Burgemeesters: vrijheid van handelen te beperkt

Burgemeesters in Nederland vinden dat gemeenten te weinig vrijheid van handelen hebben. Dat blijkt uit een enquête van NRC Handelsblad, waaraan iets meer dan de helft van alle burgemeesters (233 van de 458) heeft deelgenomen. De resultaten verschijnen morgen uitgebreid in een Thema-bijlage.

Wanneer het rijk gemeenten bevoegdheden geeft op het gebied van werk, bijstand of zorg, signaleren de burgemeesters, worden gedetailleerde eisen aan de uitvoering gesteld. Geld om zelf beleid te maken is er nauwelijks, want de besteding van de gemeentelijke inkomsten ligt grotendeels vast. De gedeeltelijke afschaffing van de grootste gemeentelijke belasting, de onroerendezaakbelasting, heeft gemeenten verder in hun mogelijkheden beperkt. Tegelijk is de bestuurlijke taak van burgemeesters verzwaard. Dit komt door de invoering van het duale bestel, waarin de gemeenteraad meer controlerende macht heeft gekregen, en de opkomst van steeds meer lokale partijen met versplintering van de gemeenteraad tot gevolg.

De ondervraagde burgemeesters blijken wantrouwend te staan tegenover besluiten van het rijk die hen betreffen. Zo denken veel burgemeesters dat het rijk gemeenten taken geeft uit geldgebrek en de neiging heeft om complexe problemen af te schuiven - de gemeenten krijgen de taken niet uit vertrouwen in het lokale bestuur. 'Meer kosten voor gemeenten onder het mom van decentralisatie', noemt burgemeester Harry Smith van Baarn de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Op het gebied van financiën voelen gemeenten zich 'gemangeld' en 'niet serieus genomen'. Veel burgemeesters vinden het Gemeentefonds ondoorzichtig: het geld wordt verdeeld op basis van ruim vijftig criteria, het rekenmodel is niet beschikbaar, zodat het niet mogelijk is de verdeling na te rekenen, en de verdeling is gebaseerd op gemiddelde uitgaven per beleidsterrein. Burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg: 'Het openbaar ministerie en de politie krijgen wel geld van het rijk, maar gemeenten ontvangen voor dit doel nauwelijks iets.' Tilburg betaalt een project voor de begeleiding van probleemjongeren zelf: 'Dat kost ons tonnen.'

Dit mangelen van gemeenten voelen de burgemeesters ook als het gaat om het asielbeleid. Zij vinden dat het rijk de afspraak schendt dat er geen uitgeprocedeerde asielzoekers op straat zouden belanden. Eenderde van de burgemeesters heeft besloten niet langer mee te werken aan het landelijke opvang- en vertrekbeleid.

Intussen hebben de burgemeesters moeite met hun nieuwe rol in het duale bestel. De burgemeester heeft een dubbele functie: enerzijds maakt hij deel uit van het college, anderzijds controleert hij zichzelf, omdat hij tevens voorzitter is van de gemeenteraad. 'Een superspagaat', noemt burgemeester Fred de Graaf van Apeldoorn deze positie.

De raad is in veel gemeenten verbrokkeld geraakt met de opkomst van leefbare partijen. Sinds de raadsverkiezingen van 2002 bezetten lokale partijen 2.629 van de 9.090 raadszetels. Zij vormen daarmee het grootste politieke blok op lokaal niveau. De burgemeesters maken een onderscheid tussen pre-fortuynistische en fortuynistische lokale partijen: bij de laatste categorie maken raadsleden vaak ruzie of beheersen het politieke handwerk onvoldoende.