David Irving moet worden vrijgelaten

De veroordeling van de historicus Irving maakt de bewering dat de vrijheid van meningsuiting een grondrecht is, tot een aanfluiting. Oostenrijk moet de wet op de ontkenning van de Holocaust intrekken, stelt Peter Singer.

Het moment waarop Oostenrijk David Irving wegens het ontkennen van de Holocaust veroordeelt en gevangen zet, had niet slechter kunnen uitvallen. Het vonnis over Irving, dat komt na de dood van ten minste dertig mensen in Syrië, Libanon, Afghanistan, Libië, Nigeria en andere islamitische landen bij demonstraties tegen spotprenten over Mohammed, maakt de bewering dat in democratische landen de vrijheid van meningsuiting een grondrecht is, tot een aanfluiting.

Wij kunnen niet in één adem stellen dat cartoontekenaars religieuze figuren mogen bespotten, maar dat het een misdrijf is om de Holocaust te ontkennen. Ik vind dat wij moeten opkomen voor de vrijheid van meningsuiting, en dat betekent dat David Irving moet worden vrijgelaten.

Voordat u me nu verwijt dat ik geen oog zou hebben voor de gevoelens van de slachtoffers van de Holocaust of voor de aard van het Oostenrijkse antisemitisme, moet ik opmerken dat ik de zoon ben van Oostenrijkse joden. Mijn ouders hebben Oostenrijk bijtijds kunnen ontvluchten, maar mijn grootouders niet.

Alle vier mijn grootouders zijn gedeporteerd naar getto's in Polen en Tsjecho-Slowakije. Twee van hen zijn naar Lodz in Polen gestuurd, en daarna vermoedelijk met koolmonoxide vermoord in het vernietigingskamp Chelmno. Een is ziek geworden en gestorven in het overvolle en ondervoede getto Theresienstadt. Mijn grootmoeder van moederszijde heeft het als enige overleefd.

Ik kan dus geen begrip opbrengen voor David Irvings absurde ontkenning van de Holocaust - waarvan hij nu beweert dat het een vergissing was. Ik steun het streven om de terugkeer van het nazisme in Oostenrijk of elders te verhinderen. Maar hoe kun je de zaak van de waarheid dienen door het ontkennen van de Holocaust te verbieden?

Als er nog lieden zijn die zo gek zijn om te ontkennen dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, zal het opsluiten van mensen die die mening uitdragen hen dan van gedachten doen veranderen? Welnee, zij zullen eerder denken dat die mensen worden opgesloten omdat bewijzen en argumenten ontoereikend zijn om hun opvattingen te ontzenuwen.

John Stuart Mill schreef in On Liberty, zijn klassieke verdediging van de vrijheid van meningsuiting, dat als een opvatting niet ,,voluit, veelvuldig en zonder vrees'' wordt besproken, ze een ,,dood dogma'' zal worden in plaats van een ,,levende waarheid''. De Holocaust moet een levende waarheid blijven, en wie sceptisch is over de ontzaglijke gruweldaden van de nazi's, moet met de bewijzen ervoor worden geconfronteerd.

In de eerste tijd na de Tweede Wereldoorlog, toen de republiek Oostenrijk zich moeizaam tot een democratie ontwikkelde, hebben de Oostenrijkse democraten terecht, bij wijze van tijdelijke noodmaatregel, nazi-ideeën en -propaganda onderdrukt. Maar dat gevaar ligt ver achter ons. Oostenrijk is een democratie, het is lid van de Europese Unie. Ook al steken afwijzing van immigranten en zelfs racisme zo nu en dan de kop weer op - een verschijnsel dat helaas niet beperkt blijft tot landen met een fascistisch verleden - er bestaat geen ernstig gevaar meer dat het nazisme zal terugkeren in Oostenrijk.

De vrijheid van meningsuiting daarentegen is voor democratische regimes van levensbelang. Zij moet de vrijheid omvatten om te zeggen wat alle anderen als onwaar beschouwen, en zelfs wat velen aanstootgevend vinden. Het moet ons vrij staan om het bestaan van God te ontkennen en om de leer van Jezus, Mozes, Mohammed en Boeddha, zoals weergegeven in teksten die voor miljoenen heilig zijn, te bekritiseren. Zonder die vrijheid zal de vooruitgang van de mensheid altijd op een bepaald punt blijven steken.

Artikel 10 van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden stelt: 'Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.''

Wil Oostenrijk die duidelijke verklaring - en zonder de vage voorbehouden van Artikel 11, die haar zinledig dreigen te maken - niet schenden, dan zou het zijn wet op de ontkenning van de Holocaust moeten intrekken. Andere Europese landen met soortgelijke wetten - zoals Duitsland, Frankrijk, Italië en Polen - zouden hetzelfde moeten doen, en intussen met gelijke of grotere ijver hun onderdanen moeten voorlichten over de realiteit van de Holocaust en de redenen waarom de racistische ideologie die daartoe geleid heeft, moet worden verworpen.

Wetten tegen het aanzetten tot raciale, religieuze of etnische haat, in omstandigheden waarin dit aanstuurt op geweldpleging of andere misdrijven, of daar redelijkerwijze toe zou kunnen leiden, zijn een andere zaak, en zijn verenigbaar met de handhaving van de vrijheid om iedere opvatting uit te spreken.

Pas als David Irving is vrijgelaten zullen de Europeanen tot de islamitische demonstranten kunnen zeggen: ,,Wij passen het beginsel van de vrijheid van meningsuiting evenwichtig toe, ongeacht of er moslims, christenen, joden of anderen worden gekwetst.''

Peter Singer is hoogleraar bio-ethica aan Princeton University. Hij schreef onder meer: 'Writings on an ethical life', 'One world' en 'Pushing time away: my grandfather and the tragedy of Jewish Vienna'. © Project Syndicate 2006