Wie wil er nu géén schoon en veilig Rotterdam?

Waarschuwingsborden en codes maken een stad niet leefbaar. Alleen een duurzaam openbaar beleid zal Rotterdammers een warm gevoel kunnen geven, meent Wim Pijbes.

Zijn juist schoon, heel en veilig niet vanzelfsprekend in een stad als Rotterdam? Daar hoef je het toch niet te lang over te hebben? Wie gisteren de opiniestukken van de lijsttrekkers Peter van Heemst (PvdA) en Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) in deze krant heeft gelezen, valt op dat hun analyses van de problematiek van Rotterdam meer overeenkomsten dan verschillen vertonen. Wie de verschillen zoekt, moet met een vergrootglas te werk gaan. Natuurlijk, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zal zowel Leefbaar Rotterdam als de plaatselijke PvdA het accent willen leggen op elkaars onderscheid. Pastors ontleent zijn energie vooral aan een 'Feindbild', of dat nu de gewezen apparatsjiks van de PvdA of radicale moslims zijn. In verkiezingstijd ongetwijfeld een succesvolle strategie, maar ongewis waar het gaat om duurzaam openbaar bestuur. Peter van Heemst put moed uit de peilingen om zijn rivaal te kunnen trotseren, maar ook hij beseft dat de enig juiste voorspelling over peilingen is dat ze er altijd naast zitten.

Ware het niet verstandiger geweest om juist de overeenkomsten tussen beide partijen te benoemen? De PvdA van toen is niet langer de partij uit de tijd van Pim, en Leefbaar is ook vier jaar verder en grotendeels vernieuwd. Het gemeenschappelijk belang van beide partijen komt in grote mate overeen. De reden hiervoor is dat de problematiek van Rotterdam dusdanig is dat verstandige mensen, van welke politieke richting ook, snel tot overeenstemming kunnen komen over een aanpak in hoofdlijnen. Het betoog van beide lijsttrekkers vormt daarvoor het bewijs.

Peter van Heemst eindigt zijn verhaal met de conclusie dat 'democratische waarden en regels elke dag onderhouden moeten worden'. Pastors memoreert de Rotterdam-code en somt deze punt voor punt op.

Strikt genomen zal ieder zinnig mens zich daarin kunnen vinden. Inclusief het door velen bespotte 'Nederlands als verplichte taal'. (Pastors citeert deze regel overigens als 'het gebruik van Nederlands als gemeenschappelijke taal', wat wezenlijk iets anders betekent).

De Rotterdam-code is ongetwijfeld een prestatie van formaat, maar in feite een lege huls. Evenals de veel geroemde 'prioriteitsdoelen' die het college in de afgelopen periode heeft opgesteld. In Rotterdam moest voortaan alles 'schoon, heel en veilig'. Ook hier goede bedoelingen, en wie zich de situatie van vier jaar geleden nog kan herinneren bitterhard nodig.

Maar inmiddels zijn alle wijken in de stad opgeknapt en is voor het oog alles in orde. De tippelzone is dicht en kabelmonopolist UPC verschaft de Rotterdamse huishoudens middels een huis-aan-huis verstrekte decoder porno on demand. De junks van de Pauluskerk lijken allen bekeerd. Kortom, in Rotterdam breekt eindelijk de zon door.

De politieke daadkracht van de afgelopen jaren ging gepaard met buitensporige aandacht in de media. Rotterdam in het nieuws was helaas in de meeste gevallen verbonden met problemen.

Fouilleren op straat, het oprollen van hennepplantages, de oprichting van de eerste voedselbank, allemaal goede acties, maar geen reclame voor de stad. De paradox was dat met de nieuwe bezems de straat weliswaar schoon, heel en veilig werd, maar de kwaliteit van leven afnam. Met reeksen affiches werd in voorlichtingscampagnes voortdurend iedereen alles onomwonden uitgelegd: 'Geef niet aan hem, maar om hem', ter ontmoediging van bedelaars, en 'Bedankt Youssouf (dat je de politie belde)', op affiches met een foto waarop een arm met bruine huidskleur naast een ingeslagen raam staat afgebeeld.

Het is duidelijk, ook de politie communiceert haar goede bedoelingen. 'Rotterdam durft', luidt de kordate titel van de imagocampagne van de stad. Inmiddels hangt het centrum vol met camera's en borden die aangeven dat er camera's zijn, hangen er waarschuwingsborden voor autodieven, borden die wijzen op buurtpreventie en borden op de grens van verschillende deelgemeenten waarin melding wordt gemaakt dat 'wij het dragen van slag- en steekwapens niet tolereren'. Nabij het Centraal Station hangen waarschuwingsborden die aangeven dat er het afgelopen jaar heel wat auto's zijn opengebroken, tegenover de Pauluskerk hangen bordjes met de tekst 'verboden op het gras te lopen' en alle banken aan de singel zijn voorzien van dwarsbalken waardoor het onmogelijk is er op te slapen. Veilig dat wel, maar een warm gevoel krijg je er niet van.

Tegelijkertijd met het gestaag toenemende aantal borden en voorlichtingsaffiches is het publieke domein speelveld geworden van de privatisering en zijn alle resterende lantaarnpalen opgeofferd aan de commercie. In Rotterdam is geen lantaarnpaal vrij van reclame en dan nog wel van de ergste categorie: tattoos en piercings, het afbetalingswarenhuis en in full colour, reclames voor de goedkoopste borstvergrotingen en maagballonnen. De moraal van dit alles: daadkrachtige politiek alleen is niet voldoende om een stad leefbaar te maken. Het door de stad verworven bronzen beeld van een kabouter met een butt plug, een cynisch commentaar op onze consumptiemaatschappij in het algemeen en deze stad in het bijzonder, staat als stille getuige op de binnenplaats van Museum Boijmans, schoon, heel en veilig.

www.nrc.nl/opinie: Marco Pastors 'Rotterdam-code brengt iedereen heil';Peter van Heemst en Jantine Kriens 'De stad is veel onherbergzamer geworden'

Wim Pijbes is directeur van de Kunsthal Rotterdam.