Altijd sportief

We doen er wel eens lacherig en laatdunkend over, maar als de duizenden Nederlandse schaatssupporters Turijn links hadden laten liggen, zou het een dooie boel zijn geweest in de betonnen kolos die Oval Lingotto heet. Ze kleden zich inderdaad potsierlijk met hun oranje hoofddeksels, maar ze geven niet alleen letterlijk kleur aan het olympische schaatstoernooi. Ze zijn soms deskundig, ze zijn vaak luidruchtig, ze zijn altijd sportief. Ze klappen extra hard voor rijders die zijn gevallen en voor rijders die solo moeten schaatsen. De bijval voor de Italianen en de Amerikanen doet deze schaatsers meer dan goed, getuige hun reacties na afloop. Zij zijn in eigen land niet gewend aan zo veel steun langs de kant. Ze geven hoog op van de Nederlandse supporters, al begrijpen ze niets van de teksten bij de muziek van dweilorkest Kleintje Pils. Hoe anders waren de reacties vorige maand bij de EK allround in Hamar. De Noorse fans juichten alleen voor hun landgenoten en toen de nationale favoriet Eskil Ervik na drie afstanden geen titelkansen meer had, keerden ze huiswaarts. Met als gevolg dat de buitenlandse kampioenen Enrico Fabris en Claudia Pechstein bijna in hun eentje een ereronde moesten rijden in het spookachtige Vikingschip. In Turijn is zeker sprake van chauvinisme, maar nationalisme is de oranje meute vreemd.

Jaap Bloembergen