Aanleg kan een handicap zijn

Comedytrain is de basistraining voor toekomstige groten uit het Nederlandse cabaret. Onlangs gaf Raoul Heertje de artistieke leiding over aan Jan Jaap van der Wal. 'Ik moet de functie van kweekvijver bewaken.'

Wie van God een afwijkend uiterlijk heeft gekregen, kan daar het beste onmiddellijk zelf grappen over maken, zodat dat voor de hand liggende onderwerp tenminste uit de weg is. Dat geldt in bijzondere wijze voor stand-up comedians. Stefan Pop (20) ziet er bijvoorbeeld uit als een baardeloze prepuber, dus die begint meteen nostalgisch over zijn jeugd: 'Toen ik een jaar of vijftien was, had je alleen Nederland 1, 2, 3, RTL 4, 5, SBS6, Veronica, Net 5, TMF The Box, MTV, Canvas Ketnet, BBC 1, 2, World, CNN, National Geographic en Discovery Channel, Canvas Ketnet (nog een keer, ik weet ook niet waarom), ARD, ZDF, Pro-Sieben, Rai Uno, AT5, Tel Sell, TV5 en Eurosport. Maar meer hàd je gewoon niet. Het was de winter van 1999.'

Vrijdagavond, tegen middernacht. Na het avondprogramma heeft de Amsterdamse Kleine Komedie nog een late night show ingelast. Komiekengroep Comedytrain komt langs. Naast de shows in het eigen Toomler café naast het Hilton Hotel, trekt de groep ook het land door. Als heiligdom van het cabaret heeft de Kleine Komedie iets speciaals. Dat maakt de komieken wat zenuwachtig. Onder de vijf heren die optreden geen grote namen. Dat geeft niet, Comedytrain garandeert kwaliteit.

Opmerkelijk is het sterke optreden van Stefan Pop, voormalig eerstejaars student medicijnen, die nog maar een half jaar bij de groep is en meteen de kans kreeg een groot aantal podium-uren te maken. Hoogtepunt is de monoloog waarin hij een soepele sprong maakt van de lift in de universiteitsbibliotheek naar de kruisgang van Jezus Christus door Jeruzalem. En passant wordt Pasen uitgevonden.

Sinds de oprichting in 1990 heeft Comedytrain een imposante rij grote cabaretiers ontdekt, opgeleid en laten doorstromen naar het theater en tv-programma's als Dit was het nieuws, Kopspijkers en Koefnoen. Raoul Heertje richtte het collectief vijftien jaar geleden op als leerschool voor 'miskende cabaretiers'. Naast de cabaretfestivals, met de honderden verliezers, en de commercieel ingestelde impresario's, miste hij een klein podium waar het talent langzaam en in de luwte kon groeien. Niet meteen een avondvullende one-manshow, maar met zijn vijven om de beurt een kwartiertje moppen tappen voor honderd, tweehonderd man, het liefst een beetje los publiek, in een café bijvoorbeeld. Omdat dit verdacht veel leek op de Amerikaanse stand-up comedy, introduceerde Comedytrain in één moeite door de stand-up comedy in Nederland. Na vijftien jaar is Heertje onlangs teruggetreden als artistiek leider en opgevolgd door Jan Jaap van der Wal.

Van der Wal: 'Ik denk in veel hetzelfde als Raoul Heertje, dus veel zal er niet veranderen. Alleen, de oude garde heeft het al een tijdje te druk met eigen werk, waardoor het systeem van Comedytrain - de ouderen helpen de jongeren - in gevaar komt. Wij hebben nu een iets kleinere groep van vijftien actieve komieken, die dus met minder man meer avonden moet vullen. Het begeleiden door de ouderen moet wat strakker worden gereguleerd. Verder moet ik net als Heertje vooral de functie van kweekvijver bewaken. Comedytrain heeft een grote naam, we voelen dus een flinke druk vanuit de 'cabaretmarkt'. Daarom moeten we extra goed de rust bewaken waarin de comedians kunnen groeien.'

De schoolfunctie van Comedytrain bestaat vooral uit het nagesprek na afloop van de optredens: alle komieken zitten dan even om de tafel om de shows te bespreken. Van Amstel: 'Dan krijg je te horen dat sommige van je grappen te slap zijn, of dat je niet genoeg contact maakte met je publiek. Raoul Heertje kwam vaak persoonlijk langs om je de oren te wassen. Ik heb wel eens in Breda een zaal van 1400 man helemaal plat gespeeld. Maar na afloop stond Raoul Heertje in mijn kleedkamer met een rij aanmerkingen. Alsof je als voetballer acht doelpunten maakt en Cruijff komt je vertellen dat je pass niet helemaal zuiver was. Dat houdt je scherp.'

Verder voerde Van der Wal onlangs het Grote Broer Systeem in: de 'nieuwelingen' krijgen ieder een persoonlijke coach toegewezen. Vier oudgedienden zijn hiervoor ingeschakeld, Van der Wal zelf, Theo Maassen, Hans Teeuwen en Eric van Sauers. Daniël Arends (26), die drie jaar bij de groep is: 'Laatst belde ik bijvoorbeeld mijn coach Theo Maassen om te vragen of je bij een show langzaam moest beginnen, om het publiek aan je te laten wennen, of dat je beter pats boem met de deur in huis kon vallen, om jezelf en het publiek zo snel mogelijk op één lijn te krijgen. Dat ligt eraan, zei hij. Verder was hij aan het eten dus hij had niet zoveel tijd. Okee, het klinkt informeel en vrijblijvend, maar het is zeer waardevol.'

Scoren

Kaal en ruw moet stand-up comedy zijn: een komiek vertelt zijn verhaal aan een klein publiek in een café dat vlakbij hem zit. Locatie en publiek bepalen het karakter van het genre. In een café moet je doorlopend scoren om de aandacht vast te houden. Het publiek is er nooit stil en geconcentreerd. Ook heeft de komiek niets aan de 'kunstmatige' hulpmiddelen waar hij in het theater naar kan grijpen: geen decor, geen showpak, geen lichtplan, geen liedjes, geen rollen, geen sketches: gewoon een man en een microfoon. Het publiek moet het gevoel hebben dat de komiek één van hen is, gewoon in zijn alledaagse kleding en gewoon aanspreekbaar: direct contact met het publiek is een essentieel onderdeel van stand-up comedy.

In de jaren negentig werd de stand-up comedy binnengehaald als the next best thing. Inmiddels blijkt het als zelfstandig genre niet te kunnen bestaan in Nederland. Buiten Comedytrain bestaat er niet veel goede Nederlandse stand-up comedy. Het is een subgenre van het cabaret geworden en vaak ook een voorstadium daarvan: na Comedytrain gaan de grote talenten allemaal de theaters in met een eigen one man show. Voor het uitproberen van nieuw materiaal keren de komieken terug naar Toomler. Cabaret en stand-up comedy lopen in elkaar over. Volgens Arends verhouden die twee zich tot elkaar als voetbal en paaltjesvoetbal.

Waarom gaan de goede stand-up comedians uiteindelijk toch altijd de theaters in? Van der Wal: 'Er is geen infrastructuur voor stand-up comedy, zoals in Amerika of Engeland; geen netwerk van comedy clubs waar we langs kunnen toeren. Alleen al om geld te kunnen verdienen, zijn we op de theaters aangewezen.' Daniël Arends: 'Als je een getalenteerde comedian bent, wil je toch doorgroeien. Alleen twintig minuten Toomler is dan niet genoeg voor je.'

De stand-up comedians hebben volgens Van der Wal het cabaret veranderd, meer toegesneden gemaakt op deze tijd. Onder leiding van de grote twee, Theo Maassen en Hans Teeuwen, is de generatie cabaretiers van de jaren negentig grover, sneller, korter, directer. Van der Wal: 'Wat Toon Hermans deed, was ook gewoon stand-up comedy. Maar er is een tijd geweest dat een grap maken op het podium vies werd bevonden. De tijd van de gedichten en de gevoelige liederen. Daar zijn we nu weer even vanaf. Dankzij de stand-up comedy zijn we ook verlost van de neiging van Nederlandse cabaretiers om de underdog te spelen. Uit de Amerikaanse stand-up comedy hebben we overgenomen dat je als komiek ook een attitude kan hebben, de zelfverzekerdheid van: ik heb een verhaal te vertellen en jullie moeten luisteren.'

Er zijn eerdere voorbeelden van de grove, directe stijl aan te wijzen, zoals Freek de Jonge, en er zijn nog genoeg cabaretiers die niet vies zijn van een liedje of een gedichtje, zoals Comedytrain-veteraan Sanne Wallis de Vries, maar over het algemeen lijkt de theorie van Van der Wal te kloppen.

Wat Comedytrain uniek maakt in de cabaretwereld is de collectieve gedachte: oud steunt jong en iedereen steunt elkaar. Wie bij de groep wil komen, moet zich eerst op woensdag melden voor het open podium. Hier mag iedere waaghals een kort optreden geven. Extra attractie op deze avonden zijn het doodszweet van de deelnemers en de plaatsvervangende schaamte bij het publiek. En natuurlijk de kleine kans om de eerste wankele stappen van een getalenteerde te zien. Wie geestig genoeg is, wordt uitgenodigd om auditie te doen.

'Ik ben op mijn vijftiende voor het eerst geweest', zegt Stefan Pop, 'mijn moeder bracht me vanuit Rotterdam. Ik zag wel in dat ik twintig jaar jonger was dan de anderen. Dus heb ik eerst mijn middelbare school afgemaakt en ben op mijn negentiende teruggekomen. Bij een auditie zitten de andere komieken op een lange bank achterin de zaal, om de sollicitanten te beoordelen. Na de optredens trekken zij zich terug in de bedrijfskantine van het Hilton Hotel om over je te oordelen.'

Voor de uitverkorenen volgt een lange en moeilijke periode van schaven aan de act, de grappen fris houden, en groeien. In deze fase is kritiek van de collega's van levensbelang. 'Ontwikkeling is veel belangrijker dan aanleg', zegt Daniel Arends. 'Natuurlijk heb je aanleg nodig, maar daarna moet je je wel ontwikkelen, anders heb je niets. Aanleg kan zelfs een handicap zijn: als het je makkelijk afgaat, heb je minder de drang om steeds je grens te verleggen.'

Belangrijk voor Arends is niet dat je zoveel mogelijk grappen erin beukt, maar dat je 'een compleet personage neerzet'. Maar comedians staan er toch als zichzelf? Dat is toch de afspraak? 'Ook een stand-up comedian heeft een podiumpersoonlijkheid. Op het podium speel ik een gestileerde 'Daniël Arends', die weliswaar doet alsof hij alles ter plekke verzint en volkomen zichzelf is, maar die wel degelijk zelfverzekerder en scherper is. Ik geef welbewust vorm aan mijn bewegingen en stem, en ik heb het grootste deel van mijn act ingestudeerd. Alleen dat maakt me op het podium al anders dan in het echt. Er zijn allerlei gradaties in 'echtheid' mogelijk, maar een stand-up comedian speelt op zijn hoogst zichzelf na.' Verder is volgens hem een stand-up wet dat alles hier en nu is: 'Je kunt de omgeving niet ontkennen, zoals in het theater. Theater biedt meer kunstmatigheid: het licht gaat even aan en uit, je zit opeens op een kruk en begint een nieuw nummer. Dat blijft geloofwaardig.' Aan de andere kant kan hij zich in het theater niet de ruis veroorloven waarmee hij een Toomler-optreden opvult.

Uniek moment

Officieel is 'praten met het publiek' belangrijk, maar bij de avond in de Kleine Komedie is er nauwelijks contact met de zaal. De meeste mensen zijn domweg te bang om iets uit de zaal te roepen. En dat is in Toomler niet veel beter. Daniël Arends: 'Het hoeft niet per se een echte conversatie te zijn. Het gaat erom dat ik het publiek rechtstreeks aanspreek. Ik ben altijd op zoek zijn naar het verschil tussen wie zij zijn en wie ik ben: ik heb een ongewone kijk op dezelfde zaken.'

Kees van Amstel (40), die ongeveer gelijk met Arends bij Comedytrain is gekomen, hangt een andere stijl aan: 'Het gaat om de herkenbaarheid. Ik schets herkenbare situaties.' Van Amstel heeft een wat ongewone carrière voor een comedian. De leraar uit Zandvoort kwam pas op het idee om komiek te worden toen hij zevenendertig was: 'Het ging uit met mijn vriendin, ik zat in een rare tussentoestand, en toen ben ik het podium opgestapt om over mijn persoonlijke leed te vertellen. Toen ik auditie deed, had ik geen podiumervaring, behalve drie lastige klassen. En ik had in een kooi in een café opgetreden, waar doorgaans hardrockbands in stonden. Nu stond ik ineens tussen grootheden als Marc-Marie Huijbregts, Jan Jaap van der Wal en Eric van Sauers. Dus het liep wel drie kleuren mijn sokken in. Ik zat tussen allemaal twintigers die naar me keken van wat moet die oude zak hier. Maar toen de mensen lachten, namen ze me serieus. Daarna kon ik meteen mee op theatertournee. Binnen drie maanden stond ik voor duizend man.'

Waar Stefan Pop zijn jeugdige leeftijd aansnijdt, begint Van Amstel zijn act meteen met een verwijzing naar zijn midlifecrisis. Hij toont zelfs zijn uit een hippe Björn Borg-slip puilende buik. Ook zonder grappen wekken zijn verhalen de nieuwsgierigheid. Van Amstel vertelt levendig over zijn ervaringen op een multicultureel vmbo, waar de onaantastbaar grijnzende Marokkanen op de achterste rij urenlang kunnen nablijven zonder elkaar te verlinken, tot wanhoop en bewondering van Van Amstel.

'Herkenbaarheid zeker', zegt Van Amstel, 'maar de stand-up comedian ziet de wereld vooral net even scherper: hij weet er net een schilletje meer af te pellen, om het probleem in zijn naakte essentie voor je neer te zetten. Ik heb mij bijvoorbeeld onlangs noodgedwongen begeven in het dating-circuit. Blijkt dat alle alleenstaande vrouwen willen wandelen. Aan de hand van een paar grappen over wandeldates en bezoekjes aan een stoere zwerfsportwinkel om wandelschoenen te kopen, vang ik zo op een geestige, verhelderende manier het omvangrijke, schrijnende probleem van de single dertigers.'

Comedytrain in Toomler, wo-za, Breitnerstraat 2 (naast het Hilton Hotel), Amsterdam. Inl. www.comedytrain.nl