Arroyo vooral gesteund door kerk en leger

President Arroyo van de Filippijnen ziet zich bedreigd door een staatsgreep. Niet voor het eerst: Arroyo worstelt al jaren om aan de macht te blijven.

Terwijl afgelopen woensdag de Filippijnse legerleiding bekendmaakte een staatsgreep verijdeld te hebben, bezocht president Gloria Arroyo het rampgebied op het eiland Leyte, om haar sympathie te betuigen aan nabestaanden van de slachtoffers van de modderstroom die een dorp had bedolven. Daar liep zij een schim uit het verleden tegen het lijf, voormalig first lady Imelda Marcos, die met haar schoenen in de modder een meer betrokken indruk maakte dan de zich houterig bewegende Arroyo.

Achteraf gezien lijkt de ontmoeting een onheilspellend voorteken. Vandaag kondigde de president de noodtoestand af. Ze probeerde daarmee een tegen haar gerichte protestmars te voorkomen. Sinds Arroyo (58), een in de Verenigde Staten opgeleide econoom en bewonderaar van Margaret Thatcher, in 2001 aan de macht kwam, poogt zij vergeefs zich geliefd te maken bij het arme bevolkingsdeel. Haar voorganger, de wegens corruptie in de gevangenis verblijvende Joseph Estrada, had zich altijd opgeworpen als beschermer van de armen. De stedelijke middenklasse keerde zich tegen hem en hielp Arroyo aan de macht. Zij op haar beurt heeft moeite de steun van de plattelandsbevolking te winnen. Wel heeft ze de machtige katholieke kerk en de legerleiding, die zich ook tegen Estrada hadden gekeerd, achter zich.

Arroyo worstelt al jaren om aan de macht te blijven. In 2003 maakte het leger een einde aan een poging tot staatsgreep door muitende militairen. Vorig jaar overleefde ze een afzettingsprocedure die was ingezet omdat zij verkiezingsfraude zou hebben gepleegd. Nooit eerder was Arroyo echter zo in het nauw gedreven dat zij voor het hele land de noodtoestand afkondigde, zoals ze vandaag deed.

De president heeft al vaker gemeld dat er staatsgrepen verijdeld zijn. Sinds 2001 heeft het leger ongeveer een tiental keer moeten ingrijpen in onrust die was ontstaan door tegenstanders van de regering. In een verklaring op televisie vandaag sprak Arroyo van een 'systematische samenzwering' onder de linkse oppositie, communistische groepen en 'militaire avonturiers'. Ook na de arrestatie van twee hoge officieren bleef er volgens haar een 'duidelijke dreiging' van verraders.

De stafchef van de Filippijnse strijdkrachten, generaal Generoso Senga, sprak tijdens een radio-interview tegen dat er sprake was van een echte couppoging. Wel zei hij dat hoge officieren 'politieke acties' tegen de president voorbereidden. Of er deze week werkelijk een poging tot staatsgreep was, of dat Arroyo de geruchten heeft aangrepen om haar macht te doen gelden, is onduidelijk.

Voor de Filippijnen is afkondiging van de noodtoestand een zeer gevoelige aangelegenheid, omdat die hen herinnert aan het militaire bewind van generaal Marcos, wiens verdrijving in 1986 zij morgen herdenken. 'Arroyo gebruikt deze gelegenheid om op een indirecte manier een militair bestuur op te leggen', was de analyse van de Filippijnse hoogleraar politicologie Benito Lim tegenover persbureau Reuters. 'Dit is de onderdrukking van alle vrijheid.'

Toen journalisten de president gisteren vroegen wat haar ertoe zou brengen af te treden, antwoordde ze: 'niets.'