De les van Delfzijl

Delfzijl is geen Amsterdam of Rotterdam, maar het feit dat deze Groningse havenplaats niet in de Randstad ligt, maakt de politieke en bestuurlijke chaos die het zichzelf heeft aangedaan er niet minder ernstig door. Kort voor de gemeenteraadsverkiezingen houdt Delfzijl de Nederlandse gemeentepolitiek een spiegel voor. Zo kan het dus worden als politici persoonlijke vetes gaan uitvechten. Hoe diep een gemeente kan zinken en hoe erg bestuurders en hun toezichthouders kunnen falen, laat Delfzijl zien. Het is maar goed dat de nieuwe burgemeester - de derde waarnemer in drie jaar - vanaf nu 'vooruit wil kijken'. Hij kan moeilijk anders. Achter hem ligt de rokende puinhoop van jarenlange bestuurlijke incompetentie; een waarschuwing aan iedere politicus, lokaal of landelijk, om het vak serieus te nemen en te doen wat politici moeten doen: het dienen van het publieke belang.

Delfzijl zou een moeilijk te besturen stad zijn. Er zou sprake zijn van een voortwoekerende 'dorpsrel'. Maar dit is een woord dat de problemen verkleint tot Swieberiaanse proporties: veldwachter zit lokale zwerver achterna omdat deze zich heeft misdragen. Met de uitlating dat Delfzijl moeilijk te besturen is, krijgt de burgerij de schuld van de problemen. De bestuurders wensen zichzelf in feite een andere stad toe. Dat is de zaken omdraaien. Als politiek en bestuur falen, zijn daarvoor niet de burgers verantwoordelijk maar de uitvoerders. Zij maken hun mandaat te schande of hebben hun primaire taak uit het oog verloren. De wantoestanden die daaruit voortkomen, zijn geen dorpsrellen maar heuse affaires.

Delfzijl is de afgelopen jaren geplaagd door een reeks bestuurlijke affaires. Die hadden niet altijd met elkaar te maken, maar konden wel groeien in de ongezonde cultuur van politici en hun kongsies die te lang zitten en zich te diep in hun schuttersput hebben ingegraven. Juist daarom kunnen verkiezingen zo verfrissend zijn: met partijen of personen die het laten afweten, kan korte metten worden gemaakt. In Delfzijl is dat niet gebeurd, een belangrijke reden voor het falen van de interim-burgemeesters die orde op zaken probeerden te stellen.

Het dieptepunt werd bereikt toen tien dagen geleden Delfzijls burgemeester, Appel-De Waart (PvdA), aftrad na een vertrouwensbreuk met haar wethouders. Die hadden haar verboden zich nog langer met de personeelsportefeuille te bemoeien, omdat ze informatie zou hebben achtergehouden over een vertrekregeling met de gemeentesecretaris. Appel werd in 2004 bij referendum als burgemeester gekozen. De Delfzijlse burgerij had al reden tot klagen, maar weet zich na Appels vertrek helemaal in de steek gelaten door de lokale politiek.

De stadsbestuurders, de Groningse commissaris van de koningin Alders en minister Remkes van Binnenlandse Zaken doen er goed aan na de verkiezingen duidelijk te maken hoe het verder moet met Delfzijl. Lokaal bestuur kan wel eens ontaarden in chaos, maar dit heeft te lang geduurd. De uitwerking ervan is een demoralisatie die verder gaat dan Delfzijl. Alders en Remkes hadden zich dat eerder moeten realiseren. Maar eerst moet de kiezer van zich laten horen. Die heeft op 7 maart de kans om de stad een nieuwe richting op te sturen.