De goedprater

De nieuwe uitvoering van het toneelstuk 'Mephisto' gaat over het maken van keuzes in politiek verwarrende tijden.

Vier hoofden buigen zich over de krant van die ochtend. Er staat een foto in van het bezoek dat Göring vlak voor de oorlog bracht aan de Amsterdamse kunsthandel Goudstikker - en in het repetitielokaal van de voorstelling Mephisto wil iedereen die even zien. Het is alsof de archieffoto, waarmee een artikel over de Goudstikker-affaire wordt geïllustreerd, extra inzicht zou kunnen bieden in hetgeen hier wordt gerepeteerd. Of daaraan des te meer actualiteit verleent. Göring is in het stuk immers een voornaam personage; hij was de beschermheer van de met het nazi-regime collaborerende Duitse toneelleider Gustaf Gründgens, over wie de voorstelling gaat.

Mephisto houdt hen meer dan gemiddeld bezig, beaamt Huub Stapel die in de nieuwe Nederlandse versie de hoofdrol speelt. 'We hebben het er de hele dag over', zegt hij. 'Het gaat over ons eigen vak en dan komt het per definitie dichterbij dan enig ander onderwerp. Ik vind niet dat we achteraf zomaar even een oordeel kunnen vellen over de keuzes die iemand onder extreme omstandigheden heeft gemaakt, en toch is het iets dat ons niet snel loslaat. Je ziet hoe zo'n acteur langzaam maar zeker door het systeem wordt opgevreten.

'Na een opeenstapeling van foute beslissingen beseft hij: shit, ik zit er middenin. En dan begint zijn vlucht naar voren en gaat hij zichzelf rechtvaardigen, waardoor je als toeschouwer wordt weggehaald uit het simpele zwart-wit van goed of fout. Terwijl het natuurlijk nooit zo simpel is.

'Ik heb gewerkt met collega's die tijdens de oorlog voor de Kultuurkamer hebben getekend. Dat was niet chic, maar moet ik het die mensen kwalijk nemen dat ze destijds aan het werk zijn gebleven? Het zijn enorme dilemma's, die het fascinerend maken dit stuk te spelen.'

Göring

In het toneelstuk draagt de hoofdpersoon de naam Hendrik Höfgens, omdat hij in de roman Mephisto van Klaus Mann ook zo heet. Maar in werkelijkheid was hij Gustaf Gründgens - een acteur die in de Weimar-tijd met revolutionair theater aan de linkse kant stond, maar zijn carrière een beslissende wending gaf door in 1934 op uitnodiging van Göring intendant van het Staatstheater Berlin te worden. De nazi's droegen hem op handen. Zelf bleef Gründgens volhouden dat politiek en theater niets met elkaar te maken hadden. Sterker nog: in zijn hoge functie in het Staatstheater kon hij de kunst, naar zijn zeggen, behoeden voor de vuile vingers van de politiek. Dat er intussen een pontificaal hakenkruis op het omslag van de programmaboekjes stond, en dat het theater vanzelfsprekend geheel 'ontjoodst' werd, waren offers die hij nu eenmaal moest brengen om erger te voorkomen.

Zelf speelde Gründgens jaar in jaar uit de witgeschminkte Mephisto in het toneeldrama Faust van Goethe, de glansrol die hem tot een toneelreus maakte. Een op dvd verschenen tv-registratie uit 1960 (want ook na de oorlog bleef Gründgens op de Duitse podia zeer welkom) laat zien hoe hij dat deed: wonderbaarlijk modern eigenlijk, zonder pathos, als een lokkende spotgeest die allengs diabolischer trekken krijgt. Met zijn tanige hoofd en zijn dansante lijf doet hij een beetje aan zijn Britse collega John Gielgud denken. 'Zijn spel was godvergeten charmant', schreef Klaus Mann over Hendrik Höfgens, alias Gründgens. Geen wonder dat de arme Faust zijn ziel aan deze duivel verkoopt. De man krijgt er bovendien zoveel voor terug - zelfs Gretchen wordt hem in de schoot geworpen - dat hij niet meer wil denken aan het onvermijdelijke moment van de afrekening. Tot alles wat eerst nog zo speels leek, uit de priemende blik van Mephisto is verdwenen. Dan is diens duivelse maskerade voorbij.

Mann was met Gründgens bevriend. Gründgens was korte tijd getrouwd met Erika Mann, Klaus' zuster. Totdat hun wegen zich scheidden: de Manns werden Exil-schrijvers, terwijl Gründgens zijn zegetocht in nazi-Duitsland begon. De roman Mephisto dateert uit 1936, toen Klaus Mann in ballingschap leefde. De titel verwijst naar de toneelspeler en de glansrol, hoewel de Höfgens in het verhaal eigenlijk geen Mephisto is, maar een Faust die zijn ziel verkoopt.

De eerste die de roman - pas in 1979 - tot toneelstuk bewerkte, was de Franse theatermaakster Ariane Mnouchkine. Twee jaar later volgde de verfilming van István Szabó, met Klaus Maria Brandauer als het charmante, maar aalgladde middelpunt. Ambitieus is een veel te zwak woord voor de Höfgens van Brandauer; deze man wordt voortgedreven door een dollemansdrift om aan de top te komen. En dat maakt de stellingen die hij poneert, des te dubieuzer. 'Het gaat om de kunst, en die functioneert in elk klimaat', maakt hij zichzelf en zijn collega's wijs. Maar intussen is het geen toeval dat hij de hoofdrol in Hamlet tijdens het nazi-bewind heel anders speelt dan daarvóór: de neuroot uit de jaren twintig is veranderd in een daadkrachtige man van het Nordische ras die uit is op wraak, in het Derde Rijk een prijzenswaardig motief.

'Het is een oude gedachte dat de kunst ver boven alles verheven kan zijn', zegt Eric Schneider, die in 1983 de hoofdrol speelde in een Nederlandse Mephisto bij het Publiekstheater. 'Die dateert nog uit de Verlichting. Maar het is natuurlijk ook een vorm van ijdelheid te denken dat een kunstenaar onder alle omstandigheden onaantastbaar kan blijven. Ik ben blij dat ik zelf nooit voor zo'n keuze ben gesteld. Stel je voor dat je een gezin hebt met kinderen.'

Dilemma's

De eerste Nederlandse Mephisto was Marc Klein Essink, die in 1981 de hoofdrol speelde bij het semiprofessionele studentengezelschap Handke/Weiss. Hij herinnert zich dat er destijds in die groep heftig over de dilemma's in het stuk werd gediscussieerd: 'Zelf waren we bloedambitieus, we wilden van alles, we werden meegesleept door de romantiek van het toneelspelersleven, de sfeer van avontuur en spanning - en daar staat dan de vraag tegenover of je dat allemaal zou willen opgeven als je onder een fout regime kwam te werken. Ik heb het wel eens vergeleken met de Olympische Spelen van 1972 in München. Toen die na het gijzelingsdrama toch doorgingen, zijn daar triomfen gevierd in een situatie die niet klopte. Van wielrenner Hennie Kuiper las ik dat hij het daar nog steeds moeilijk mee heeft. Aan de ene kant heb je vier jaar getraind om zo ver te komen, maar aan de andere kant behaal je een overwinning waaraan je weinig plezier kunt beleven.'

Eens te meer werd Klein Essink met zijn rol geconfronteerd toen hij later tv-shows ging presenteren: 'In de Vpro Gids werd ik omschreven als 'zo'n Mephisto-type'. Alsof ik mijn ziel aan de duivel had verkocht door voor televisie te werken. Maar die keuze is voor mij nooit een dilemma geweest; ik wilde financieel onafhankelijk zijn in een markt waarin voor veel acteurs slechts een marginaal bestaan is weggelegd.'

Soortgelijke discussies woedden anno 1983 in de eindexamenklas van de Maastrichtse toneelschool, waar eveneens een Mephisto werd opgevoerd, met Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrol. 'De meesten van ons waren navolgers van het Werkteater, die als acteur dicht bij zichzelf wilden blijven', vertelt hij, 'een kleinere groep wilde liever naar het grote toneel van die tijd. Maar op die school met al die ongelooflijk linkse mensen was dat laatste groepje eigenlijk verdacht. Ik ben echt uitgescholden, want ik had een dubbele naam èn ik ging naar de Haagse Comedie. Zo'n gevestigd gezelschap, dat dééd je niet. De situatie is nu totaal omgekeerd. Alsof ik nog de enige ben die bijvoorbeeld niet in die grote Joop van den Ende-dingen wil staan. Het toneel wordt steeds commerciëler en marketing-gerichter, en daar heb ik veel moeite mee. Niets mag meer wringen en schuren.'

De nieuwe Mephisto wordt geregisseerd door Paul Binnerts, die 26 jaar geleden ook de Maastrichtse toneelschoolopvoering regisseerde. 'Maar toen ik hiervoor werd gevraagd', zegt hij, 'heb ik als voorwaarde gesteld dat ik een nieuwe bewerking mocht schrijven. Ik wil niet louter een voorstelling over de geschiedenis maken. Het fascisme is een afgesloten hoofdstuk, en het communisme óók. De tegenstelling tussen die twee ideologieën die bij Mnouchkine nog een rol speelt, is achterhaald. Hoe lang is het al geleden dat de Muur is gevallen? En wat heeft Mephisto nu nog met ons te maken? Het antwoord op die vraag vind je in de eerste helft van het boek van Klaus Mann: de tijd vóór 1933, toen de mensen niet wisten welke kant het zou opgaan en welk standpunt ze moesten innemen. Daarin zie ik frappante parallellen met deze tijd.'

Binnerts staat in die opvatting niet alleen. Als regisseur Guy Cassiers - nu nog artistiek leider van het RO Theater - dit najaar in dezelfde functie aantreedt bij Het Toneelhuis in Antwerpen, wordt Mephisto zijn eerste productie. Dirk Roofthooft gaat de hoofdrol spelen. Cassiers' dramaturg Erwin Jans verklaarde in het vakblad Theatermaker: 'Guy springt met die tekst middenin die situatie in Antwerpen. Wat doe je als kunstenaar in een omgeving die verrechtst?'

Huub Stapel hoort het bericht instemmend aan en zegt: 'Als ik in een straat zou wonen waar één op de drie mensen op Vlaams Belang stemt, zou ik mezelf die vraag óók stellen. Hier is de situatie nog niet zo extreem, daar is het nijpender en dringender. Het gaat in dit stuk om de stappen naar de dictatuur toe. En vergeet trouwens niet dat er nu ook al mensen uit Nederland weggaan vanwege de sfeer die hier heerst. Ik las laatst zelfs dat we in dit land een vertrekoverschot hebben.'

'Het is een waarschuwingsstuk', zegt Eric Schneider.

Mephisto, door impresariaat Hummelinck Stuurman, gaat 25/2 in première; tournee t/m 22/5. Inl. (020) 6164004, www.humstu.nl