Fiscale miscommunicatie

De belastingdienst communiceert met miljoenen mensen tegelijk over lastige onderwerpen. Deze maanden waarin de particulieren hun aangifte doen, geeft een piekbelasting. De dienst heeft die massale processen behoorlijk goed in de vingers. De Belastingtelefoon, die na hinderlijke haperingen weer lekker draait, is daar een voorbeeld van. Nederland behoort met de vergaand geautomatiseerde belastingheffing internationaal tot de kopgroep. Maar in de afwikkeling van individuele zaken gaat het nog te vaak gruwelijk mis. Inspecteurs die de oorlog met belastingbetalers aangaan, willen nog wel eens de redelijkheid uit het oog verliezen. Dat kan het leven van burgers vergallen en de toekomst van bedrijven bedreigen. Overigens grijpt staatssecretaris Joop Wijn (Financiën, CDA) ook hier naar moderne middelen. Sinds kort kunnen belastingbetalers die klem zitten in hun geschil met de inspecteur, vragen om een kosteloze, onpartijdige mediation. Dat is een neutrale vorm van conflictbemiddeling die toekomst heeft in geschillen waarbij het niet primair gaat om juridische haarkloverij. Met de inzet van mediation bij belastinggeschillen loopt Nederland in de wereld voorop. Wijn sluit daarmee aan bij kabinetsbeleid dat gebruik van mediation propageert, ook in gewone conflicten.

Op andere punten gedraagt de belastingdienst zich steeds meer als een oester. Binnenin leeft er van alles. De inspecteurs klagen over het contact met hun leiding. Ze zien dat managementexperimenten fout lopen en vrezen voor de kwaliteit van de belastingheffing. Dat kwam hun belangenorganisatie op een snauw van de staatssecretaris te staan. Die vorm van communiceren bleek niet erg effectief. Nog steeds signaleren de inspecteurs onbegrip voor de problemen op de werkvloer. Het is benauwend dat drie jaar na het begin van een reorganisatie zulke communicatieproblemen de kop op blijven steken, ook al dringt daar weinig van door in de buitenwereld.

Van de andere kant is de oester even ondoordringbaar. Neem de communicatie als het gaat om het verbeteren van de belastingwetgeving. We worden allemaal door de belastingregels geraakt, soms zelfs pijnlijk. Het is dan ook niet gek dat veel mensen daar een mening over hebben. Dat is met voetbal ook zo, maar daar is de coach de alleenheerser. Hij zegt niet meer dan hij kwijt wil. Voor de belastingwetgeving is dat geen goed concept. Daar moet een discussie plaatshebben tussen wetenschappers, belastingadviseurs en belangenorganisaties enerzijds en degenen die de wetten maken aan de andere kant. En dat af en toe in het openbaar, bijvoorbeeld op een congres. Zo krijg je betere regels. Op zijn minst ontstaat er begrip voor regels die soms ongelukkig uitwerken. Op een belangrijk terrein als de inkomstenbelasting zien we hoe Wijn een evaluatienota van honderden pagina's uitbrengt en hoe de verzamelde belastingwetenschap hetzelfde doet. Dan liggen er wel twee boeken maar is er weinig gecommuniceerd. Toen de gezamenlijke universiteiten een congres aan het onderwerp wijdden, wilde niemand van Financiën over de wederzijdse bevindingen een discussie aangaan. Er waren niet eens topambtenaren om te luisteren wat er werd betoogd, laat staan dat de staatssecretaris er was. Trouwens als die al ergens verschijnt, volgt hij het inmiddels gangbare patroon voor bewindspersonen: verschijnen, praatje houden, vertrekken. En dat terwijl met gewone open communicatie zo veel te bereiken valt. Met weinig enthousiasme houdt Wijn een weblog bij en biedt hij burgers op internet de mogelijkheid zich rechtstreeks tot hem te richten. Dat leidt soms tot scheldkanonnades, meestal tot keurige brieven. Die blijven onbeantwoord, wat bij de briefschrijvers dan weer irritatie oproept. Communiceren is een ingewikkeld spel.

Veel zou rechtgetrokken kunnen worden in de Tweede Kamer. Wetenschappers, inspecteurs en brievenschrijvers kan een bewindspersoon negeren; Kamerleden niet. Maar de rituelen op het Binnenhof werken niet goed meer. Daar wil de Nationale conventie (www.nationaleconventie.nl) onder leiding van Rein Jan Hoekstra wat aan doen. Hoekstra speelt met de gedachte de Kamer terug te brengen van 150 tot 100 leden, net als vóór 1950. De parlementaire debatten worden dan noodzakelijkerwijs meer op hoofdlijnen gevoerd. Dat is een waardevol idee, mits het debat over de details elders al heeft plaatsgehad. Fiscale details zijn namelijk heel belangrijk. Ze drukken hun stempel op uiteenlopende onderwerpen als de prijs van autorijden, de financiële haalbaarheid van een verhuizing en de keuze tussen sluiten of overdragen van een familiebedrijf. Het debat op hoofdlijnen wordt in de Kamer heus al wel gevoerd. De parlementariërs hebben nu tijd over voor hyperig gedrag, maar tijd tekort om echt de discussie op detailpunten aan te gaan. Die zijn voor een politiek debat veel te talrijk en te ingewikkeld. Voor een vruchtbare politieke discussie moeten eerst experts op het betrokken (deel)terrein in een vroeg stadium met elkaar in de slag. Topambtenaren en hoogleraren kunnen samen heel wat technische problemen oplossen. Dan blijven de principiële meningsverschillen over voor de parlementaire krachtmeting.

Zo'n benadering is nu niet mogelijk. Gewone fiscale congressen zijn er te veel op uit het publiek te behagen, maar het goed uitdiepen van een technisch ingewikkeld onderwerp kan saai en tijdrovend zijn. Wijn zou de moed moeten hebben om ambtenaren naar zulke openbare gedachtewisselingen af te vaardigen en het verbod op het vrijelijk publiceren in vakbladen op te heffen. Gebeuren er nou zulke vreselijke rampen als een ambtenaar in een open discussie de plank eens mis zou slaan? Het is contraproductief alles krampachtig in de hand te willen houden; een goed beleid wordt niet zwakker door een discussie erover. Integendeel, als de staatssecretaris een open debat bevordert, biedt hij ruimte voor een essentieel element van succesvol fiscaal beleid.

Dit is de laatste aflevering van de rubriek Fiscale Zaken.