Belabberde blaastest

De liefde voor Polen is enigszins bekoeld sinds een eenvoudige blaastest uit de hand is gelopen.

Ik ben verknocht geraakt aan Polen, vooral aan Kraków, toen ik als communicatiedeskundige de Poolse overheid adviseerde over democratisering en een klantgerichte benadering. Sinds anderhalf jaar woon ik er permanent, maar mijn liefde werd onlangs wel aan het wankelen gebracht.

Na een etentje werd ik bij een alcoholcontrole aangehouden. Ik had een paar glazen wijn gedronken en zei dat ook, in mijn gebrekkige Pools, tegen de agenten. Ik werkte mee aan de blaastest, maar het apparaat liet verstek gaan. Voordat ik opnieuw in een pijpje zou blazen, wilde ik weten hoe dat kwam. In de verwarring die ontstond, werd ik ruw uit mijn auto gehaald en in een politieauto geduwd.

Er volgde een tocht langs verschillende politiebureaus. Iedere keer werd ik hardhandig uit de auto gehaald en er weer ingeduwd. Daarbij kreeg ik zelfs een schop toen het niet snel genoeg ging. De agenten hadden de indruk dat ik niet wilde meewerken en deden me handboeien aan. Contact met de buitenwereld werd me niet gegund. Pas toen ik allang in het ziekenhuis was voor een bloedproef, mocht ik bellen. De agenten hadden echter geen zin om met de bloedproef te wachten tot die persoon, een tolk, er zou zijn. Ik had vragen over de hygiëne - die in niets leek op wat ik in Nederland gewend ben. Van de agenten begreep ik dat men mij met geweld bloed zou afnemen als ik niet meewerkte.

Het enige wat me uiteindelijk lukte, was de verpleegster, of degene die daarvoor moest doorgaan, duidelijk te maken dat ze latex handschoenen diende aan te trekken tijdens de bloedproef. Net voordat we naar het politiebureau vertrokken, kwam mijn tolk. Hij mocht van de agenten niet mee naar het bureau, omdat er geen plaats zou zijn in de auto - wat onzin was.

Op het bureau werd vervolgens proces- verbaal opgemaakt - een tweeënhalf uur durend karwei. Toen het klaar was, begreep ik dat ik naar de gevangenis moest. Het proces-verbaal werd niet voorgelezen. Op weg naar de gevangenis gingen we opnieuw langs het ziekenhuis om de buisjes met bloed af te geven, die toen al bijna drie uur ongekoeld op een tafel in het politiebureau lagen. In de gevangenis werd het reglement voorgelezen - in het Engels, dat wel - maar niemand zei me dat ik het consulaat, een advocaat of eventueel familieleden mocht bellen.

Dat reglement hadden ze trouwens net zo goed achterwege kunnen laten, want niemand hield zich eraan. Zo werd ik niet, zoals toegezegd, om negen uur die ochtend vrijgelaten. Ik mocht ook niemand bellen. En een verzoek om water of koffie werd genegeerd. In plaats daarvan moest ik - zonder te weten waarom - van een driepersoonscel naar een vierpersoonscel. De eerste was nog redelijk schoon, de tweede een ware hel. De medecelbewoners rookten als ketters, de vloer plakte door een omgevallen limonadeflesje, de wc's waren te smerig om te gebruiken, het eten was zo vies dat niemand het zelfs maar aanraakte. Als drinken kregen we slechts twee bekers mierzoete thee voor de hele dag. En de matras was zo dun, dat hij die naam nauwelijks verdient.

Maandagmorgen om elf uur werd ik eindelijk uit de cel gehaald en mocht ik op het politiebureau met mijn advocaat spreken. De politie had voor een tolk gezorgd, maar die begon zich al snel met de zaak te bemoeien. Zo gaf hij zijn mening over de waarde van mijn mobiele telefoon of auto als onderpand voor een eventuele boete.

Twee weken later hoorde ik het resultaat van de bloedproef: 1.0 promille. In Nederland goed voor een boete van zo'n 300 euro. In Polen mocht ik met de offcier van justitie onderhandelen, maar mijn rijbevoegdheid wordt voor minimaal twee jaar ingetrokken en ik krijg waarschijnlijk zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar.

Ondanks de Europese integratie is er in Polen voor communicatiedeskundigen nog werk genoeg.