Een zwak voor de vakbond

Maar liefst twee prijzen won Étienne Davodeau deze maand tijdens het belangrijkste Europese stripfestival in Angoulême. Zijn documentaire over een christelijk vakbondsechtpaar in de jaren vijftig en zestig werd bekroond met de publieksprijs én met de prijs voor het beste scenario. Les mauvaises gens ('De slechte mensen'), dat behoorlijk taaie materie als onderwerp heeft, is een verrassende winnaar. Franse juryleden zijn zeer gecharmeerd van Davodeaus zoektocht naar het verleden van zijn ouders, want al eerder won dit boek de Prix France Info 2005 voor de beste actuele stripreportage.

Net als de grondlegger van dit genre, Art Spiegelman (die in Maus zijn vader interviewde over Auschwitz) en Peter Pontiac (die op zoek ging naar het verleden van zijn 'foute' vader in Kraut) duikt Davodeau in het ouderlijk verleden. De tekenaar voert lange gesprekken met zijn vader en moeder over hun jeugd in de wederopbouwjaren. Hij schetst geen vrolijk beeld van het leven in een klein dorpje in de Mauges (aan de Loire, vlakbij Angers) in de jaren vijftig. Na strenge schooljaren bij de nonnen moet moeder Marie-Jo op 14-jarige leeftijd werken in de fabriek. Vader Maurice treft het iets beter. Zijn ouders kunnen hem een opleiding tot mécanicien bieden.

Behalve werk is er in het dorp maar weinig te doen voor jonge mensen die nog thuis wonen. De wereld buiten werk en ouderlijk huis wordt volledig gecontroleerd door de katholieke kerk. Op een slimme manier weet die mensen aan zich te binden, in een tijd waarin de secularisatie op gang komt. Een christelijke club die zondagse uitjes voor de meisjes organiseert (onder toeziend oog van mijnheer pastoor); een christelijke basketbalclub voor de jongens en natuurlijk ook een christelijke vakbond, waar beiden lid van worden en na verloop van tijd door worden gevraagd vertegenwoordiger te worden.

Vanaf dat moment komen de ontwikkelingen in een stroomversnelling en wordt de ondertitel 'een militante geschiedenis' enigszins waargemaakt. Voor verbetering van de arbeidsomstandigheden moet namelijk strijd worden geleverd. Ondertussen doen de jaren zestig hun intrede en wordt Étienne geboren. Hij ziet hoe zijn ouders steeds vaker hippie-achtige types (sokken in sandalen) over de vloer krijgen voor lange, rokerige vergaderingen en helpt mee affiches te plakken als zijn vader zich kandidaat stelt voor lokale verkiezingen.

Davodeau schetst al die ontwikkelingen met een gevoel voor detail dat uitvoerige research doet vermoeden. De benauwde sfeer van het Franse platteland in de jaren vijftig wordt accuraat weergegeven in een zwart-wittekenstijl met gewassen inkt om de grijsheid te benadrukken. De weinig subtiele chronologie van het scenario (dat nota bene werd bekroond), die nu en dan wordt ingeruild voor gesprekken van de tekenaar met zijn ouders, maakt Les mauvaises gens een wat saai verhaal. In tegenstelling tot Maus en Kraut is de nabijheid van de auteur tot het onderwerp in Les mauvaises gens een nadeel. Davodeau durft niet door te dringen in de persoonlijkheden van zijn ouders, waardoor die verworden tot oppervlakkige speelballen van de tijdgeest. Ze doen hun best, werken hard en hun keuzes worden allemaal verklaard, maar het is moeilijk om je met hen te identificeren.

Voor Franse lezers en juryleden die kennis maken met een exotisch verleden, zal dit boek een eye-opener zijn. Nederlanders missen echter niet zoveel als een vertaling van dit bekroonde boek uitblijft. Zij kunnen beter kiezen voor Davodeaus vorige, broeierige verhaal De Val, dat een beter stripboek is.

Étienne Davodeau: Les mauvaises gens. Une histoire de militants. Delcourt, 184 blz. euro13,95