Een staking als speelbal

De Februaristaking, die morgen wordt herdacht, heeft lang gegolden als het symbool van het vaderlandse verzet tegen de jodenvervolging. Een nieuwe studie toont aan hoe deze herdenking de inzet is geweest van een verbeten politieke strijd tussen de CPN en de gemeente Amsterdam.

Het beeld De Dokwerker, gemaakt door Mari Andriessen, ter herinnering aan de Februaristaking van 1941, op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam Foto Spaarnestad Spaarnestad

Een goed geolied ritueel. Dat zal de 65e herdenking van de Februaristaking, morgen in Amsterdam, ongetwijfeld zijn. De bijeenkomst, een coproductie van het Comité Herdenking Februaristaking 1941 en de gemeente, steekt verzorgd en evenwichtig in elkaar. Tegen het einde van de middag start de herdenking in de voormalige Jodenhoek, compleet met officiële vertegenwoordigers van de regering en de Israëlische ambassade. De commissaris van de koningin in Noord-Holland spreekt enkele woorden ter gedenking en Remco Campert draagt gedichten voor. Vervolgens trekt een defilé van genodigden en belangstellenden aan de Dokwerker, het beeld dat de staking symboliseert, voorbij. Meer dan honderd instanties zullen er een krans leggen.

Herdacht wordt de staking van 1941, een protest tegen de eerste in Amsterdam gehouden jodenrazzia's. Op 22 en 23 februari van dat jaar werden rond het Waterlooplein een kleine vierhonderd joodse mannen opgepakt. Deze razzia's waren het Duitse antwoord op vechtpartijen tussen joodse knokploegen, de NSB en de bezetter. De verontwaardiging in de stad op het brute optreden van de Duitsers was groot. Op initiatief van enkele communisten werd op 25 februari een manifest verspreid waarin Amsterdammers werden opgeroepen zich solidair te verklaren met de gearresteerde joden. 'Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!' luidde het devies. Tienduizenden Amsterdammers, arbeiders en ambtenaren, legden het werk neer en op de tweede dag rolde de stakingsgolf tot Velzen, de Zaanstreek en Utrecht. De bezetter, aanvankelijk verrast, reageerde fel en gewelddadig. Bij diverse straatgevechten vielen negen doden en tientallen gewonden. Honderden stakers en communistische aanjagers belandden in de cel, werden vervolgd en veroordeeld tot een verblijf in het concentratiekamp.

Heldhaftigheid

De Februaristaking geldt dus als een unieke daad van verzet, door middel van een lange en traditierijke herdenking in het collectieve geheugen verankerd. Was het maar waar. Het beeld van een lokale herdenking als nationaal symbool waarin saamhorigheid en heldhaftigheid samenballen heeft eigenlijk pas vanaf de jaren negentig gestalte gekregen. De herinnering aan februari 1941 heeft een lange en moeizame weg afgelegd, zo blijkt uit het zojuist verschenen De strijd om de Februaristaking van historica Annet Mooij. Decennialang was het herdenken van de werkstaking inzet van een verbeten, politiek gemotiveerde, strijd tussen de Communistische Partij Nederland (CPN) en de gemeente Amsterdam. In opdracht van het herdenkingscomité en onder auspiciën van het NIOD heeft Mooij deze rivaliteit gedetailleerd uit de doeken gedaan. Ze putte daartoe uit bestaande literatuur en vulde dit aan met nieuw archiefonderzoek en een reeks van gesprekken. De geschiedenis van de herinnering aan de staking roept niet zozeer trots, maar veeleer gevoelens van schaamte op.

Aan de hand van een gedetailleerde analyse van de jaarlijkse herdenking en de debatten die er werden gevoerd - veelal in de media - beschrijft Mooij de ontwikkeling in het herdenken. Deze volgt de golfslag in de ontwikkeling van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Met haar analyse van deze tweespalt sluit Mooij nauw aan bij de inzichten uit de recent verschenen studie van Jolande Withuis, Na het kamp: vriendschap en politieke strijd (besproken in Boeken, 07.10.05). Dit boek over de lotgevallen van overlevenden van concentratiekampen, die zich bij terugkeer verenigden in onder andere het Auschwitz-comité en het Dachaucomité, toont hoezeer communisten en sociaal-democraten de naoorlogse periode beschouwden als een voortzetting van de oorlog met andere middelen. Tegenstellingen die tijdens de oorlog waren begraven, kwamen na de bevrijding in alle hevigheid terug. Terwijl de communisten tamboereerden op hun antifascistische trommel, bestreden de sociaal-democraten het communisme èn het fascisme, die ze beiden als een vorm van totalitarisme beschouwden.

De meeste pagina's besteedt Mooij aan de periode tot 1961, toen de strijd om hegemonie het hevigst werd gevoerd. Waren de allereerste herdenkingen nog een toonbeeld van eenheid, allengs groeide de spanning tussen de belanghebbenden. Het betrof hier immers een moreel hoogstaande nalatenschap, die van niemand was, en dus van iedereen. Gevoegd bij de context van de Koude Oorlog en de snel verslechterende verhoudingen tussen communisten en sociaal-democraten, was een scheuring in de herdenking onafwendbaar. De CPN koesterde de staking als een eigen kindje. Hadden de communisten het verzet niet georganiseerd en verspreid? Hun tegenstanders, gemeente, sociaal-democraten en vakbonden, benadrukten daarentegen het spontane karakter van het verzet. Zij beschouwden de communistische herdenking als een vorm van partijpolitieke propaganda en trachtten de herdenking onderdeel te maken van een glorieuze stadsgeschiedenis en nationale strijd voor de vrijheid. Vanaf 1950 nam het gemeentebestuur de herdenking in eigen hand, naast het comité van de CPN. Dit leidde tot absurde situaties. Om wrijvingen te voorkomen werd het beeld van de Dokwerker onthuld op een neutrale datum, in december 1952 in plaats van februari 1953. En jarenlang herdacht de gemeente met een korte ceremonie in de ochtend, terwijl de CPN in de namiddag uitpakte. In een beknopte en heldere stijl analyseert Mooij de tweespalt. Ze toont zich daarbij zeer kritisch ten opzichte van de CPN. Daar valt veel voor te zeggen, maar het is jammer dat ze aan de andere kant de 'scherpslijperijtjes' van sociaal-democraten en het gemeentebestuur niet steviger heeft aangepakt.

Kinnesinne

Is deze kinnesinne in de herdenking een treurige geschiedenis, ronduit onthutsend is dat de groep waar het in februari 1941 allemaal om was begonnen, aanvankelijk geheel werd vergeten. In tegenstelling tot nationaal verzet of de antifascistische strijd was de jodenvervolging nauwelijks een thema. En jarenlang was de 25ste februari geen herdenking van slachtoffers, maar van helden. Ook op dit punt toont Mooij overtuigend aan hoezeer de herdenking past binnen het algemene verwerkingsproces van de oorlog: voor joods leed was jarenlang geen aandacht.

In de loop van de jaren vijftig versplinterde de herdenking. Dieptepunt was februari 1960, met een herdenking in viervoud. Naast de gemeente, het comité, alsmede een afsplitsing van de in 1958 gescheurde CPN en enkele vredesgroepen. In de jaren zeventig en tachtig evolueerde de herdenking tot een actie-agenda van linkse groeperingen die bij de Dokwerker hun solidariteit met onderdrukten uitten of protesteerden tegen bezuinigingsbeleid en atoombewapening. De erfenis van de Februaristaking verbreedde, maar de dekking ervan steeds dunner. Ruimte voor verzoening is er pas gekomen toen de herdenking van de Februaristaking de partij, die aan het verzet ten grondslag had gelegen, overleefde. In 1989 loste de CPN op in Groen Links. Met de jubileumherdenking van 1991, zetten gemeente en comité voor het eerst sinds decennia weer gezamenlijk hun schouders onder de ceremonie.

De strijd om de Februaristaking geeft de turbulente ontwikkeling van 65 jaar herdenken compact weer. Helaas is de annotatie nogal willekeurig en rafelt het boek naar het einde ietwat uit. Verder is het een gemis dat de representatie van de herdenking in audiovisuele media weinig aan bod komt. Hoe is op radio en televisie de strijd tussen communisten en sociaal-democraten al die jaren uitgevochten? Hier had Mooij een extra bijdrage kunnen leveren aan de herdenkingsgeschiedenis, die de laatste jaren zo'n grote vlucht heeft genomen. In de moderne en mediagenieke herdenking is, naast het educatieve karakter, ook de persoonlijke invulling toegenomen. Herdenken als moreel kompas dat richting geeft aan kwesties die spelen in het eigen leven. De bijeenkomst morgen vraagt aandacht voor de kwetsbaarheid van abstracte verworvenheden als vrijheid en democratie, met het oog op internationaal terrorisme en radicalisering. De koppeling naar de actualiteit is gebleven, maar houdt zich ver van partijpolitiek. En daarmee lijkt de 'oorlog na de oorlog' verleden tijd.

Annet Mooij: De strijd om de Februaristaking. Balans, 174 blz. euro17,50