ik vergelijk het met het bouwen van een hut', zei hij eens. 'Het bouwen eraan is leuker dan het eindresultaat. Dan breek je hem weer af en begin je opnieuw.' De tien kilometer, deze middag in de Oval Lingotto van Turijn, was het laatste schilderij aan de muur. De hut van Bart Veldkamp is klaar.