De wereld is verworden tot een slagveld

The long war, de lange oorlog, heeft minister Rumsfeld aangekondigd. Misschien niet verrassend. Tenslotte heeft de Amerikaanse regering al eerder gezegd dat de oorlog tegen het terrorisme (the war on terrorism) een kwestie van zeer lange adem zou zijn. Maar de naamsverandering is niet toevallig. De oorlog wordt inmiddels op verschillende fronten gevoerd en ontwikkelt zich tot een wijdverbreide confrontatie tussen het Westen en de wereld van de islam. Van Denemarken tot Indonesië en van Europa tot Centraal-Azië staan partijen tegenover elkaar, met stenen en molotovcocktails tegenover kogelregens, met mensonterende video-en filmbeelden tegenover heiligschennende cartoons en in de oorlogszones zelf met kalasjnikovs en road side bommen tegenover dood en verderf zaaiende onbemande CIA-vliegtuigjes.

Lang hebben de Amerikaanse regering en haar partners in de strijd volgehouden dat er geen sprake was van een clash of civilizations (Huntington). De islam mocht niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat een geradicaliseerde en gemanipuleerde minderheid aanrichtte. In goed vertrouwen werd dat onderscheid gemaakt, zullen we moeten aannemen. Maar oorlog is een smerige bezigheid waarin nuances ten onder gaan. Als een Arabische naam voldoende is geworden om verdacht te zijn bij de incheckbalie en als vage beschuldigingen of persoonsverwisselingen leiden tot verlies van burgerrechten en erger, veel erger, als haatcampagnes echoën tot in het discours van het politieke establishment, als de betrekkingen tussen immigrantenjongeren en de politie zo verziekt zijn dat één misverstand tot weken van straatschenderijen leidt, als brave Europese journalisten in hun beroepsijver op duizenden kilometers afstand volksoproeren kunnen ontketenen, als islamieten onderling slag leveren op leven en dood, als dit alles dagelijks nieuws is geworden, dan blijkt 9/11 slechts een katalysator te zijn geweest.

Het hangt ervan af wie het verhaal vertelt. Het verhaal van het Amerikaanse Fox en CNN is anders dan van het Arabische Al-Jazeera. De Deense redacteur die de vermaledijde prenten in zijn krant liet afdrukken, vocht, zo heeft hij achteraf verteld, tegen de zelfcensuur. De Deense imans die vervolgens hun geloofsgenoten in het Nabije, het Midden en het Verre Oosten opzwiepten, verzetten zich tegen de belediging van de profeet die zij in de cartoons meenden te onderkennen. Voor politici en commentatoren in het Westen was het al snel duidelijk dat de brandschattende menigten door hun leiders waren opgehitst. Voor deze leiders was het beeld ook simpel: de cartoons waren het wapen van een westers complot tegen de islam, voor hen nauwelijks verbazingwekkend, want dat complot bestaat, vinden zij, al tientallen jaren. Dat laatste als antwoord aan Blair en Bush die ervan uitgaan dat de geschiedenis met een hoofdletter is begonnen op de dag van ground zero.

Versimpeling van de werkelijkheid is wellicht het grootste kwaad in dergelijke situaties. Het eigen gelijk groeit uit tot onbeheersbare proporties met als gevolg dat escalatie in de onderlinge verhoudingen tot een onomkeerbaar proces verwordt. De aanleidingen tot opvoering van de spanning nemen met de dag toe. Zo is er de verkiezingsoverwinning van Hamas, toch een mooi voorbeeld van democratisering van een eeuwenoude in familiaire en religieuze autoriteit gewortelde samenleving, maar zij veroorzaakt onder waarnemers slechts de kwaadaardigste oprispingen. Wie wil kan daarin een bewijs zien dat het vredesproces voor de betrokken regeringen nimmer een ernstige zaak is geweest. Het in zichzelf verdeelde, corrupte en manipuleerbare ancien régime was hun blijkbaar liever.

Zo is er het Iraanse atoomprogramma dat westerse regeringen de stuipen op het lijf jaagt. Het zal nog een hele toer worden om in de Veiligheidsraad tot sancties te concluderen. Niet alleen zijn er politieke zwarigheden, maar wat zou de volkenrechtelijke basis van een veroordeling moeten zijn? Iran heeft zich aan verdergaande controle onderworpen dan enige atoommogendheid. En civiel gebruik van kernenergie, waartoe de ayatollahs zich zeggen te willen beperken, is niet verboden, sterker: het is een erkend recht.

Toch heeft de Franse minister van Buitenlandse Zaken Iran ervan beticht uit te zijn op de Bom. Maar zelfs dan: waarom sancties tegen Iran terwijl met de totaal buiten de wet opererende atoommogendheden India, Pakistan en Israël politieke, militaire en zelfs nucleaire zaken worden gedaan? Willekeur voert de boventoon. Waar is de eigen onafhankelijke Europese benadering gebleven uit de korte periode dat de EU-trojka in Teheran nog voor zichzelf leek te spreken?

De stemmen die tot nuancering oproepen worden niet meer serieus genomen. Neem de bespreking van het jongste boek van voormalig EU-Commissaris Chris Patten in de New York Times. Patten sluit af met het uitspreken van de hoop dat Europa Amerika zal helpen terug te keren naar de tijden waarin het een levende les, een voorbeeld voor alle anderen was. De recensent, Josef Joffe, maakt ervan dat volgens Patten de Yanks kunnen leren van de 'wiser ways of Europe'. Dat is wel zo ongeveer het omgekeerde van wat Patten voor ogen staat. Joffe is uitgever/hoofdredacteur van het gerenommeerde Duitse weekblad Die Zeit. Als mensen van zijn kaliber al niet op een eerlijke wijze het debat aangaan, wat kunnen we dan in de lagere regionen verwachten?

Wat we in ieder geval kunnen verwachten is 'The long war', product van eenzijdige, eigenzinnige, gemanipuleerde beeldvorming. De wereld een slagveld.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.