Flessenpost uit kapersnest

Peter Holvoet-Hanssen is een kwakzalver, een charlatan, een oplichter, een bedrieger, een flessentrekker en een zwendelaar. Hij trekt een zwaard uit zijn mouw maar het is van plastic. Hij tovert een vlam tevoorschijn maar het is koudvuur. Hij bestookt de wereld met flessenpost vanuit zijn kapersnest. Hij draagt zijn bundel op aan 'Don Fabulist, Ridder der Vagebonden, een ware troubadour die mij inwijdde in de geheimtalen.' Hij is een potsenmaker die poseert als bard. De waardering voor zijn poëzie hangt volledig af van de vraag of je dat leuk vindt.

Peter Holvoet-Hanssen Foto Patrick De Spiegelaere Spiegelaere, Patrick de

Holvoet-Hanssen debuteerde in 1998 met Dwangbuis van Houdini, het eerste deel van een triptiek, die werd voltooid met Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus (1999), dat eigenlijk het eerste deel is, en Santander. Ontboezemingen in het vossenvel (2001). Onlangs verscheen Spinalonga, de vierde bundel, die zijn titel ontleent aan het voormalige leprozeneiland bij Agios Nikolaos, aan de noordkust van Kreta. Deze bundel maakt geen deel uit van de triptiek, wordt op de achterflap omschreven als 'een nieuwe hoeksteen met de kracht van drie in één', maar is in thematiek en toonzetting zeer verwant aan het eerdere werk. Motto's, citaten en verwijzingen naar de eerdere bundels onderstrepen de verwantschap. Holvoet-Hanssen gaat op vertrouwde voet verder, zwalkend en orakelend, woest om zich heen slaand in een zelfverkozen queeste waarvan de urgentie ons op elke pagina wordt ingewreven maar de aard in nevelen blijft gehuld.

Over één ding kunnen we het snel eens worden: het is een verademing. Dit is de poëzie van de grote greep, poëzie van de hoge gooi en dat is altijd goed. De poëzie van vandaag de dag heeft sowieso te lijden onder een tekort aan roversromantiek, spokenliederen, 'reiken naar de pompenis', 'kikkerpoelwoorden op dodenakkers', kasseistampers, kaperskoppen en struikrovers. 'Ik kom spoken in je spiegel, schelm.' Ja, doe dat maar. Het is de hoogste tijd.

En Holvoet-Hanssen kan ook zeker een lekker potje dichten. Zijn kracht schuilt in zijn bezwerende taal, die suggestief en beeldend kan zijn. 'Je grootmoeder is een kapotgeschoten kerk / een doodgaande koe bij een te afgeknotte wilg / onder de bloesems van Schellebelle / ze trok aan een koord een leven lang zoals die hond / onder de natte dakpannen niet ver van Melle'. Dat is pas een manier om een oma te beschrijven. 'De kompels op de berries door het grauwvuur zwart.' Dat is een vers dat klinkt. 'Het gat in haar been werd een put in het slijk naast het graf van / de man die op zondag cultuur bracht op de radio'. Ik weet niet wat het betekent, maar het roept een wereld van suggesties op.

Maar het probleem is de pretentie. Hoed je voor het moment dat de dichter beseft dat het woord 'spina' in de naam van zijn leprozeneiland 'doorn' betekent. Dat zullen we weten. In vele gedichten wordt het uitvoerig uitgemolken, alsof het de oplossing van het wereldraadsel betreft. Het centrale thema van Spinalonga is de letter V. Het is de vorm die de gestalte van leprozen verbeeldt die hun armen in wanhoop ten hemel heffen. Het is de gedaante van ieder menselijk juichen. Het is de V van vrijheid, vaganten, vogels, vrouwen en vaarwel. In de aantekeningen wordt daarbij nog het volgende uitgelegd: 'De letter V bleek - ondanks zijn tweeledige aard - in het teken van het derde getal te staan dat kan opbloeien tussen de tegenpolen.' Holvoet-Hanssen gunt ons geen enkele kans om dit thema over het hoofd te zien. Bij voortduring wordt die consonant ons voor ogen gevoerd. 'Verontruste, vlieg [...] / Verstoord, Venetiaanse?' 'Vamp, open je vulva'. 'In de verte een vreemdeling met V-profiel'. 'voorbij die V-vormige verkeersborden / in de V-vallei.' 'De V begint te vliegen'. 'V + V = wind'. 'V + V = W. Ruimte en tijd.' 'V / vink aan / een vonk / uit / zicht/ V V V V', waarbij die laatste vier V's typografisch de vorm van een V aannemen en dan, op een zeker moment, denk je vuck off.

Mijn probleem is dat het die V is die een wig drijft tussen de poëzie die dit had kunnen zijn en de poëzie die het is geworden. Het is de V van tot vervelens toe. Het is de V van vrijblijvendheid, die paradoxaal genoeg precies gelegen is in de torenhoge pretentie. Als rover, kaper en 'Grote Nar' is Holvoet-Hanssen een goede en belangrijke dichter, maar als alchemist die werkelijk gelooft in de magie van lettervormen en getallen en die ons onzin wil verkopen als diepgang, is hij een kwakzalver.

Peter Holvoet-Hanssen: Spinalonga. 44 gedichten. Prometheus, 78 blz. euro15,-